Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

Onderscheidingen. — De heer C. C. A. de Vliegh, directeur van Eottes-Mannenkoor, te Botterdam,' is tot ridder van de Eikenkroon benoemd. — De muziekdirecteur Eduard Strauss, te Weenen, heeft het diploma als eerelid van het philharmonische genootschap te Napels erlangd. — De mannen-zangvereeniging te Gratz heeft van den Keizer van Oostenrijk de gouden medaille voor kunsten en wetenschappen ontvangen.

Overleden. — Te Weenen, Jakob Uhlmann, lid van de keizerl. hofkapel en van het orkest der hofopera,

leeraar aan het conservatoire, uitstekend oboïst. Te

Londen, Cipriani Potter, oud-leerling van Beethoven, directeur van de koninkl. akademie voor muziek aldaar. — Te Munchen, mevrouw Hain—Schnaittinger, in vroegere jaren eene beroemde opera-zangeres. — Te Luik, Mlle. Paulia Pradal, eerste chanteuse-légère te Versailles en te Luik. — Te Clermont, L. C. Ermel, een Gentenaar, componist van de opéra-bouffe le Testament, en van andere muziekwerken. — Te Brighton, Charlotte Elliot, componist van kerkmuziek. — Te Mainz, Tobias Lehmeyer, zanger en componist van kerkmuziek. — Te Salzbrunn, dr. E. P. Baumgart, directeur van het kath. gymnasium te Breslau, uitgever van de piano-composities van Ph. E. Bach.

LEEKEGEDACHTEN

DOOK

1<' A N T A S I O. II.

Een vraag van Multatuli. — Lectuur ook voor musici. — Genesis IVvs. 9. — Rachel van Lier. — Een welgemeende raad. — Signale no. 35. — Een pleidooitje voor eigen huis.

»Waar blijven de knappe kinderen?" heeft Multatuli eens gevraagd.

Apropos van Multatuli. Lezen onze toonkunstenaars en dilettanten zijne Ideën, hebben zij kennis gemaakt met zijn boekje over Specialiteiten? Ik vrees neen, en ik heb voor die vrees goede redenen, die ik hier niet vermeld om niemand boos te maken. Toch kan ik toonkunstenaars en dilettanten die lectuur in ernst aanraden. Met omdat zij er nieuwe beschouwingen over contrapunct, quintenverbod of wat dies meer zij, in zullen vinden. Het zou mij zelfs niet verwonderen, wanneer de man niet eens weet wat een verboden quint is en — al woont hij in 't hartje van Duitschland — geen flauw begrip heeft van een quart-sextaccoord. Maar daar straalt u uit alles wat hij schrijft een frischheid en een helderheid van gedachten tegen, die tot zelf-denken nopen en waarmede ook de musicus zijn voordeel kan doen. Men leze bijv. in den nieuwen bundel zijn ideën over vrije studie, over de roeping van den 'kunstenaar, en vrage zich af of onze letterkunde van den dag veel zulke bladzijden kan aanwijzen. Toch hoort men ter nauwernood over Multatuli spreken en ziet men zijn werken schier nergens vermeld. Moet hier misschien aan een systeem gedacht worden, — aan het systeem van doodzwijgen?

»Waar blijven de knappe kinderen?" heeft Multatuli gevraagd. Het antwoord zou misschien stof leveren tot

meer dan éen boeienden roman, tot meer dan éen aangrijpend drama; ik zal mij dus wel wachten het hier te geven in weinige regels. Maar met nadruk herhaal ik Multatuli's vraag. Mij dunkt, zij moet sommigen in de ooren klinken als de stem uit Genesis, die tot Kaïn riep: Wat hebt Gij met Uw broeder gedaan?"

Waar blijven de knappe, muzikale kinderen? Worden er^ ook op de manier van de Engelsche baby-farmings in een of andere expresselijk daarvoor vervaardigde instelling muzikale engeltjes van gemaakt, en ziet men er daarom zoo weinigen terug? Worden ze soms op de Procrustesbedjes der conservatoriums zoo lang uitgerekt en wordt hun overtollig talent zoo lang gekneld en geperst, tot zij in den vooraf geprepareerden vorm passen ? Wie zal het zeggen ?

Onlangs was ik in de gelegenheid Eachel van Lier te hooren en ik dacht: waar zal dat knappe kind blijven? Want knap is ze — of liever, haar vingers zijn knap. Haar techniek is goed ontwikkeld. Maar hemel! waar zit toch haar ziel?

Een muziekdoos is ze, die arme Eachel. Als zij eens begonnen is, zou men zeggen: il n'y a pas de raison pour que cela finisse. Maar — zou men er bij kunnen voegen — il y a encore moins de raison pour que cela commence.

Neen waarlijk, il n'y a pas de raison pour que cela commence. Eachel van Lier behoorde nog niet in 't publiek op te treden. Daartoe is meer noodig dan tien losse vingers; en dat meerdere — noem het muzikaal gevoel, ziel, passie of hoe ge wilt — kunnen alle conservatoires der wereld haar niet geven. Wanneer men haar behoorlijk laat ontwikkelen, niet in een trekkast, niet in een pot, maar in den vollen grond, kan. er — gesteld altoos dat zij »la bosse" heeft 1 — uit Eachel van Lier wellicht een kunstenares groeien. Nu is zij een gracieus pianospelend poppetje, niets meer.

Men leze Von Bülow's belangrijk opstel over Tausig in de Signale van 22 Augustus, no. 35. Daar is veel uit te leeren.

Ik raad echter iedereen af, datzelfde nommer van de Signale verder te lezen. Er staan zulke vreemde en — zoo ze waar zijn — beschamende zaken in.

»De geschiedenis der beschaving leert, dat de wetenschap , aan de geleerden alleen overgelaten, na eenigen tijd verdort." Aldus Keerom in de Nederl. Spectator van 23 September. Ik verbeeld mij dat ook de toonkunst, aan de toonkunstenaars alleen overgelaten, na eenigen tijd dienzelfden weg zou opgaan.

Daarom tracht ik Leekegedachten te schrijven.

COEEESPONDENTIE.

W. B. — Het nommer was juist ter perse toen wij het slot van uw belangwekkend stuk over het Beethovenfeest te Bonn ontvingen.

— Veritas te Utrecht. — De Eedactie vermeent, dat uwe aan- en opmerkingen over de nieuwe concertzaal beter in een bouwkundig, dan in een muzikaal tijd-

1 De lezer kent toch Tóppfer's lïeflexions et Menus-propos?

Sluiten