Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

163

het menuet herhaald. Beide hebben denzelfden vorm en bestaan weer uit twee deelen, waarvan het eerste, meestal 8 maten, op den dominant eindigt. Het tweede deel begint met een periode die naar de toonsoort terug leidt, waarna de eerste periode herhaald wordt, die nu niet op den dominant eindigt.

Wanneer het slotdeel in rondovorm geschreven is, heeft het het karakter van een coupletlied.

Hiermee heb ik getracht in korte trekken den vorm te beschrijven zooals wij ze bij de Mannheimers reeds aantreffen.

Aan enkele kunstgenres, die op het karakter der symphonie in Haydn s en Mozart's tijd hun invloed mogelijk hebben doen gelden, moet nog de aandacht worden gewijd. Het zijn de Cassatio en de Serenade. Mozart en Haydn hebben beide genres ijverig beoefend, vooral in hun jeugd, en ik meen dat sporen van dit lichte werk wel degelijk in hun symphonieën zijn aan te wijzen.

Cassatio wil eigenlijk zeggen: afscheid, vertrek. De cassationen waren muziekstukken die aanvankelijk dienden voor het slot van een concert; dus wat wij uitsmijters noemen. Ze zijn waarschijnlijk de afstammelingen in rechte lijn van de oude populaire danssuite. Daar zij in zeer eenvoudigen stijl geschreven waren, werden zij zeer populair en de Weensche jongelieden beschouwden ze als de meest geschikte muziek om meisjesharten mee te winnen. Zoo kreeg de uitdrukking „cassaten laufen" spoedig burgerrecht in den zin van: galante avonturen zoeken. Aan „cassaten laufen" kwamen de componisten echter niet toe, ze hadden het veel te druk met cassaten componeeren, wat misschien wel hun voornaamste bron van inkomsten was.

De Serenade daarentegen was niet bestemd om in maneschijn onder het raam van een blonde schoone gespeeld te worden, ze hoorde thuis op de groote feesten. Haar

eerste deel was een marsch en ik vermoed dat Haydn aan deze marziale inleiding het idee te danken heeft om langzame inleidingen voor zijn symphonieën te schrijven. Verder had de serenade de eigenaardigheid dat haar afzonderlijke deelen (soms 10) door een menuet steeds gescheiden waren. Dat de vorm der serenade soms sterk naar dien der symphonie overhelde, bewijst het feit, dat Mozart van zijn Hafner serenade door weglating van eenige menuetten een symphonie maakte.

(Wordt vervolgd). iiiriiiiiiiifMiiJiiJiiiMiiiriiiMiJiiiitjiiiiMMirjiiMiii jie]i)|[«|[ji±ii jii;i/;/.*u;r iiiitjitiiijiiitiitirt iiJiuifiiiiMiir iiiiijiiiiiii tiiriiii

Boekbesprekingen.

Bij de firma J. B. Wolters (Groningen— Den Haag) is verschenen de tweede druk van „Ontwikkelingsgang der Muziek van de oudheid tot onzen Tijd," door S. van Milligen, ditmaal met medewerking van Sem Dresden. Het stemt tot voldoening dat in een tijdsbestek van elf jaren een werk van dien omvang (690 bladzijden) in ons kleine land, met een tamelijk beperkt debiet, moet herdrukt worden. Dit feit op zich zelf mag de beste aanbeveling genoemd worden voor de bruikbaarheid van het boek. In de voorrede voor den tweeden druk schrijft de auteur „daar ik niet wist of het mij gegeven zou zijn op mijn leeftijd dien omvangrijken arbeid geheel te voltooien.... heb ik den heer Dresden uitgenoodigd zijn medewerking te verleenen." Het zal den heer van Milligen een verheugenis zijn inderdaad zijn werk voltooid te zien; gaarne bied ik hem daarmede mijn gelukwensch aan. De tweede druk telt ongeveer 70 bladzijden meer dan de eerste en dat niet alleen wegens de behandeling van de nieuwere en nieuwste meesters, maar ook door uitvoeriger uiteenzettingen van de beteekenis der oudere componisten. Zoo vindt men Bach in den nieuwen druk op bladz. 269 en in de oorspronkelijke uitgave op 232.

In twee nieuwe hoofdstukken heeft de

Sluiten