Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

121

„barsten op jammerlijke wijze. Het was „samengesteld uit de élite der Parijsche „instrumentalisten, en vormde een totaal „van 70 strijkers, met al de blazers viervoudig bezet, te weten: 4 fluiten, 4 hobo's, „4 klarinetten, 4 fagotten, 4 hoorns, 4 „trompetten, 4 bazuinen, plus 4 slaginstrumenten, 2 cornets a pistons, 2 harpen „en 1 ophicleïde."

Dan gaat hij verder met den lof van het orkest te maken, vergeet niet de ijdelheid te streelen van sommige instrumentisten in 't bijzonder, en vindt zoo gelegenheid om van zijn orchestraal programma, waarop o.a. ook de ouvertures „Carnaval Romain" en „Francs-Juges" voorkwamen, een overzicht te geven.

Maar nu weer over zichzelf:

„Wat hem betreft, ik bedoel M. Berlioz „de dirigent, hij lijkt altijd slecht gemutst, „en wij hebben gezien dat het niet veel „scheelde of hij wierp zijn maatstok naar „een paar dames, twee eerbiedwaardige „vrouwen nochtans, die luidop babbelden „in de tweede loge d'avant scène, tijdens „de uitvoering van de „Marche des Pé„lérins." Was dat nu een reden om zoo „nijdig te worden! en kan men van een „volle zaal eene absolute aandacht eischen, „wanneer het er niet om te doen is een „ballet te hooren spelen? Daarbij.de goede „dames hadden reeds sinds tien minuten „geen woord meer gesproken, en overi„gens was 't in de zaal toch muisstil. Het „tooneel, potdicht afgesloten door een „dubbel decor van schermen op elkaar, „was zeer goed geregeld voor het aspect, „zoowel als voor de sonoriteit. Dus, 't is „een schitterende avond geweest waarop „iedereen zijn gading kon vinden, de ar„tisten, het publiek, de aandachtige toehoorders, de oude babbelwijven en de „bloemenverkoopsters.

„Wat nu de composities van mijn in„ riemen vijand aangaat, ik heb reeds ge„zegd dat ik daar maar niets over zou

„zeggen. Nochtans.... Of liever neen! „te beter, dat de duivel hem hale!"

H. Berlioz. Eigenlijk toch een uitstekende manier om van zich te doen spreken en reclame voor zijn werk te maken. Maar men zal moeten toegeven dat men werkelijk Berlioz moest heeten om op zulke origineele, en tartende wijze zijne tegenstrevers in 't ootje te nemen, en zichzelf te verdedigen.

Illlllllllllllllllllülllllllllllllllllül IIIIÜIIIIIIÜIIIIIIÜIUIIIIIIIi:!!! IIIIIIIUUIIillllllllllllllllllllUlllllllllUIIIK/B,'»

Ingezonden.

Mijnheer de Redacteur,

In het Februarinummer van Uw tijdschrift tref ik van de hand van v. W. een artikeltje aan, dat om rectificatie vraagt. Ik heb op 23 Januari voor Zutphen's ingezetenen een causerie gehouden over klokken, carillons, de Hemony's en het carillon van den Wijnhuistoren.

Aan het perstafeltje was aanwezig alleen de verslaggever van de Zutphensche Courant, die zijn verslag d.d. 24 Januari publiceerde. Een verslaggever van het Handelsblad heb ik niet aangetroffen; hoe dat blad aan een verslag komt, is mij, evenals dit verslag zelve niet bekend; van de Zutphensche courant kan het blijkens het volgende niet overgenomen zijn. Volgens het door v. W. geciteerde Handelsblad-verslag zou ik het Sneeksche carillon „vrijwel waardeloos" genoemd hebben; dit is niet juist, zou bovendien buiten eenig verband met de strekking van mijn betoog gestaan hebben en komt ook niet voor in het verslag van de Zutphensche Courant.

Ik heb zeer in het kort de wordingsgeschiedenis van de z.g. reine stemming en den overgang naar de getemperde stemming geschetst en daarbij vermeld, dat het Sneeksche carillon, waarschijnlijk het oudste in getemperde stemming staande klokkenspel in ons land is en als zoodanig historische waarde bezit.

Alles wat v. W. verder borduurt op

Sluiten