Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WERELDGESCHIEDENIS.

745

den worden, zet zij nu haar kampanje voort door de intrekking van de wet Falloux. Deze wet had indertijd een toestand in het leven geroepen gelijk die hier te lande voor het jaar 1898 bestond.

Het oprichten van scholen is voor ieder vrij, maar van staatssubsidie is geen sprake. De regeering wil nu de verplichte staatsschool invoeren, en in de Kamer heeft ze daarvoor een goede meerderheid. Maar in den Senaat heeft een fraktie der republikeinsche partij, aan wier hoofd niemand minder dan de vorige premier Waldeck-Rousseau staat, zich er tegen verklaard.

Een van de leden dier frakte, Girard, deed nu het voorstel om het onderwijs vrij te laten, behalve voor priesters en kloosterlingen,

Op het oogenblik dat we dit schrijven, is in den Senaat evenwel nog niet over het regeegeeringsvoorstel besloten.

En hiermede nog niet tevreden, heeft de minister van Marine in het Kabinet Combes, de heer Pelletan, de nonnen als verpleegsters en bestuursters in de marinehospitalen afgeschaft

De minister heeft daarbij een groot verslag ingediend, dat voor het nonnenbestuur eenvoudig verpletterend is.

De minister betreurde het, dat de zusters zich weinig bezighouden met de zieken, maar vooral met het toezicht over het materieel en de boekhouding. Volgens Pelletan verrichtten zij dit werk zeer slecht en hebben zij zich, in strijd met de reglementen, van alle ambten meester gemaakt. Zij bestieren de werkhuizen, oefenen het toezicht uit in de magazijnen, deelen levensmiddelen uit en hebben de sleutels van alles. De meest betreurenswaardige praktijken zijn uit dezen staat van zaken voortgekomen.

De minister zeide o.m., dat de zusters door strafbare middelen een ontzaglijk overschot van materieel vergareu en zij daarvan groote voorraden naar hunne moederhuizen zenden, dus dat zij de hospitalen gewoon bestalen.

, Omtrent de woelingen in het

MSe°deorn\!en v-re Oosten, waar tol kort geleden Rusland en Japan tot de tanden toe gewapend tegenover elkander ston¬

den, valt op het oogenblik weinig nieuws met zekerheid te vermelden.

Wel schijnt er eenige ontspanning te zijn gekomen door het terugroepen van den Russischen Admiraal Alexejef, die in de Russisch-Turksche wateren en in de Turksche havenplaatsen het bevel voerde, en dien men voor den stokebrand aldaar hield. Maar of nu werkelijk de vrede daarmede zal zijn hersteld tussehen de tegenstrijdige Chineesch-Russische en Japansche plannen aldaar is iets, dat de toekomst nog zal moeten leereu. Dit is in ieder geval zeker, dat men aan geen van beide kanten zich ontwapend heeft of de oorlogstoebereidselen heeft gestaakt.

Ook omtrent de Macedonische kwestie valt op het oogenblik nog weinig nieuws te vertellen; de zaken worden aldaar door den ïurkschen Sultan zooveel mogelijk sleepende gehouden. Wel hebben Rusland en Oostenrijk gezamenlijk een vertoog te Coustatinopel ingediend, ten einde den Sultan te dwingen eenige hervormingen in Macedonië in te voeren, maar met de bekende sluwheid der Turksche diplomatie houdt Abdul Hamid het zaakje maar steeds gaande door overweging der eischen van deze beide Mogendheden toe te zeggen, maar nog steeds niet over te gaan tot nakoming van deze toezegging. Zoowel van Turksche als van Bulgaarsche zijde heeft men de legerkorpsen, die aan beide zijden van de grenzen tegenover elkander stonden, gedeeltelijk naar huis gezonden, maar dat ook in dit broeinest van allerlei ongeregeldheden door toezegging van den Sultan een gezonde toestand op den duur zal kunnen ontstaan, en dat men er eindelijk niet toe zal moeten overgaan (n.1. onder die „men" verstaan we Rusland en Oostenrijk) om door geweld van wapenen zijn eischen ingewilligd te krijgen, is iets, dat we ook nog maar eens zullen afwachten. Men kan onmogelijk nu reeds voorspellen, welken loop de zaken aldaar zullen nemen. Mogelijk weten we, wanneer we de volgende maand ons overzicht samenstellen, daaromtrent eenige meerdere bizonderheden mede te deelen.

Sluiten