Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

814

DE HOLLANDSCHE REVUE.

afzet te verzekeren, om zich te redden uit het ekonomisch bankroet.

Verliest het den strijd, dan valt de Russische Staat, zooals die tot nu toe is, uit elkaar. Want voor het Czarendom zit ook deze groote kwestie er aan vast: de beweging in Rusland vooreen hervorming, voor de verkrijging van een liberalen staat, is niet meer tegen te houden dan op de wijze waarop Napoleon III Frankrijk in toom hield, door ekonomischen voorspoed, al is die nog zoo kunstmatig, en al weet men te voren, dat hij niet duurzaam is.

Daarom moet Rusland, of het wil of niet, in Oost-Azië vooruitdringen.

Nu ontmoet het Japan op zijn weg. Dat is echter meer een geluk dan een ongeluk. Want Japan is een zich eveneens verbazend ontwikkelende Staat, die Ruslands ekonomische heerschappij in die streken voortdurend zal bedreigen. Japan in een oorlog te verslaan, beteekent het voor een langen tijd machteloos te maken. Vandaar Ruslands drijven.

De groote vraag is echter of het Czarenrijk het jonge, energieke Japan verslaan zal. Doch dan is dit ééne zeker: als Rusland dat nu niet kan, kan het 't binnen een tiental jaren zeker niet meer. En daarom is een botsing nü beter dan een latere.

Er is slechts één wijze waarop 't in 't verre Oosten vrede blijven kan, dat is als Japan zich alles laat aanleunen en terugkrabbelt. De eerstvolgende dagen zullen leeren of dat te verwachten is.

_ _ , In Vlaanderen bestaat er,

Be™5^Bel|ië zooals ieder weet> een be" weging tot het verschaffen

van meer rechten aan de Nederlandsche taal, die reeds, voor en na, eenige harer eischen ingewilligd heeft verkregen. ,

Thans is er een beweging begonnen ter verkrijging van een Vlaamsche Hoogeschool. De totstandkoming van een dergelijke universiteit zou natuurlijk voor het Vlaamsche gedeelte der bevolking van België van een groot sociaal belang wezen.

De kolossale onderworpenheid van het eertijds zoo fiere, revolutionaire Vlaamsche volk, onderworpen zoowel aan het klerikalisme als aan den adel, die voornamelijk steunt op de onontwikkeldheid van de groote massa der bevolking, is voor een groot deel te wijten aan de omstandigheid, dat het volk in een andere taal wordt geregeerd.

Vlaanderen heeft van 1830 tot 1890 in de verschrikkelijkste onwetendheid geleefd. Zijn eigen dichters schreven Fransch. De legende van Tijl Uilenspiegel werd in 't Fransch geschreven door De Coster, een Vlaming van afkomst. Er is geen hooger onderwijs in 't Vlaamsch, er was geen litteratuur in 't Vlaamsch, geen geschiedenis, geen enkele wetenschap. Zoodra men op zeker peil kwam, hield 't Vlaamsch op. En de lui, die stu¬

deerden, werden Fransch in taal en in denken.

De Vlaamsche beweging, die van Conscience uitging, kon die niet houden, omdat het een chauvinistische beweging werd. Ze werd antiWaalsch, en was voor de klerikalen een machtsmiddel om het liberale en socialistische Walenland te overstemmen.

Maar in den grond der zaak is de beweging voor de Vlaamsche taal een besehavingsbeweging. Doordat de wetenschap zich bediende van een taal, die de groote massa van het volk niet kende, bleef veel goeds voor het volk afgesloten, hetwelk het anders misschien had kunnen bereiken.

In de latere jaren zijn een aantal Vlaamsche letterkundigen van beteekenis opgestaan, er komt eenig schot in.

Vandaar dat een beweging voor een Vlaamsche hoogeschool, ter wille van het geheele jvolk, gewenscht is.

„ , . , Den 22sten Oktober overhanKwes°WeS diSden de ambassadeurs der beide „hervormende" Mogendheden, (Oostenrijk en Rusland) een zoogenaamd hervormingsprogram aan de Porte (van Muerzsteg), en den 25sten November gaf de Sultan, daartoe gedrongen van alle zijden, ook van die, van welke hij het tegendeel had verwacht, eindelijk een antwoord, dat wederom een meesterstuk is van Turksche diplomatieke opstellerskunst.

De Groote Heer laat zijne regeering mededeelen, dat zij de negen punten van het program „in beginsel" aanneemt, zich evenwel het recht voorbehoudt zich over de bizonderheden der toepassing met de Mogendheden nader te verstaan, ten einde vooral de twee eerste punten in over eenstemming te brengen met de ongeschondenheid der rechten van den Soeverein, van het aanzien der regeering en van de handhaving van den status quo.

Die beide punten luiden : 1°. „Ten einde een toezicht in te stellen over de bedrijvigheid deiplaatselijke Ottomansche overheden, voor zoover het de toepassing der hervormingen betreft, zullen naast Hilmipasja bizondere burgerlijke agenten van Oostenrijk-Hongarijë en Rusland worden benoemd, verplicht den inspekteur-generaal overal te begeleiden, zijne aandacht te vestigen op de behoeften der christelijke bevolking, hem de tekortkomingen en misbruiken der plaatselijke overheden te melden, hem de vertoogen dienaangaande van de ambassadeurs in Constantinopel over te brengen, en hunne regeeringen van alles wat er in het land gebeurt, te berichten."

„Als helpers dier agenteu zullen kunnen worden benoemd sekretarissen en tolken, belast met de uitvoering hunner bevelen, die te dien einde zullen bevoegd wezen om rond te reizen in de verschillende afdeelingen, om de bevolking deichristelijke dorpen te ondervragen en de plaatselijke overheden na te gaan; alles in verband

Sluiten