Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

geveinsd. Waarom toch? Hij had een beweeglijk temperament, een onverzadelijken werklust, een nooit haperende fantasie met een elke moeilijkheid spelenderwijs overwinnende techniek. Hij was zeer vatbaar voor beheersching, nu satelliet van Bach of Brahms, dan Schumanniaan-genreromanticus bijna zooals een Krehl, Schütt of Fielitz, niettemin een geniale persoonlijkheid en stellig in alles oprecht. Buiten zijri muzikaal talent had hij blijkbaar geen ontwikkelden aanleg, althans geen letterkundigen of wijsgeerigen. En hij stierf jong. Zoo kan hij de groote meesters niet evenaren in hun eurhythmie van kunst en leven. Maar hij heeft aan velen en zeer verschillenden toch iets goeds, iets liefs en ook verheffends te zeggen, als zij hem naderen zonder vooroordeel. v. W.

■IINIIIIIINIIllllllllllipill I I Illllllltllllllllllllllll milllllll nu luiniiiii |||:|||

Het Praatje van de Maand.

Lili Green, de bekende danseres, die te 's-Gravenhage aan het hoofd staat van een ballet, heeft onlangs aan de Gemeente een vrij belangrijke subsidie gevraagd. Vragen staat vrij. Maar weigeren erbij. Mejuffrouw Green heeft de subsidie niet gekregen.

Met dit gemeenteraads-besluit kan ik mij heel goed vereenigen; want dat subsidie verleenen is een gevaarlijke aardigheid ! Men weet wel waar men begint, maar niet waar men ophoudt; waarom juffrouw Green wel en andere dansende dames niet. Natuurlijk zal iedereen de wijze waarop sommige gemeenteraadsleden zich over de danskunst, over het ballet uitgelaten hebben erg klein en benepen gevonden hebben ; voor verschillende Nederlanders schijnt het ballet, schijnt de danskunst altijd nog een uitvinding van Satan te zijn! In het buitenland denkt men er anders over; de groote opera-instellingen wijden alle een niets te wenschen overlatende zorg aan het ballet, en volstrekt niet zeldzaam zijn ballet-avonden, die de

opera-voorstelling vervangen. Vooral Richard Strauss, die leider van de Staatsopera te Weenen is, moet tot de balletliefhebbers gerekend worden; dat is dezer dagen weer gebleken.

In de „Redoute-zaal" van de voormalige hofburcht te Weenen, waar men tegenwoordig vaak operaatjes vertoont welke geen groot scenisch apparaat eischen (men geeft er bij voorkeur Mozart's Figaro en de Barbier de Seville en dergelijke werken) in die voornaam-weelderige intieme zaal zijn drie Fransche balletten gegeven, met een uitbundig succes. Heel oude muziek van Couperin le Grand en van Ram eau heeft Strauss geïnstrumenteerd en voor een uitvoering pasklaar gemaakt, zelfs meent men dat hij er een paar tusschenspelen, een paar korte inleidingen en een Finale bijgecomponeerd heeft. Na de oude Franschen is de zeer moderne aan het woord geweest: Maurice Ravel met het ballet „Ma mere 1'Oye" waarvan gij een uittreksel allicht van een onzer orkesten wel eens gehoord zult hebben. Het geheel moet bijzonder mooi geweest zijn, dermate voldaan hebben dat reeds een reeks herhalingen niet achterwege kon blijven.

Te Aken zou dezer dagen de eerste voorstelling van Franz Schreker's opera „Die Gezeichneten" plaats vinden; er was natuurlijk veel belangstelling voor het werk dat in Duitschland al zooveel pennen en tongen in beweging gebracht heeft. Aken, de stad die met Keulen niet in één dag gebouwd is, ligt tegenwoordig in het bezette gebied, dat wil zeggen in het gebied van verrassingen; en ook nu bleef de verrassing niet uit. Want juist toen men beginnen wilde, kwam de mededeeling, dat de Schouwburg op politiebevel voortaan des avonds om negen uur gesloten moest worden. Dat zal niet gaan, zei de directie, want deze opera duurt wel tot half twaalf. En men begon. Edoch, toen de klok negen sloeg, en men ongeveer tot de helft van het tweede bedrijf ge-

Sluiten