Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

205

Overigens — wat al heele decenniën ditmaal ! Elf zijn ervoorbij sindsdegeboortevan den om zijn twee dikke boekdeelen over Mozart nog onontbeerlijken Otto Jahn, den als philoloog, archaeoloog en musicus eersten klassieken toonkunstenaarsbiograaf; negen sinds die der eerwaardige Lina Ramann, wier levensbeschrijving van Liszt, hoezeer critisch eenzijdig, immers louter bewondering, in zorgvuldigheid en edele gezindheid onovertroffen is. Grieg zou tachtig jaar geworden zijn; zeventig de Stockholmer Sjögren, die niet alleen in zijn vioolsonates maar ook in den pianocyclus Eroticon en andere werken zooveel warmhartigs gezegd heeft. Zestig wordt Arthur Seidl, de wijsgeer die het leelijke 't nog niet mooie, het verhevene 't niet meer mooie noemt en in zijn opstellenbundels, de lijvige Wagneriana, waar nieuwe bij kwamen, voornamelijk buiten Wagner allerlei beredeneert, frisch, levendig, joviaal; zestig ook Weingartner, aestheticus-historicus en technisch adviseur, vertaler en uitgever van tijd tot tijd, en als componist alleen door twee schrijvers omstandig behandeld, niettemin denkelijk voor nagenoeg eiken waarnemer hoofdzakelijk reproductor, meer van het oude dan van het jonge gebleven, maar een haast onvergelijkelijk suggestief dirigent, bij wien men onder den invloed van zijn kracht zichzelf met heerlijken waan een sterk aanvoerder gaat voelen. Wij kunnen moeilijk doorpraten over alle zes; laat het dan even over Grieg wezen.

Wordt hij niet onderschat, simpel en verouderd gevonden, ook en misschien vooral door onze Debussy-vereerders, die toch behooren te weten hoeveel hun meester hem verschuldigd was? Tot hem vluchtten Franschen om los te komen van Wagner — in Le Renouveau zegt Rolland: Un engouement exagéré pour Grieg (si limité qu'il füt a un petit groupe) était un indice de la saute du goüt public. Én hij bevrijdde zich ongeveer dertig jaren vroeger uit de Leipzigsche Mendelssohn-epigonie bij de muziek van zijn volk. Geen eigen oorspronkelijkheid zoekend maar de Noorsche melodieën naar zijn inzicht van hun zin vertolkend ontdekte hij harmonieën die later op vreemden bodem werden verplant en voortgekweekt. Een overal inheemsche volksmuziekfiguur is, zooals Garms eens in een lezing deed opmerken, a g e. Houd wegens overheerschend mineurkarakter

van Skandinavische wijzen den toonaard voor a mol, en e voor tonica: gij hebt een typisch Grieg-motief. Hij heeft wel aan 't begin van zijn pianoconcert gis geschreven, maar aan 't eind, in de grandioze peroratie van het verwante tweede finalethema, g, tot verrukking van Liszt, öök een volksmuziekdoorgronder. Vermijdt niet — het is een ander maar toch te vergelijken geval — ons volk in 't Wien Neerlandsch Bloed den leidtoon bij de wending naar den dominant? Uit volksmuziekeigenschappen kan men veel eigenaardigs van Grieg's kunst verklaren, zeker het gevarieerd aanhefherhalen, het overwicht van marschen dansrhythmen, de beknopte periodesymmetrie, de weerbarstigheid tegen doorgewerkten stijl, de scherpe geleding dus in groote vormen, hoedanigheden die geen of weinig impressionistische navolging kregen. Maar met een lijst van formules, al zou die stellig interessant kunnen zijn, banadert men het essentiëele niet. Wat Valborg Isaacsen—Dudok Van Heel in haar brieven van de Prestegfrue zoo bekoorlijk en weldadig vermocht, kan hij nog intersiever dan zij. De natuur van zijn land en de ziel van zijn huis gaf hij met innige, teere, hartelijke, liefderijke, trouwe, daarbij vurig-energieke persoonlijkheid, die lichaamszwakte door spanning van geestesveerkracht overwon en wel niet streefde naar volledige meedeeling, zelden van het somber-grootsche sprak en nooit van het grauwe, drukkende, mismoedig stemmende, maar des te meer van zonnedagen en schemernachten, van lentereinheid, zomerweelde, winterbehagen, van geluk en dankbaarheid. Een nationalist, eerlijk, eenvoudig en fijngevoelig als hij mogen wij voor de lyriek van onze kunst ieder volk toewenschen, 't liefst het onze. v. W.

Illlllll IIIIUIHUIHIHUIIUH

Tijdschriften.

Muziek- Warande. — Van Hullebroeck's reis door Amerika maakt zijn maandblad een goed gebruik om zijn portret op den omslag te geven en hem met een door Aimé de Cort geschreven artikel eens hartelijk te doen gedenken. Lambrecht Lambrechts begint een beschouwing „Peter Benoit en zijn onderwerpen," bepleit de noodzakelijkheid eener nog steeds gemiste

Sluiten