Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

151

de toon die haar boeit, of beter, de trilling der lucht, die een weldadigen invloed op het diertje uitoefent; een invloed, die zich zelfs doet gelden op de anorganische stof, en de verspreide zandkorrels tot schoone, symmetrische figuren vereenigt.

Staat het publiek dat rondloopt, babbelt, eet en drinkt tijdens de uitvoering van schoone muziek, hooger dan de spin?

IV.

Men vraagde onlangs door middel eener advertentie een hulponderwijzer te V. Men gaf te kennen, dat, als hij tevens les kon geven in de muziek, zijn inkomen aanmerkelijk zou worden verbeterd.

Kan zulk eene advertentie ook bijdragen tot de kennis van nederlandsche kunstwaardeering ?

V.

Wat heeft toch wel de Muze der toonkunst misdaan, dat, terwijl men examens vordert voor talen, voor het teekenen, voor gymnastiek, borduren, enz., men ongestraft mag knoeijen in hare kunst alleen?

VI.

In een onzer dagbladen 1 werd de aandacht gevestigd op de luidruchtigheid van het publiek onder de uitvoering van muziek in het Paleis v. V. te Amsterdam.

»'t Is waar" — dus spreekt de verslaggever — »dat hetzelfde stuk den een ernstig, den ander vroolijk stemt," maar niettemin ziet hij in eene zoodanige ongepaste en hinderlijke luidruchtigheid, niet alleen een bewijs van een bijzonder slecht begrip van welvoegelijkheid, maar ook van een ruw gevoel voor het schoone.

Zou men niet veeleer mogen denken aan eene geheele afwezigheid van schoonheidsgevoel? En wat beteekent het, dat hetzelfde stuk den een ernstig, den ander vroolijk stemt ? Kan ooit een geestig allegretto, of een scherzo van een Beethoven of Haydn, kan zelfs de meest vroolijke of comische muziek, onder de uitvoering aanleiding geven tot eene ongepaste luidruchtigheid, tot storende, alle genot bedervende intermezzo's ?

De muziek zij ernstig, vroolijk of geestig, men luistere met aandacht.

Evenmin als men onder geschuifel en gepraat een treurspel van Shakespeare of een blijspel van Molière zou kunnen genieten, evenmin kan men, onder dergelijke omstandigheden, de muziek hooren uit de muziek, of hare poëzie verstaan.

1 Hbl. 20 Juli.

TEE BEOOEDEELING ONTVANGEN MUZIEKWERKEN (sedert Mei jl.).

Van de uitgevers Th. J. Roothaan te Amsterdam:

R. Hol Op. 50. De Klavierspeler. Theoretisehe en

Praktische Handleiding, le en 2e stuk.

Id. . Op. 45. Heft 1, 2 & 3. Der Anfangerim

Pianofortespiel. Sehr leichte Stiicke zu 4 Handen.

Id Op. 55. De Oranjevaan voor Mannenstemmen

metKoperinstrumenten.-- Klavieruittreksel. H. C. van der Fink. . . Op. 9. Drei Phantasie-Stiicke für das Pianoforte.

Id. Op. 13. Capriccio pour Piano.

Joh. J. H. Verhulst. . . Pius-Kantate voor Mannenstemmen, Solo en Koor. — Klavieruittreksel.

6. A. Heinze Op. 50. Zwei Münnerquartette.—Partitur.

J. H. Broekhuyzen ... Sta pal. Vierstemmig Mannenkoord. — id.

Frans Coenen De Stem der Zee, voor Mannenkoor met

Orkest. — Klavieruittreksel. J. "Worp Pelgrimslied, voor Mannenkoor. — Partituur.

Tan den uitgever Louis Roothaan te Utrecht:

J. P. Sweelinck Zeven Orgelstukken (1561—1621).

Joh. J. H. Verhuist . . Op. 56. Te deum Laudamus.

R. Hol Op. 53. Vier tweestemmige liederen met

Klavier. (Nederland le Aflevering.)

Id Op. 60. Zes eenstemmige Liederen met Klavier

(Nederland 2e Aflevering).

Id Op. 61. Vijf tweestemmige Liederen met

Klavier. (Nederland 3e Afl.) Id Op. 62. De avondstond. Kleine Cantate driestemmig met Klavier. (Nederland 4e Afl.)— Partituur.

Id Op. 58. Een Kerk, voor Mannenstemmen

(Solo en Koor). — Partituur. Marius A. Bkandts Buys. Op. 17. Werkmanslied voor Mannenkoor. — Partituur.

Dr. A. D. Loman Drei Characterstücke fur Violine (oder Violoncel!) und Klavier.

Van verschillende uitgevers:

S. de Lange Jr Op. 6. Nachts in der Kajüte. Ein liedercyclus

für einc Singstimme met Klavier. Leipzig, Roh. Torberg.

Nederlandsche Zangstukken. Eerste Reeks. Twaalf eenstemmige Liederen met Piano. (üitg. van het Willemsgenootschap.) Gent. W. Rogghé.

E. Grégoir Vier Liederen, eenstemmig met Piano. Amsterdam, Brix v. Wahlberg.

P. Kleinert. , Sechs Kriegslieder für eine Singstimme mit

Piano. Berlin, Hugo Kastner.

J. RissÉ Erins-Harfe. Irlandische Volksmclodién,

deutsch hcrausgegeben für eine Singstimme mit Klavier. Heft 1, 2 & 3. Hannover,

G. Schlüter.

O. H. Lange. ...... Aus Volkes Mund u. Herz. Alte deutsche

Volkslieder, für eine Singstimme. Heft 1 u. 2. Hannover, G. Schlüter.

Th. Vaas Green Erin. Fantasien für Piano, über

Irlandische Volksmelodien. Op. 5 & 6. Hannov. G. Schlüter.

W. de Haan Op. 1. Acht vermischte Stücke für das Piano-

forte zu vier Handen. Heft 1 u. 2. Rotterdam, G. Ahlsbach & Co.

E. Grégoir Op. 140. Trauermarsch (1870) für das Piano-

fortc. Leipzig, C. F. W. Siegel.

Id Op.143. Marchetriomphalc(GreatAttraction)

pour Piano. Gand, Chs. de Vylder. Temper Jitris Gelegenheids-polka voor Piano. Dordrecht,

H. R. van Elk.

H. Scholz Op. 20. Albumblatter. 12Clavierstücke. Leipzig, F. E. O Leuckart.

A. Rubenson Suite pour Orchestre. Arrangement pour

Piano a 4 mains. Copenhague, C. C. Lose..

G. Vierling Op.22. Psalm 137 für Chor, Solou. Orchester.

Partitur. — Leipzig, F. E. O Leuckart.

Max Bruch '. Op. 34. Römisehe Leichenfeier für gemischten

Chor u. Orchester. Partitur. — Leipzig, F. E. C. Leuckart.

F. Heller Op. 151. Israel's Siegesgesang. Hymne für

Chor, Sopransolo u. Orchester. — Klavierauszug. Leipzig, F. E. O Leuckart.

F. Krieger Der rationelle Musikunterricht. Leipzig, F. E.

O Leuckart.

F. Hellek Aus dem Tonleben unsrer Zeit. Neue Folge.

Leipzig, F. E. C. Leuckart.

H. Mendel Musikalisches Convcrsations-Lexicon. Erster

Band. Berlin, R. Oppenheim. L. Hopman Dr. phil. . . Ein Programm zu Beethovcn's neunter Symphonic. — Berlin, E. Grosser.

Sluiten