Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

137

zelfs een conflict met de orkestleden te voorkomen. Daarom heeft het bestuur zich tot B. en W. van 's-Gravenhage gewend met het dringend verzoek, een suppletoire subsidie te verleenen van 18000 gulden, zijnde het bedrag dat men door een salarisvermindering van 10% uitwinnen zou. Naar aanleiding van deze hernieuwde subsidie-aanvraag vestigt het bestuur de aandacht op de ongunstige omstandigheden, waarin het Residentie-orkest verkeert, in vergelijking met het Concertgebouw-orkest te Amsterdam dat naar verhouding een veel hoogere rijkssubsidie ontvangt, bovendien een provinciale subsidie, welke het Residentie-orkest niet geniet, terwijl het Amsterdamsche orkest ook nog over een eigen gebouw beschikt.

Hoe de zaak loopen zal, weet ik natuurlijk niet; maar laat ons eens even aannemen, dat de gevraagde suppletoire subsidie geweigerd wordt: wat zal er dan moeten gebeuren? Zal men dan het Residentie-orkest, dat een kunst-instituut van den eersten rang geworden is, naar den grond laten gaan? Laten de Hagenaars er aan denken — voor dat het te laat is — dat zij iets heel kostbaars te verliezen hebben 1

Ik weet het: het Residentie-orkest heeft altijd een beetje geleefd in de schaduw van het Amsterdamsche ensemble; nog altijd zijn er lieden, die meenen dat het van groote muzikale smaak en belangrijke vakkennis getuigt, wanneer men op een vriendelijk-welwillenden toon over het Residentie-orkest spreekt, zoo op den toon van: „ja zeker, dat is heel verdienstelijk

die menschen doen erg hun best, maar

ziet U, het Concertgebouworkest"

Nu kan er niemand meer respect en bewondering gevoelen voor het Amsterdamsche orkest en zijn waarlijk genialen leider, Willem Mengelberg, dan schrijver dezes. Edoch mijn bewondering is niet zoo ongezond, dat zij mij ongeschikt maakt, ook het andere naar waarde te schatten.

het Haagsche orkest, dat onder leiding van Dr. Peter van Anrooy, een kunstinstituut geworden is, dat men gerust met het Concert-gebouw orkest noemen mag.

Den Haag moet op het behoud van dit orkest prijs stellen; ook buiten Den Haag, in plaatsen waar het Haagsche ensemble geregeld optreedt voor zoover ik weet Rotterdam en Haarlem zullen wel muziekvrienden te vinden zijn, die een handje mee willen helpen, om het orkest door de moeilijke jaren heen te brengen: Vraagt iemand: hoe kan ik met mijn bescheiden middelen dat nu doen, dan kan het antwoord gauw gereed zijn. Er moet een garantie-fonds komen van, laat ons zeggen een twintig duizend gulden, en of dat nu komt van twintig rijkaards die ieder een lapje van duizend neerleggen of van vier duizend muziekliefhebbers die elk vijf gulden geven, is precies hetzelfde; het gewenschte fonds komt er op de eene manier, net even goed als op de andere, en met dat fonds is het thans in zijn beslaan bedreigde orkest er boven op.

En zelfs al wordt de suppletoire subsidie toegestaan waarmee de noodtoestand verdwijnen zou, dan nog zou, dunkt mij een Nederlandsche Vereeniging tot instandhouding van het Residentie-orkest goede diensten kunnen bewijzen. En met een groot aantal leden, zal de contributie heusch niet hoog gesteld behoeven te worden.

* * *

Intusschen is er al een beetje schot in de zaken gekomen, dat wil zeggen: de Haagsche gemeenteraad heeft besloten het orkest een suppletoir subsidie van 12000 gulden te verleenen, overeenkomstig het voorstel van B. en W. De communist de heer Colthof wilde het geheele tekort van het orkest, zijnde f 22000 door de gemeente laten overnemen; met die 12000 gulden is ten slotte het orkest maar half geholpen, en nu het orkest geworden is een kunstinstituut voor de massa, die niet

Sluiten