Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fries in „kleurig gres" voor de Eff'ektenbeurs te Amsterdam. (Ontworpen en in het gres gesneden door J. Toorop, en gemaakt door „Rozenburg").

-5#< KARAKTERSCHETS. *f§S-

J. JURRIAAN KOK.

Een nieuweling in een klubje.

Wf^Wollandsche artiesten — schrijvers, schillüull ders en musici —, die nu tegen de llmll veertiS loopen en hun jonge jaren, hun JMUUMl „Sturm- und Drang"-periode in Den Haag hebben doorgebracht, zullen zich uit dien tijd nog wel een koffiehuis herinneren, waar zij menig uurtje hebben zoek gebracht.

We bedoelen een bierhuis in het nauwe gedeelte van de Veenestraat: een diep inloopend smal lokaaltje, eindigend in een opkamertje, dat eenige treden hooger was gelegen.

Geen uiterlijke bekoorlijkheden, noch eenig bizonder komfort hadden aan deze inrichting een drukke klandisie en een groote reputatie bezorgd. Maar de koude keuken en een glas uitnemend bier, dat door den gemoedelijken Duitschen waard met zijn dikken buik en donkeren baard zeer zorgzaam behandeld werd, hadden dit bierhuis tot hoogen bloei gebracht.

Tóch was 't niet, wat men noemt, een „burger"koffiehuis.

Het publiek, hetwelk 't bezocht, bestond uit zeer heterogene bestanddeelen. Men trof er zoowel de Haagsche renteniertjes en de Haagsche ministerie-ambtenaartjes aan, als lieden zonder bekend beroep, die achter een krant verscholen onnoemlijk lang voor hun kleintje koffie of hun potje bier bleven zitten. En ieder tafeltje had zijn stamgasten, zijn vaste typen. Binnen komende wist men al vooruit, wie men in een zeker hoekje of op een vast plekje zou zien zitten, en boos worden wanneer hij een ander op zijn stoel vond neergestreken; er waren stamtafeltjes,

waarbij de stoelen door den bediende op een bepaald uur schuin werden gezet, ten teeken dat ze besproken waren; er waren kranten, die op zekere uren van den dag nooit te krijgen waren, omdat er dan klanten kwamen met het speciale doel ze daar te lezen.

Maar Frans — de beroemde kellner uit die dagen — had ook wel eens meer voorname klanten te bedienen. En wanneer hij zich tusschen één uur en half-twee bizonder druk maakte en nóg harder draafde dan gewoonlijk, dan kon men zeker zijn, dat er zitting was van de TweedeKamer. Want dan kwamen er geregeld enkele Kamerleden in de pauze hun lunch gebruiken, die door den gedienstigen Frans met veel meer respekt bediend werden dan de kleine renteniertjes, de ondergeschikte ambtenaartjes en de schraal in hun kontanten zittende jonge schilders en schrijvers, die wel eens bij hem in het krijt moesten blijven staan. Schaepman, de kolossale Schaepman, die den nauwen doorgang tusschen stoelen en tafeltjes bijna geheel verstopte, opzijn weg stilte makend achter nieuwsgierig kijkende blikken, kon men er tegen dat uur geregeld aantreffen, waar hij zich dan naar het opkamertje begaf, welks plafond hij met zijn hoed haast aanraakte. En in zijn gevolg — als kleine loodsmannetjes bij een reusachtigen walvisch — vond men meestal den pittigen Des Amorie van deiHoeven met zijn hoog voorhoofd en riketachtige kuif, of Kolkman, tot aan zijn dood diens intieme vriend, en uit wiens zakken meestal een punt van het laatste nummer van den „Figaro" kwam piepen.

In dit milieu van Lincke — want zoo werd

Sluiten