Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

844

DE HOLLANDSCHE REVUE.

pen. Dit geschiedt geheel met de hand door den werkman-modelleur, door middel van zoogenaamde „mallen", of met behulp van werktuigen, als bijv. een draaibank, waarop voorwerpen, die zuiver rond moeten wezen (gelijk borden, schotels, enz.) 't gemakkelijkst gefabriceerd kunnen worden.

De ruwe voorwerpen, uit die brei gemodelleerd, zijn dan nog vrij week en moeten met de uiterste zorg gehanteerd worden. Toch kan 't nog voorkomen, dat ze verongelukken of beschadigd worden.

Zijn ze echter eenigszins gedroogd en daardoor wat steviger geworden, dan verhuizen ze naar het schilders-atelier, waar ze naar de teekeuingen en ontwerpen der bovengenoemde artiesten worden beteekend en vervolgens met kleuren behandeld Maar aangezien ze bij deze behandeling veelal op hun kant en in allerlei standen gehouden moeten worden, en ze altijd nog zeer broos zijn, loopen ze hier óók nog gevaar van te bezwijken of door een vergissing van den schilder op een andere wijze te mislukken.

Komen ze ook uit deze werkplaats in goeden staat te voorschijn en zijn ze met glazuur overstreken (dat evenwel later nog gevaar loopt in den oven te barsten, wat de waarde van het voorwerp natuurlijk vermindert), dan ondergaan zij het hakkingsproces, waarvan we hierboven ai iets zeiden

Men ziet dus, dat een produkt der cheramiek op zijn ontwikkelingsweg uit de eenvoudige potten bakkersaarde tot een voorwerp van gebruiksof sierkunst, heel wat gevaren ontmoet, en dat deze omstandigheid, gevoegd hij zijn kunstwaarde, natuurlijk van invloed moet wezen op den prijs der Rozenburg-artikelen.

Het vak van pottenbakker is dus een bedrijf, dat in zijn beoefenaars een groote mate van volharding, goeden moed en energie vereischt. Zwakke karakters, lymfatische of cholerische naturen moeten 't er in afleggen.

En dat de heer Jurriaau Kok niet tot dezulken behoort, hebben we niet alleen hierboven reeds doen uitkomen, maar wordt ook bewezen door zijn tienjarige werkzaamheid in dit vak, want een zwakkeling ware in dien tijd al lang ontmoedigd geweest en bezweken; we zouden hem niet meer aan het hoofd der Rozenburgfabriek vinden staan.

Hoe de heer Jurriaan Kok nu tegenover zijn vak staat en wat voor hem er de bekoring en de aantrekkelijkheid van uitmaakt, heeft hij onlangs in een voordracht uiteengezet, die hij op enkele plaatsen van ons land in technische kringen gehouden heeft, en in welke hij o. m. het volgende zeide: „De cheramiek in het algemeen is „zoo uitgebreid, dat hoe verder men er in begint „thuis te raken, hoe langer hoe meer men begint „te begrijpen, dat men er zelf nog zoo verduiveld „weinig van weet. Elke oven brengt nieuwe vergassingen; elk baksel heeft zijn eigenaardigheden, „en dikwijls zijn de kleinste afwijkingen oorzaak

„van groote mislukkingen. Wat vuur doet, hoe „het vuur te leiden, zorg te dragen voor gelijkmatige verhitting, de zorg voor de grondstoffen, „de kleisoorten, de keuze van de verbindingen „en telkens, telkens weer krijgt men nieuwe veranderingen en nieuwe resultaten. Dezelfde mé„lange doet in eenzelfden oven met hetzelfde vuur „niet altijd hetzelfde. Bij alles, wat de cheramiker „doet, is de grootste zorg een vereischte en bij „zoeken en opnieuw zoeken, behoort een groote „mate van geduld, want daar wacht de meeste „tegenspoed. Met bijna wiskunstige zekerheid hebt „gij bij uzelf bepaald, dat nu dit of dat verkregen „is om de proef te doen gelukken (de bijvoeging „van een of andere materie of de bepaling van „vuurverandering moet worden gemaakt), en het „komt precies omgekeerd uit als door u was „verwacht. Zoo blijft het altijd een moeilijk zoe „ken om op een of ander gebied eene nieuwe „uiting te krijgen, en dikwijls wordt begonnen „om weer voorloopig uit te scheiden en zelfs met „het denkbeeld 't voor altijd daarbij te laten".

En nadat hij dus in andere woorden bevestigd heeft wat we hierboven reeds opgemerkt hebben, komt de heer Kok dan tot de volgende konklu sie: „Tóch maakt dit juist ons geheele vak zoo ambitieus, en voor hem, die er liefde voor ge voelt, prikkelt de tegenstand en verandert in het niet opgeven en toch willen bereiken, wat men zich heeft voorgesteld".

Uit het bovenstaande blijkt dus, dat de heer Jurriaan Kok een man is met een levenswil en met een levensideaal.

En nu is het juist dit levensideaal geweest, dat hem, geholpen door zijn wilskracht en zijn ondernemingsgeest, er toe gebracht heeft om op den duur geen bevrediging te vinden bij de fabrikage van aardewerk alléén.

Want 't moge zoo mooi zijn als 't wil en als 't kan, aardewerk blijft toch altijd een grove materie. De klei leent er zich slechts toe om voorwerpen van betrekkelijke dikte en zwaarte te maken; de wanden der aardewerk-voorwerpen zijn voor sommige gebruiks-objekten te dik. De fabrikant ziet zich dan ook hoofdzakelijk verplicht versieringsvoorwerpeu te produceeren; met uitzondering van wat vaasjes, aschbakjes, inktkokers en dito dingen, is het Rozenburg aardewerk voor het gebruik voor huiselijke doeleinden daarom niet geschikt.

Bovendien eischt de klei, dat men de grondstof, die vrij grof is, verbergt, zoodat ze altijd onder de verf en het glazuur schuil gaat.

Maar een der idealen van den heer Kok was nu om voorwerpen te fabriceeren, die niet alleen beteekenis zouden kunnen hebben door hun grond stof, maar die ook in het dagelijksch gebruik voor allerlei doeleinden geschikt zouden zijn.

En dat zou

het Porselein

wezen.

Sluiten