Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

24 Juni * Lina Ramann 1833—1913.

25 „ * Gustave Charpentier 1860.

fjoseph Joachim Raff 1822—1882.

* Lambertus Adrianus van Tetterode 1858.

26 .. * Hermina Marie Amersfoordt—Dijk 1821 —

1892.

* Giuseppe Saverino Raffaele Mercadante 1797—1870.

27 „ * Albert Loeschhorn 1819—1905.

* Friedrich Silcher 1789-1860.

28 „ f August Wilhelm Ambros 1816—1876.

* Robert Franz 1815 — 1892.

* Hans Huber 1852—1922. *Joseph Joachim 1831 — 1907.

* Johannes Henricus Loser 1850. 28 ., * Karl Georg Göhler 1874.

30 „ * Florimond Ronger Hervé 1825 — 1892. t Joseph Mertens 1834—1901.

Onlangs werd in Arnhem het tweede fluitconcert van Th. Verhey weer eens gegeven en als van ouds met groote waardeering ontvangen, terwijl zeker het publiek en vermoedelijk ook de ter plaatse nooit eerder op het podium verschenen speler zich niet herinnerde dat een datum naderde tot eerbewijs aan den componist, en dus alleen het werk en de weergaaf een zoo hartelijke stemming teweegbrachten. Dien gedenkdag hebben wij nu. Mij verheugt de gelegenheid om den hoogbegaafden beminnelijken kunstenaar te danken voor menig genot van zijn kleurige, welige muziek, en tevens voor zijn belangstelling in de beiaardkunst, die 't haar geschonken hulde-marschlied uit König Arpad, ook door mij nog van 't Rotterdamsch operagezelschap gehoord, opnieuw populair moge maken. Maar, ging ik van zijn composities gewagen, 't zou herhaling wezen. En hem persoonlijk te leeren kennen is mij niet ten deel gevallen; wel mijn collega, zijn stadgenoot Landré, die daarom het woord overneme.

„De laatste jaren heeft hij zich niet meer in het openbaar vertoond, natuurlijk mede in verband met zijn gezondheid, die meermalen reden tot groote ongerustheid gegeven heeft. In de late herfst bijvoorbeeld van het vorige jaar was de toestand geruimen tijd bedenkelijk, bereidde men zich op het ergste voor, doch de krasse kunstenaar is er weer bovenop gekrabbeld, zoodat wij zijn vijf en zeventigsten geboortedag zonder zorg kunnen herdenken, in de hoop dat hij nog lang gespaard zal blijven. Hij is een braaf, eerlijk man, een goed mensch, wien ik nog vele gelukkige jaren van harte gaarne toewensch.

Eerlijk, zeker. En daarom kwam hij er

(de laatste jaren heb ik hem niet meer ontmoet) altijd rond voor uit, dat hij met de modernen niet mee ging. Hij schold ze niet, maakte er zich ook nimmer op een goedkoope manier vroolijk over, maar erkende gulweg dat hij hun zijn sympathie niet geven kon, dat hij nu eenmaal andere begrippen van muziek had. Een man van onzen tijd is hij niet meer dus, maar dat zijn verdiensten groot zijn, dat hij een door en door knappe musicus is, staat vast, moet door vriend en vijand erkend worden. Verhey's glorie-tijd viel zoo omstreeks 1880, toen de destijds vermaarde Hoog-Duitsche Opera te Rotterdam eerst zijn „Johannisfeier auf Amron" en daarna zijn „Imilda" en „König Arpad" ten tooneele bracht. Men kent ze thans niet meer deze opera's — hoewel verscheidene meer bejaarde Rotterdammers er toch nog wel een herinnering aan hebben ■—1 en het is best mogelijk, dat, werden zij nu weer eens vertoond, zij ons geen grooten indruk meer zouden kunnen geven. Maar in den tijd toen Verhey er mee kwam was het alleszins goed werk; men kan het gerust naast het briljantste uit de na-Mendelssohn periode noemen en dikwijls vraag ik me af: wie weet of „Imilda", mits goed vertoond, het toch nog niet doen zou, voor een enkelen keer, bij wijze van afwisseling.

Van jaren terug herinner ik me altijd nog Verhey's „Trompeter-lieder" uit „Der Trompeter von Sakkingen"; hoeveel muzikaler, hoeveel zwieriger en voornamer van allure waren die dan de zangstukken die door andere landgenooten zoo tusschen de jaren 1870 en 1880 gecomponeerd werden!

Het meeste genoegen heeft Verhey beleefd van zijn Concerten voor fluit met orkest die nu nog op het repertoire van verschillende fluitisten voorkomen, die bij herhaling in het buitenland ten gehoore gebracht zijn. Ary van Leeuwen, die jaren lang eerste fluitist aan het orkest van de Hof-opera te Weenen geweest is, plaatste Verhey's concerten vaak op zijn programma's.

Juist op den dag dat dit nummer van ons tijdschrift verschijnt, viert Verhey zijn 75ste geboortefeest; moge het voor hem een blijde dag worden, moge deze dag hem de overtuiging schenken, dat hij vele vrienden heeft, die het in herinnering houden, wat hij voor demuziek gedaanheeft."

Sluiten