Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

P. A. VAN WESTRHEENE. 2 October 1863-1923.

Hoe velen heeft hij in al die jaren dat hij ons blad met zijn „Belangrijke Data" versiert, gehuldigd, op hun geboortedag — of iets daarvoor — een aangename verrassing thuis gestuurd, in den vorm van een dier uitnemende causerieën, welke altijd weer de bewondering wekken.

Het is nog niet zoo lang geleden, dat iemand mij, toen wij het over de „Belangrijke Data" hadden, vroeg: „hoe haalt die man het altijd weer bij elkaar". Inderdaad; ik vraag het me ook af. Hoe kan iemand om de twee weken, jaar in jaar uit, stukken schrijven, die steeds anders, dus steeds verrassend zijn, waar zooveel kennis in geborgen is, keurig verzorgde stukken, door vorm en inhoud beide, immer ten zeerste het lezen waard.

Dozijnen heeft hij in den loop van de jaren naar voren gebracht; nu is het zijn tijd, nu moet hijzelf op het podium komen. Hij zal er misschien niet veel zin in hebben, zal schoorvoetend meegaan, trachten te ontsnappen. Maar het zal niet gelukken; ik heb hem goed vast en laat hem, al stribbelt hij nog zoo tegen, niet eer los voordat Gij hem allen goed voor U gezien en voor zijn kostelijk werk goed toegejuicht hebt, bij gelegenheid van zijn zestigsten geboortedag, dien wij morgen 2 October zullen herdenken.

Met onzen gewaardeerden uitgever, den heer Wegelin, heb ik dat plan stilletjes bekokstoofd. Voor het eerst, beste collega, sedert de jaren dat wij samenwerken, hebben wij iets achter uw rug gedaan, maar dat moest wel, want hadden wij er iets van verraden, Gij zoudt ons natuurlijk verzocht hebben om het „asjeblieft niet te doen".

Gelukkig heeft de heer Wegelin mij niet gevraagd dit keer als „Belangrijke Data"schrijver te willen optreden. Ik zou er hartelijk voor bedankt hebben, wel wetende dat het noodzakelijk op een echec zou

moeten uitloopen; want die rubriek is, om zoo te zeggen v. W.'s uitvinding en wat hij er sinds jaar en dag in geschreven heeft is zöö eigen, zöö persoonlijk, dat iedere poging tot nabootsing falen moet. Eigenlijk is dat wel het grootste compliment, dat ik Van Westrheene geven kan, de erkenning dat zijn werk is de onder alle omstandigheden duidelijk te herkennen uiting van een sterke persoonlijkheid.

Pieter Anne van Westrheene, wiens zestigsten geboortedag wij morgen met vreugde zullen herdenken, is te Rosendaal bij Arnhem geboren. Hij liep daar in de Geldersche hoofdstad het Gymnasium af, studeerde te Leiden in de Letteren, werd leeraar aan het Gymnasium te Tiel, en daarna redacteur aan de Nieuwe Arnhemsche Courant. Natuurlijk was de muziek, die altijd zijn liefde had, gedurende de jaren van studie niet verwaarloosd; degelijke onderwijzers zooals H. A. Meijroos en Enderlé te Leiden hebben hem gevormd tot den bekwamen musicus, dien men uit te weinig gehoorde composities onmiddellijk leert kennen.

Aan de Nieuwe Arnhemsche Courant is Van Westrheene als redacteur van Kunst en L etteren trouw blijven werken; men zal zich herinneren hoeveel hulde en onderscheiding hij verleden jaar bij zijn 25-jarig ambtsfeest heeft mogen ontvangen.

Behalve de courant, die vooral als de schouwburg en de concertzalen geopend zijn, heel veel van zijn kunstredacteur eischt, behalve de courant heeft Van Westrheene nog zijn zangvereeniging }. S. Bach, en de veelomvattende taak van tijdschrift-redacteur, geeft hij zijn lessen en ondanks dien overvloed van werk komt er niets uit zijn handen, dat ook maar eenigszins de gedachte aan vluchtigheid zou kunnen wekken. Het is altijd af en doorwrocht wat hij doet en tegelijkertijd heeft hij zrjn vernuft, dat hem steeds voor drooggeleerd zijn behoedt.

Zoo heb ik hem in de tien jaren van

Sluiten