Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

440

heid geschikt voor dit concert en de algemeene indruk was zeer gunstig.

Mejufvrouw Eachel van Lier, de zoo jeugdige pianiste, deed in de Eondo Capriccioso van Mendelssohn, de Fantaisie sur 1'Opéra Lucie de Lammermoor van E. Prudent, het Fragment du Ome Concerto van Henri Herz en Les Courriers van Bitter, haar veelzijdig talent, haar bijzonder ontwikkelde techniek bewonderen en beantwoordde geheel aan de verwachtingen welke het verslag van haar optreden te Amsterdam had opgewekt. De terugroeping door het publiek en de vereerende toespraak van Hare Majesteit legden daarvan het bewijs af.

Mejufvrouw J. Levié, eene leerlinge van den heer Schneider te Botterdam, zong de prachtige aria uit Haydn's Schopfnng zoo onberispelijk, met zulk eene uitmuntende methode en zoo frissche, glasheldere stem, dat het publiek in geestdrift geraakte en ook haar de eer der terugroeping schonk.

Mejufvrouw Le Delier, de onderwijzeres voor den zang aan de antwerpsche muziekschool, bracht het hare bij tot opluistering dezer soirée. Hare voordracht van het air »Di tanti palpiti", uit Eossini's Tancredo, en haar duo, met mej. Levié, uit Mozart's Co si fan tutte, deden haar als eene zeer verdienstelijke altzangeres schatten die, thans onder de leiding van den heer Schneider, van zulk een uitmuntenden professor en zijn methode veel voordeel kan trekken.

De heer Schneider accompagneerde zijne leerlingen, die zijn onderwijs eer aandoen en het op nieuw doen betreuren, dat zijn talent voor Nederland zal verloren gaan.

De heeren H. Heuckeroth, solo-trombonist, vroeger lid van het Stumpff-orkest te Amsterdam, thans muziekmeester te Groningen en M. den Hartogh, die aan het haagselie opera-orkest verbonden is, hadden eveneens het voorrecht zich op dit concert te doen hooren. Beiden hielden hunne gevestigde reputatie staande, eerstgenoemde door het voordragen van Beethoven's Adelaide en eene Fantaisie brillante van Samethini, waarin . hij zijn meesterschap over zijn moeilijk instrument duidelijk aan den dag legde; de andere door de L é gen de van Golterman, de Fantaisie van S. Lee op thema's uit Gounod's Faust, eene Eomance van Suhr en de geestige Gavotte van Martini, door Norblin voor violoncel gezet.

Rotterdam. — Onder directie van den heer C. C. A. de Vliegh , gaf de liedertafel: Botte's Mannenkoor op Donderdag 10 Augustus 1871, een concert met het volgend programma:

Eerste Afdeeling. 1. Den Zonen van 't Lied een Welkomst, C. C. A. de Vliegh; 2. De Geboortegrond, J. Fr. Dupont; 3. Der Morgenstern, Jos. M. H. Beltjens ; 4. Pr e g hi e r r a (Solo Kwartet), Jos. M. H. Beltjens; 5. Festgesang an die Künstler, Fel. Mendelssohn Bartholdy.

Tweede Afdeeling. 6. Doppelstiindchen, A. Zöllner; 7. Des Heeren Huis, J. C. Boers; 8. Beneden en boven, C.C.A. de Vliegh; 9. SchafersSonntagslied, C. Kreutzer; 10. Hollands Glorie, Bich. Hol.

Nos. 1, 5 en 10 met Orkest-begeleiding van koperinstrumenten.

— Op Vrijdag 11 Augustus gaf de heer S. de Lange op nieuw eene orgelbespeling in de groote kerk. Het programma bevatte:

1. Fantaisie, (G-dur), J. S. Bach; 2. Andante, uit de Orgelsonate van A. Mailly; 3. Orgel Concert

No. 6, (B-dur), G. F. Handel; 4 Abendlied, E. Schumann; 5. Fuga, (G-dur), J. L. Krebs.

Arnhem. — Een overzicht van de hier ter stede in den afgeloopen winter uitgevoerde muziekwerken mag in het muzikaal orgaan van Nederland niet ontbreken.

Daarom bieden wij der redactie de volgende opgave aan, en voegen er een woord van hulde aan toe voor onzen volijverigen muziekdirecteur, den heer H. A. Meyroos, onder wiens zorgzame leiding de ensemblestukken doorgaands zeer verdienstelijk, altijd de krachten waarover wij hier te beschikken hebben in aanmerking nemende, werden ten gehoore gebracht en wien wij in het bijzonder moeten dankzeggen voor de degelijke keuze zijner programma's die niet alleen uitmunten door de daarin aangebrachte afwisseling maar ook zoo juist geschikt zijn om bij ons concert-publiek den smaak voor goede muziek op te wekken of te verbeteren.

De concertvereeniging St. Caecilia gaf zes concerten; daarop werden uitgevoerd de volgende Sinfoniën: op het 1ste concert, die in C-moll No. 5, Van Beethoven. — 2de concert, D-dur, Haydn. — 3de concert, D-moll, Schumann. — 4de concert, Eroïca No. 3, van Beethoven. — 5de concert, D-dur, Haydn.

Op het zesde concert is geen sinfonie gegeven. Het werd, daar de directeur wegens een sterfgeval in zijne familie afwezig moest zijn, gedirigeerd door den heer Eichard Hol uit Utrecht.

Ouverturen werden ten gehoore gebracht op het: 1ste concert, Prometheus en Fidelio, beiden van Van Beethoven. — 2de concert, ouverture Op. 124, Van Beethoven en Euryanthe, v. Weber. — 3de concert, Hamlet, Gade en Don J u a n, Mozart. — 4de concert, Athalia, Mendelssohn.—5de concert, Eübezahl, VonWeber, en Eienzi, Wagner. — Ode concert, Medea, Bargiel, L e o n o r e No. 3, Van Beethoven en E o b e s pi er re, Litolff.

Solisten waren op het 1ste concert: Mej. Anna Steffan, Straasburg (zang), Herr Isidor Seiss, Keulen (piano). (Alle werken op het eerste concert strekten ter herdenking aan den 100-jarigen geboortedag van Van Beethoven.) Op het tweede concert: Jos. Holman, Maastricht (violoncel) , mej. Wilh. Gips, (zang); deze werd op den clag van het concert ongesteld en toen is door de heeren Merkenstein, Aarinksen en Kalshoven van hier een Trio van Mendelssohn (C-moll) voorgedragen. Op het 3de concert: Aug. Wilhelmj, Wiesbaden (viool), mej. Henriette Burenne, Weenen (zang). Op het 4cle concert: Mej. Sophie Menter, Munchen (piano), mej Wilhelmine Gips (zang). Op het 5de concert: Friedrich Grützmacher, Dresden (violoncel) , mevr. Walter—Strauss, Bazel (zang). Op het Ode concert: Emil Scaria, Dresden (zang), mevr. Norman Neruda, Stokholm (viool).

De zangvereeniging van de afdeeling der Maatschappij tot bevordering der toonkunst gaf twee concerten waarvan de programma's aldus luiden: 1ste Concert: Anb e t u n g, Hymne voor koor, solo en orkest van mevrouw Van Amersfoord geb. Dijk; en Die LetztenDinge, Oratorium van Spohr; de solo's voorgedragen door dilettanten. 2de concert: E1 i a s, Oratorium van Mendelssohn. Behalve de heer Max. Stagemann, uit Hanover, die de Eli as-partij zong, waren de solisten weder dilettanten.

De zangvereeniging Euphonia 1 gaf in hare uitvoe-

1 Twee zangvereenigingen voor gemengd koor onder een en denzelfden directeur! Geeft dat geen versnippering van krachten en is éene vcreeniging niet wensen olijk en mogelijk? Red.

Sluiten