Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELANGRIJKE ONDERWERPEN.

751

Gallon wordt niet moede den nadruk op deze omstandigheid te leggen.

„I conclude that each generation has enorrnous power over the natural gifts of those that follow, and maintain, that it is a duty we owe to investigate the range of that power and to exercise it in a way that, without being uiiwise towards ourselves, shall be most advantageous to future inhabitants of the earth"

Eu ettelijke jaren later schrijft hij in de voorrede voor den tweeden druk:

„In conclusion I wish again te emphasize the fact, that the improvement of the natural gifts of future generations of the human race is largely, though indirectly, under our control."

We mogen in ieder geval wel komen tot deze konklusie, dat de wet der erfelijkheid zeker niet minder geldt onder de menschel) dan onder de andere dieren — en dat reeds zij alleen vormt een grooten en machtigen faktor van ongelijkheid.

In nog oneiudiger variëteit evenwel komt het groote feit der ongelijkheid der menschen op den voorgrond, als we gaan denken aan het transformisme bij den mensch.

We onderscheiden, en elke onderscheiding onderstelt immers ongelijkheid, de menschen in soorten en ondersoorten ; we onderscheiden hen in rassen en stammen; we onderscheiden hen in natiën en volkereu.

Of men de menschen in soorten dan wel in rassen onderscheiden moet, daarover was vroeger, vooral in den tijd, toen Quatrefages de anthropologie grondvestte, eene tamelijk levendige kontroversie. Dat kwam, omdat men het bestaan van meerdere soorten niet wist te rijmen met de afstamming uit één menschenpaar, door den Bijbel medegedeeld.

Dat behoort thans alles tot het verleden: men kan over de soorten van deu mensch thans even rustig spreken als over die van antilopen of palmboomen, wanneer men slechts niet vergeet, dat hij geen afzonderlijk wezen is maar alleen een geslacht, behooreude tot de orde der Primaten.

Gelijk een schrijver heeft opgemerkt: over de vraag, of een Neger en een Kaukasiër echte soorten zijn, zou nooit eenig verschil hebben bestaan, als het slakken waren geweest.

De beroemde Fransche geleerde Lapouge heeft door zijne onderzoekingen op honderdduizenden kevers omtrent de schommelingswijdte der variaties binnen de soort en omtrent de interspecifieke intervallen bewezen, dat de gemiddelde intervallen tusschen goed gekonstateerde soorten geringer zijn dan die tusschen H. Europaeus (Kaukasiër) en H. Afer (Neger); en zooveel te verder staan dan weder H. Europaeus en H. Alpinus van elkander, welke laatste van H. Europaeus nog veel meer dan een Neger afwijkt.

Nu is deze wetenschap nog in hare beginselen,

al mag men niet vergeten, dat reeds door Linnaeus het beroemde onderscheid tusschen de twee Europeesche bevolkingselementen is gemaakt en door Linnaeus de beide soorten H. Europaeus en H. Alpinus zijn benoemd en zijn beschreven op eene wijze, die de nieuwere wetenschap slechts heeft kunnen bevestigen.

In deze nieuwe wetenschap staat als pionier op de eerste plaats een man, zegt Mr. Valckenier Kips, wiens naam hier slechts met den grootsten eerbied, de grootste bewondering wordt uitgesproken, een man, voor wiens groote scherpzinnigheid, strengen critischen en wetenscbappelijken zin, voor wiens ongeloofelijke werkkracht, oneindig geduld in het verzamelen van feiten en verbazingwekkende geleerdheid op allerlei gebied, gevoegd bij de intuïtie van het genie en eene kristallen kiaarheid in denken en in taal, slechts de grootsten op het gebied der menschelijke wetenschap als parallellen kunnen worden gevonden. Het is de Montpelliersche oud-hoogleeraar G. Vacher de Lapouge. Voortbouwend op onderzoekingen van Rudolf Virchow, zijn zijne werken baanbrekend op het gebied der kennis van den mensch.

Naar een reeks van kenmerken worden door hem de menschen in tal van soorten onderscheiden.

Daar zijn b. v.: kleur der huid, der haren en der oogen, struktuur der weefsels, bouw van het skelet, gedaante van den schedel, eigenaardigheden van het karakter.

Men zou verkeerd doen, één dier kenmerken van de andere te willen losmaken. Men zou dus b.v. niet mogen spreken van eene z.g. „schedeltheorie", als werden de menschen alleen naar de schedels geschift. Neen, zoo ligt de zaak niet. Er zijn verschillende mensensoorten, zooals er verschillende soorten van apen of van roofdieren zijn. Naar eene reeks van typische eigenschappen, naar welke wij de zoölogen moeten vragen, onderscheidt men Felis Leo, Felis Concolor, Felis Tigris, Felis Jaguar op dezelfde wijze, als men onderscheidt Homo Europaeus, Homo Afer, Homo Asiaticus, Homo Alpinus.

Laten we één dier menschenrassen, het voornaamste, den drager der beschaving, ietwat nader beschouwen.

Homo Europaeus is deze soort door Linnaeus gedoopt. Zij is blank en rose van huid, weelderig blond van haar, met blauwe oogen, langwerpig van schedel, groot van gestalte, groot ook van koncepties: Virchow's „blonde, blauaugige, verwegene Rasse".

Dat blonde, dolichocephale menschenslag — aldus lezen we dan — is stoutmoedig boven alle andere. Audax Japeti genus, naar Horatius' woord. Avontuurlijk van temperament, waagt de blonde dolichocephaal alles, en zijn moed en zijn kalme energie verzekeren hem ongedachte overwinningen. Groot zijn zijne behoeften aan spijs en drank, maar groot is ook zijne werkkracht, om ze te bevredigen. Gemakkelijk vergaart hij rijkdommen, gemakkelijker, dan hij ze kan bewaren. Hij vecht,

Sluiten