Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

91

* Frans Hasselaar 1885.

18 Jan. * Alexis Emanuel Chabrier 1861 — 1894.

f Anton Berlijn 1817—1870.

* Cesar Antonowitsch Cui 1835—1918.

19 „ f Louis Joseph Ferdinand Hérold 1791-183.

* August Ferdinand Hermann Kretschmar 1848.

f Hans Sachs 1494-1576.

20 „ f Franz Lachner 1803—1890.

* Guillaume Lekeu 1870—1894.

* Max Steinitzer 1864.

21 „ * Jan George Bertelman 1782—1854.

* Ernest Chausson 1855—1899.

* Henri Duparc 1848.

* Florentius Cornelis Kist 1796—1863. f Guillaume Lekeu 1870—1894.

f Gustav Albert Lortzing 1801 — 1851.

22 „ f Félix Clément 1822-1885.

23 „ f Adolf Jensen 1837 — 1879.

24 „ * Frans Coenen 1826—1904.

f FriedrichFreiherrvonFlotow 1812—1883. f Edward Alexander Mac Dowell 1861 — 1898.

* Ernst Theodor Amadeus Hoffmann 1776— 1822.

25 „ * Jan Blockx 1851 — 1912.

f Jan George Bertelman 1782—1854.

27 „ * Wolfgang Amadeus Mozart 1756—1791.

* Edouard Victor AntoineLalo 1823—1892. f Guiseppe Verdi 1813-1901.

28 „ * Johan Coenen 1825—1899.

* Louis Joseph Ferdinand Hérold 1791—< 1833.

* Victor Neszier 1841 — 1890.

29 „ * Daniël Francois Esprit Auber 1782-1871.

* Johannes Bernardus van Bree 1801 — 1857.

* Frederick Delius 1863.

* Romain Rolland 1868.

30 „ f Ch- van der Does 1817—1878.

* Rudolph Louis 1870—1914.

31 „ * Karl Gottlieb Reisziger 1798—1859.

* J. J. L. de Sonnaville 1837—1914.

* Franz Peter Schubert 1797—1828.

Weinige weken na César Franck werd Edouard Lalo geboren ; de 27e is sindsdien een eeuw voorbijgegaan. Wij moeten ook hem gedenken; te minder mogen wij 't nalaten omdat hij mèt Franck de voorganger was van hen die de leemte der concert- en kamermuziek in Frankrijk vulden. Hij kwam hier natuurlijk wel vroeger ter sprake. Maar nu dient meer over hem te worden gezegd. Om daarvoor te zorgen heb ik, die van zijn werk alleen lang

geleden eens Le Roi d'Ys en destijds eenige malen het voorspel afzonderlijk, en naderhand af en toe het violoncel-concert en de Symphonie Espagnole hoorde, niet den noodigen studietijd kunnen vinden maar wel de bereidvaardigheid van een bevoegde. Het woord is aan dr. de Jong.

Edouard Lalo.

Voor een werkelijke bespreking van het vrij omvangrijke „oeuvre" van dezen een eeuw geleden den 27en Januari te Rijssel geboren componist ontbraken mij een aantal gegevens en vóór alles de noodige tijd. Moge het in dit spoedstuk medegedeelde, slechts indrukken of herinneringen, den lezers niet onwelkom zijn.

Eigenlijk is ook zulk een bespreking niet noodig, want verschillende van Lalo's typische werken komen vrij geregeld op het programma en kunnen dus algemeen bekend worden geacht. Daarbij behoort iemand, die ongeveer dertig jaren dood is, in onzen snel levenden tijd al min of meer tot het verleden, niet waar? Toch durf ik voorspellen dat Lalo betrekkelijk lang zal blijven, langer dan sommige van zijn kunstbroeders die in hun tijd meer dan hij in aanzien waren.

Lalo behoort evenmin als Bizet tot de Goden in de muziek (wat Bizet misschien (?) had kunnen worden indien hij Lalo's leeftijd had bereikt). Van beiden is hij, zoo komt het mij voor, de meest oorspronkelijke. Er is iets aparts in zijn muziek, vaak iets scherp-melancholieks dat ik — dit is natuurlijk uiterst subjectief — ook toen ik nog niet wist dat Lalo altist was geweest — met dat instrument vereenzelvigde. Want nadat Lalo aan het Conservatorium te Rijssel viool en harmonie had gestudeerd bij den Duitscher Baumann (die te Weenen nog onder directie van Beethoven had gespeeld) en aan dat te Parijs bij Habeneck en Schulhoff in viool en compositie, moest hij, om in zijn onderhoud te voorzien, de altpartij voor zijn rekening

Sluiten