Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

broken? Zoo broos is het leven en het spreekwoord blijft waar „de ouden moeten, de jongen kunnen sterven."

Haar heengaan riep in mij vele herinneringen op uit den Amsterdamschen tijd en het onvergetelijke samenwerken met haar vader. Ook hij was geen virtuoos maar degelijk paedagoog en stoere voorstander van waarheid in de kunst. Het monster gewoonte had ook op hem geen vat; dagelijks was hij van nieuwen geest vervuld en onderzocht het beste en hoogste voor degenen die hun gaven en toekomst aan hem toevertrouwden.

In onzen zoo oppervlakkigen tijd is er behoefte aan dezulken. Ik had Mien de Veer—de Lange toegewenscht haar aangeboren paedagogisch talent steeds meer te kunnen ontplooien. Het heeft niet mogen zijn. Zwak en uitgeput overviel haar gedurende een rust- en observatiekuur in het Boerhave-ziekenhuis te Amsterdam, een longontsteking waarna zij kalm, en met vol bewustzijn haar laatste wenschen te kennen gevend, bezweek. Haar heengaan moge door de zelfde woorden begeleid zijn geweest die in Point Lorna, California, dat van haren vader begeleidden:

„Nay, but as when one layeth His worn-out robes away, And, taking new ones, sayeth, „This wil I wear today!"

So putteth by the spirit Lightly its garb of flesh, And passeth to inhirit A residence afresh."

CORNELIE VAN ZANTEN.

c» iif ii fii iini iiiü] 11 tiiiu urn if ii i vnt rii iithi ri 11111 ii ri i ii in ii ui i li iï i n in i iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiininn

Een nieuwe verklaring van de chromatische toonladder.

door

M. C. VAN DE ROVAART.

Het is eigenaardig gesteld met de harmonieleer. Zou er wel een tak van wetenschap zijn, waarbij de theorie onbeholpener

achter de praktijk aanloopt ? Dat is steeds het geval geweest, wanneer de theoretici de composities van geniale meesters gingen analyseeren en hun veto uitspraken over dingen, die wij sindsdien als voorbeeldig hebben leeren schatten.

In onzen tijd wordt het begrip voor de ontwikkeling der muziek nog meer verzwaard, omdat in uiterste zucht naar sensatie composities worden geschreven, die de maker opzettelijk]; in strijd houdt met alle bestaande opvattingen over harmonie en muziek in het algemeen.

Gelukkig staan tegenover deze reclamezuchtigen componisten, die vooruitstrevend en zelfs uiterst radicaal te werk gaan, maar toch op een logisch gevormden grondslag hun werk baseeren. Mogen zij ook hier en daar empirisch nieuwe klankencombinaties samenstellen, het moet de wetenschap gelukken, evenals dit altijd het geval was, waar een innerlijke logica heerschte, het „hoe" en „waarom" te ontdekken.

Dat kan echter niet mogelijk zijn bij menschen, die alleen uit bravoure en zonder de noodige theoretische ontwikkeling nieuwigheden bedenken, welke alleen bedoeld zijn te verrassen en te schokken.

Wij missen nog een systeem, dat ons in staat stelt nieuwe werken te toetsen en ook het goede in het ultra-radicale te waardeeren, terwijl wij het onzinnig geoutreerde op theoretische gronden kunnen afwijzen.

Dankbaar moet men zijn voor iedere poging van theoretici ons wat nader te brengen tot het verstaan van moderne werken, tot welker begrip de tegenwoordig in boeken vastgelegde theorie ons geen sleutel geeft.

Merkwaardig is in dit opzicht een beschouwing van den Franschen theoreticus Maurice Touzé.

Hij plaatste zijn beschouwing, genaamd „La tonalité chromatique" in La revue musicale (Juli 1922) en voorzag het opstel

Sluiten