Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

165

gave van N ederlandsche Zangstukken door het algemeen bestuur van het Willemsfonds te Gent, waarvan de eerste reeks voor ons ligt.

Onder de namen der dichters zoowel als der componisten komen er voor die een goeden klank hebben en zoo werd deze uitgave door ons met ingenomenheid begroet. Of wij ons, na kennisneming, geheel bevredigd gevoelden is eene vraag welke wij in de volgende regelen willen beantwoorden.

Nog eens moeten wij het herinneren, het nederlandsche lied is in onze muzikale kringen niet geheel doorgedrongen ; men beweert onze taal zij ongeschikt om te zingen , en ook, dat er weinig goede nederlandsche liederen bestaan ; dit laatste bezwaar, tot voor eenigen tijd niet geheel zonder grond, is door Verhulst, Hol en anderen zoo niet geheel weggenomen dan toch veel verminderd. Men zingt in België fransche romances, in Holland Abt en Gumbert, die met de bestaande hollandsche liederen geen vergelijk kunnen doorstaan. Hoe treurig ook, zóo is de toestand en dezen moet men bij pogingen om dien te veranderen in 't oog houden.

Het publiek nu is onmogelijk in staat het iets betere of iets minder goede te onderscheiden; slechts het absoluut schoone of het gemeene is er aantrekkelijk voor, en zoo komen wij tot het besluit, dat eene verzameling ten doel hebbende het nederlandsche lied in Nederland ingang te doen vinden, slechts dan aan haar doel kan beantwoorden wanneer daarin alleen volkomen schoone liederen zijn opgenomen. Tegenover een persoon die zijn werk in het licht zendt mag men toegevend zijn, tegenover een genootschap, dat eene verzameling uitgeeft, is het aangeduide het eenig ware standpunt der kritiek.

Beschouwen wij van dit standpunt de bovengenoemde zangstukken dan moeten we bekennen geen enkel nommer zonder aanmerking te kunnen laten. Muzikaal noemen wij als de besten No. 1 van Gevaert, No. 7 van Hol, No. 5 van Heinze en No. 9 van Boers. No. 1, door den componist » Zang " betiteld, is eene dramatische scène welke veel schoons bevat maar ietwat halfslachtig is; minder weeke harmonie en melodie op de woorden »'t gevaar is groot" en de corresponderende maten bij herhalingen , zouden ons wenschelijk schijnen. Het geheel heeft meer een fransch dan een nederlandsch karakter waardoor het voor deze verzameling niet bijzonder geschikt is. Beter in vorm en karakter (nederlandsch) komt ons sMiekens moeder " van Hol voor, moge ons »loos" en »boos" en in het 2de couplet «wreedaardig" minder behagen (misschien zijn zij als humoristiek te verdedigen) zoo is het toch een frisch en goed gevoeld lied en als zoodanig aanbevelenswaardig. No. 5 van Heinze is, als alles van dien meester, voor treffelijk bewerkt doch niet bijzonder geïnspireerd,melodieschzwak.Hettweemaalherhaald»gij", »waar gij de oogen henen richt" en in den volgenden volzin stuitte ons. Het lied van J. C. Boers hoeveel schoons het ook als muziekstuk bevat (wat trouwens van dien meester niet anders te verwachten is) kon onze begrippen over tekst en tekstbehandeling, niet volkomen bevredigen. De dikwijls alleen ter wille der muziek herhaalde woorden verliezen hunne beteekenis in plaats van door de muzikale bewerking verhoogde uitdrukking te erlangen.

Hetzij ons vergund No. 2, 3, 4, 6 en 12 (dit laatste bijzonder slecht gedeclameerd), als zich niet boven het allergewoonste maakwerk verheffend, met stilzwijgen voorbij te gaan. De componist van No. 8 moet nog veel liederen van meesters als Beethoven en Schubert bestuderen en dan kan hij in een gelukkig geïnspireerd oogenblik er nog toe komen om in 8 maten meer te zeggen dan nu in

I 8 bladzijden. Mogen we in den heer G. Huberti een jongen componist begroeten die nog verder wil, zoo aarzelen wij niet hem te bekennen, dat er in zijn lied veel is wat ons aantrekt ofschoon wij het geheel niet zouden willen onderschrijven ; modulatie en harmonie vooral zijn nog niet helder.

Blijven nog over No. 10, een aardig stukje, waarin ons echter de herhaalde modulatie naar de dominante niet gelukkig voorkomt en No. 11. Hier heeft de componist zich moeite gegeven om aan zijn woorden recht te doen wedervaren wat hem slechts gedeeltelijk gelukte ; het 2de en het 4de couplet verlangden andere muziek. De slotregel van ieder couplet is vooral bij het eerste gelukkig doch de herhaling er van op de volkomen cadenz neemt den goeden indruk weg.

Zien wij na deze korte beschouwing op het geheel terug clan kunnen we niet zeggen, dat deze verzameling is Wat ze wezen moest en zien ons genoodzaakt bij het bestuur aan te dringen op een nauwlettender keuze, i Slechts door het uitstekendste te leveren kan men het nederlandsche lied opheffen en doen waardeeren.

Dat zij het streven van de bestuurders en wij zijn er zeker van, dat de deelneming, vooral van de zijde der kunstenaars, niet zal uitblijven. S.

BERICHTEN.

's ©ravenliage. — In logenstraffing van de geruchten welke geloopen hebben kunnen wij als stellig mededeelen, dat onze landgenoot, de heer Maurice Hageman, thans als muziekdirecteur te Batavia gevestigd, op 1 November aanstaande aldaar eene muziekschool zal openen waardoor in eene lang gevoelde behoefte zal voorzien worden en welke met de beste vooruitzichten in het leven treedt. Aanvankelijk zal het onderwijs zich bepalen tot theorie, koor- en solozang, viool en piano.

— Wij vernemen dat een werkje ter perse is gelegd onderden titel: De Acoustiek of de vo or tplanting van het trilling ver mogen. Wenken bij het bouwen van muziekzalen, nis-orkesten en kiosken, met bijdragen omtrent de kennis der concertzalen, kiosken enz., zooals die thans in Nederland voorkomen, door L. J. Lefèbre. Dit zal, zoover ons geheugen draagt, het eerste werk zijn dat op dit terrein in Nederland uitkomt.

— De liedertafel sCaecilia" zal op Woensdag 4 October een concert geven waarop o. a. ook de nommers zullen voorgedragen worden waarmede zij onlangs te Gent den len, en een jaar vroeger te Botterdam den 2en prijs, behaald heeft.

— Sedert ons vorig nommer zijn in clen fransche schouwburg achtereenvolgend opgevoerd de opera's: Les Huguenots, LaJuive, La Pi 11e du Régiment, LeTrouvère, Galathée, LeMaïtredeChapelle, Les Dragons de Villars en Rob er t. De heer Paivret, fort-ténor, is met 58 van de 64 en mevrouw Gérald, première dugazon, met 51 van de 65 uitgebrachte stemmen aan het gezelschap verbonden.

ï&otterdmn. — Het valt niet te ontkennen, dat alle muziekvrienden en kenners hier ter stede met bezorgdheid, ja zelfs bijna met wantrouwen, de eerste opera voorstelling in dit saizoen tegemoet zagen. Maar gelukkig is deze zoo voortreffelijk geweest, wat het

1 P. Benoit was beloofd in het prospectus en niet gegeven; Joh. J. H. Verhulst was niet beloofd; waarom niet ?

Sluiten