Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

2. Adagio, op 57, L. Van Beethoven; 3. Koraal, »Christ lag in Todes Banden," met veranderingen, J. S. Bach; 4. Andante van het 4e Orgel-Concert, O. F. Handel; 5. Sonate No. 6 op het Koraal: »Vater unser im Himmelreieh", Mendelssohn; 6. Naspel, Themas van Mozart.

■— Eveneens in de Domkerk had op 4 September de dertiende openbare Orgel-Bespeling, van den heer Eichard Hol, plaats met dit programma:

1. Praeludium Es dur, J. S. Bach; 2. Adagio, uit de Sonate op. 30, voor vier handen 1 en dubbelpedaal, G. Merkel; 3. Variatien over den Basso Continuo van het eerste deel der cantate van J. S. Bach:

„Weinen, Klagen, Angst und Notli „Siud des Christen Thranenbrod."

Met de Koraalmelodie aan het slot:

„Was Gott thut das ist wohl ?gethan." Franz Liszt; 4. Twee geestelijke Liederen, F. Schubert; 5. Toccata en Fuga, D-moll, J. S. Bach.

Olinutz. — Het zangersfeest is uitmuntend geslaagd «n heeft aanleiding gegeven tot uitingen van geestdrift der Duitsch-Oostenrijkers. Op 13 Augustus werd de banier der olmützer mannen-zangvereeniging gewijd; dr. _ Machanek hield bij die gelegenheid een feestrede waarin hij de macht van het duitsche lied en van den duitschen zang verheerlijkte. Des namiddags had de feestelijke optocht plaats. De vereenigingen groepeerden zich derwijze dat steeds de zangvereeniging, de staatkundige- en de gymnastiek-vereeniging uit dezelfde plaats bij elkander geschaard waren. De optocht werd overal met luide toejuichingen en een bloemenregen ontvangen.

Des avonds ten zeven uren kwam men voor het concert bij een dat aan aller verwachtingen voldeed; een bal sloot de feestviering.

Parijs. — De pianist Henri Dombrowski heeft aan den fotograaf Pierre Petit, en de kunsthandelaars Audouard, Préau, Hivert en Hautcoeur een proces aangedaan, met eisen van schadevergoeding tot een bedrag van fr. 100.000, omdat zij 200.000 afdrukken van zijn portret verkocht hebben als dat van den beruchten generaal van dien naam tijdens de Commune.

Madrid. — De concerten van de Sociedad de Conciertos hebben aan het muziek-saizoen alhier een ongekenden luister bij gezet.Nimmer nog werd de concertzaal Circo e Teatro de Madrid, welke in eigendom aan graaf Eivas toebehoort, zoo talrijk bezocht; maar ook de programma's waren, door de namen van Schumann en Wagner en door de voor 't eerst ten gehoor gebrachte werken van Beethoven (de groote Leonore ouverture, de sinfonie in C-moll en het septet), zeer verrijkt en aanlokkelijker gemaakt; een en ander voorspelt een schoone toekomst aan deze onderneming. De uitvoeringen waren, onder leiding van Monasterio, (onderwijzer voor de viool aan de muziekschool en stichter van het kwartet gezelschap) uitmuntend vooral die van de werken van Mendelssohn, 't welk in de eerste plaats aan de talrijke en degelijke vioolspelers te danken is. Op de blaasinstrumenten, op de fijne nuanceering en op de snelheid der tempi is nog al veel af te dingen. Als geheel echter is het orkest, uit meer dan honderd musici bestaande, zeer prijzenswaard en wel geschikt om aan de Spanjaarden edeler genoegens te verschaffen dan de stierengevechten aanbieden.

1 De Secondo-partij werd door den heer Franz Deierkauf vervuld.

Bij de laatste maat van het laatste, (tiende,) concert werd Monasterio door bloemenruikers, door een lauwerkrans en door de ridderorde van Carlos III beloond voor de vele moeite die hij zich in het belang der toonkunst gegeven heeft.

Het opera-saizoen eindigde minder schitterend; het flauwe italiaansche repertoire draagt daarvan grootendeels de schuld. Duitsche opera's zijn hier nog onbekend en de fransche worden, ten gevolge van den ouden volkshaat, stelselmatig van het tooneel gehouden. Met Gounod's Faust heeft men op nieuw eene proef genomen maar de schouwburg bleef ledig. Zelfs eene nationaal-spaansche opera heeft hier geen opgang kunnen maken; de Mariana van Arriata is slechts driemaal kunnen worden opgevoerd. Eenigzints betere kans schijnt een zelfstandig, ernstig werk van den jongen spaanschen componist Zubiaurre te hebben; zijn opera, Ferdinando el Emplazado, heeft onlangs in het Alhambra-theater tamelijk veel succès gehad.

Koning Amadeo heeft eene aanzienlijke geldelijke ondersteuniug verstrekt aan den »Cercle artistico", die zich sedert een halfjaar verdienstelijk maakt door de bevordering van het spaansche zangspel alhier.

Onder de zangers die in het afgeloopen saizoen zich bijzonder onderscheidden verdient vooral de tenor Perotti genoemd te worden; hij is een echte Duitscher die, onder den naam van Prott, eenige jaren geleden te Pesth en te Weenen voor het eerst optrad.

San Francïsco. — Hier stierf dezer dagen een sopraanzanger, de heer A. B. Leaf. Hij was te Liverpool geboren en werd later lid van het koor te Leeds. De uitvoering van Meyerbeer's ïEobert, toi quej'aime"en van Bellini's »Casta Diva" verwierven hem den bijnaam van »the wonderful Bamford". Hij trof met alle zekerheid de driemaal gestreepte c.

Victoria. — De heer C. E. Horsley, die tien jaren in Australië doorbracht, heeft een brief aan het londensche Athenaeum geschreven waarin hij den tegenwoordigen toestand der muziek aldaar op de volgende wijs beschrijft: In 1853 werd de »Philharmonic Society" gevestigd en in 1857 werd Mendelssohn's Eli as uitgevoerd ; van 1862 tot 1865, gedurende welk tijdvak ik de leiding van dat gezelschap heb gevoerd, dirigeerde ik de volgende grootere werken : de Messias, Israël in Egypte, Judas Maccabeus, Acis en Galathea, Mozart's Eequiem, Eossini's Stabat Mater, Mendelssohn's Elias, Paulus, Lobgesang, 42e Psalm, 115e Psalm, Walpurgis Nacht, Athalia, Haydn's Schöpfung enz. behalve nog sinfoniën van Mozart, Haydn, Beethoven en Mendelssohn alsmede andere kleinere muziekstukken.

Bij de opening der internationale tentoonstelling van 1866 werden er concerten gegeven, waarvoor Horsley onder anderen eene cantate schreef: The South Sea Sisters getiteld.

Wat de opera betreft werd Meyerbeer's H u g u e n o t s reeds in 1864 gegeven en de A f r i c a i n e ongeveer gelijktijdig met de opvoering er van te Londen. Overigens zijn alle opera's van eenige beteekenis op zeer voldoende wijs ten gehoore gebracht, Het orkest bestaat uit 60 leden en het koor uit 300 stemmen, cijfers die eene hoogere beteekenis hebben wanneer men zich herinnert, dat deze stad eerst in 1838 gesticht werd en dat pas sedert 1851, toen er goud ontdekt is, van vooruitgang en welvaart kon sprake zijn.

Overleden. — Te Luik, de directeur van het Conser| vatoire, Soubre, en Adolphe Fétis. Deze was de broeder van

Sluiten