Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

kio-e hulpmiddelen een middel van bestaan zoeken in het onderwijzen van de groote hoop die voor een prijsje ook eens wat muziek wil leeren.

Men moet voor weinig geld, liefst in den kortst mogelijken tijd, zoo ver gebragt worden, dat men kan meedoen. En de afhankelijke onderwijzer kan, zoo hij al wil, geen degelijk onderwijs geven, terwijl hij vaak niet zelfstandig genoeg is, of kan zijn, om zijnen leerlingen te doen gevoelen, dat hij op die wijze slechts breekebeenen vormen kan.

In alle andere zaken zet men op den voorgrond: als ik het niet goed leeren kan of goed onderwijs doen geven, uan onthoud ik mij liever, maar op het gebied der muziek schijnt er dat weinig op aan te komen.

En nu moge men zich te vreden stellen als er lateikan meegepraat of meegedaan worden, maar die onverschilligheid staat zeker aan de muzikale ontwikkeling in den weg.

Ik acht het eene gelukkige instelling, dat, in de meeste vakken van onderwijs, zekere eischen gesteld zijn aan degenen die als onderwijzers willen optreden. Waarom, zou ik bijna vragen, is het op het gebied der muziek aan ieder wie wil geoorloofd, om zich voor onderwijzer uit te geven en met onbeperkte willekeur te knoeien, te bederven, de kunst te mishandelen, hare waardeering in den weg te staan?

De kunst heeft beteekenis en belang voor de volksontwikkeling of zij heeft het niet. In het eerste geval zorge men, dat zij aan haar doel bsantwoorden kunne. Heeft zij het niet, men bekommere zich ook niet om haar, maar houde dan op met ophef van haar te spreken, als van een niet te verwaarloozen middel, om te beschaven en te veredelen.

Ik erken, dat het niet gemakkelijk gaan zou, om door wettelijke bepalingen cle richtige beoefening der kunst te verzekeren, maar wat geene wetten kunnen, clat kan eene juiste beschouwing der zaak, door middel van al wie in haar belang stelt. En zoolang men zich te vreden houdt met allerlei beunhazen toe te laten en zich bij voorkeur bedienen blijft van onkundige, onwaardige leidslieden, zal het wel eene wanhopende poging zijn, om de kunst tot haar recht te brengen en van haar partij te trekken bij de opvoeding in huis en in de maatschappij.

Het denkbeeld zou wel eens geopperd kunnen worden om aan onze scholen, even als voor het handteekenen, een cursus voor muziek te verbinden, waarvan het bijwonen natuurlijk facultatief zijn zou, maar waarin belangstellenden een waarborg zouden hebben voor goed onderwijs, omdat cle onderwijzers, even als voor cle teekenkunst, het radikaal zouden moeten bezitten, om als zoodanig op te treden. Het is zeker, clat er in alle standen onzer maatschappij elementen schuilen, waarvan cle opsporingen ontwikkeling goede vruchten zou dragen. Werd de smaak van het pribliek veredeld door meerdere en grondiger kennis, het oor zou zich voor het wanklinkende sluiten, de halfwassenen zouden geene plaats meer vinden en voor de would be muzikanten bleef niets anders over, dan zich te bekwamen of van eene verdervende taak af te zien.

Ik beeld mij geenszins in, clat daardoor algemeen eene klassike richting aan cle muziekstudie en beoefening zou gegeven worden, want het zal daarmede zijn als met alle andere zaken, clat terwijl de een slechts het ernstige en degelijke wil, de andere zich vergenoegt met het luchtige en oppervlakkige.

Maar er zou misschien eens een einde komen aan zoo

veel onreins waarmede men de kunst bevlekt; het dilettantisme zou minder profanie zijn en wie weet of wat meer muzikale zin niet bevorderlijk zijn zou aan de harmonie in het maatschappelijke leven.

Zoolang men intusschen met de meeste koelbloedigheid de kunst aan haar zelve overlaat en elke ontheiliging, elk misbruik blijft dulden, klage men niet, dat, ondanks alle sympathie voor de muziek hier en daar getoond , nog met zooveel recht kan gezegd worden: »wat zijn wij weinig muzikaal".

Correspondentie.

W. te Nijmegen. — Mogen wij u aan uwe toezegging herinneren?

Onzen correspondent te Amsterdam. — De heer Joh. M. Coenen schrijft ons in een brief, waarvan wij den toon liefst niet kwalificeeren, onder anderen: »Bij cle ontvangst van de Caecilia heb ik niet gelezen van de uitvoering mijner Feest Cantate, nog in de vorige dat dezelve zou opgevoerd worden, van de Piusfeesten etc. etc. alles in het bizonder. Wat is hiervan de reden?" — Wilt gij die vraag beantwoorden?

Onzen correspondenten te Arnhem en Zwolle. — Uwe belangrijke verslagen moeten, door plaatsgebrek, tot het volgend nommer blijven liggen.

ADVERTENTIE N.

J. DE HAAN te Haarlem geeft uit en heeft alom verzonden:

Onze Vader en Fuga van Bach

VOOR PIANO VIERHANDIG.

MET EEN VOOBWOOED VAN li. 110 O S 1> O 111*.

Prijs ... ƒ 0.80. 18

Muziek- en Pianohandel. LOUIS ROOTHAAN

UTRECHT. W

Centraal-Depot: EDITION PETERS.

Bustes, Statuëttes, Photographïën, Metronomes, ffluziekpapier, Staalgravures, Viool- en Violoncelsnaren.

GEDRUKT BIJ C. A. VAN REYN TE 'S GRAVENHAGE.

Sluiten