Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

praktijk is het geheel anders. Daar is geen sprake van ideaal gestemde piano's, orgels en dergelijke. Daar, in de praktijk, heeft men óók rekening te houden met allerlei van de meest verschillende invloeden, die maken dat er wel zoogoed als nimmer sprake kan zijn van een ideaal getemperde stemming. De persoonlijke fout van zelfs den besten, meest conscientieusen stemmer, de constructie-eigenaardigheden of -fouten van het fabricaat, de aard van het materiaal met de verschillende uitzettingscoèfficienten voor hout en metalen, in het bijzonder onder den invloed van atmospherische veranderingen, wisselende vochtigheidstoestanden, de vastheid der pennen, de wijze van bespelen, zijn oorzaak dat zelfs een volmaakt ideale stemming, stel dat deze te verwezenlijken zou zijn, in zeer korten tijd veranderingen moet ondergaan, heel wat grooter en vooral onregelmatiger dan de verschillen, die in het voorgaande besproken zijn.

De weg, om uit het moeras te geraken, kan wel niet anders dan door de psychische sfeer leiden; het physisch gebied is afgesloten, omdat aan de cijfers niet te ontkomen valt. Te meer lijkt mij de eerstgenoemde weg aangewezen, waar verschillende musici niet altijd hetzelfde karakter toekennen aan een zelfden toonaard. Dit doet onmiddellijk aan interpretatie denken, aldus aan iets persoonlijks, daar immers de trillingsgetallen voor bepaalde tonen, physisch zuivere zoowel als getemperde, internationaal zijn vastgesteld en aanvaard. Of men daarbij uitgaat van a 435 v> j, de offkieele a, of van a 440 v. d. doet niets ter zake, aangezien de verhoudingen precies dezelfde blijven. Uit dergelijke verschillen in het punt van uitgang kan dus nimmer eenig karakterverschil worden afgeleid. Treden wij dus de psychische sfeer binnen. Het komt mij voor, dat het zoogenaamd niet-klinken van een getransponeerd muziekstuk ons een vingerwijzing geeft, in welke richting we zullen hebben te zoeken.

De cijf ers hebben ons ondubbelzinnig geleerd, dat een muziekstuk door den nieuwen toonaard zélf, waarin het getransponeerd wordt, geen ander karakter kan krijgen. En toch hooren velen een verschil...

Denken we voor een oogenblik aan de mededeeling, mij bij het onderzoek van het absoluut gehoor gedaan dooi een onzer bekende musici, dat meer personen de tonaliteit van een muziekstuk herkennen dan de hoogte der op zichzelf staande tonen. Wat mijzelf betreft betrap ik er mij af en toe op dat ik, hoewel geen zweem van absoluut gehoor bezittende, voordat ik iets zal gaan spelen reeds vooraf den juisten toon hoor. Deze feiten wijzen op een sterke koppeling van het muziekstuk aan den toonaard, waarin het geschreven is, of waarin men het altijd hoort. Het is dus duidelijk, dat er bij personen met een sterk absoluut gehoor een zéér vaste, ja onverbreekbare koppeling kan ontstaan, en feitelijk bestaat, tusschen compositie en toonaard. (Wordt vervolgd).

IIIMIMIIIIIUIIMIIIIIUim

Personalia.

Emil Ergo. f

Dezer dagen eerst, en wel door een necrologie van Viotta's maandblad „Kunst" bereikte mij de tijding dat den Hen October de Zuid-Nederlandsche toonkunstenaar, musicoloog en paedagoog Emil Ergo gestorven is. Hij werd in 1853 geboren te Selzaete, vanwaar zijn ouders naar Terneuzen verhuisden, vestigde zich in '83 als muziekonderwijzer in Antwerpen, nam er nog compositieles op het conservatorium, en leidde van '98 tot 1900 het Duitsche mannenkoor Antwecpina, van 1900 tot '3 den Rubenskring, die hem succes bezorgde met zijn cantate Hulde aan de Nijverheid. Sedert '7 was hij leeraar aan Thiébaut's muziekschool te Brussel; tijdens den oorlog woonde hij te Terneuzen, later weer in den omtrek van Antwerpen.

Niet lang geleden was hij zeer ernstig ziek en alleen door een operatie te redden.

Sluiten