Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

é J J J J J J J is rhythmisch identiek met <_} J J J J J en vormt op gelijke wijze vierdeeligen rhythmus, enz.

(Wordt vervolgd).

iiiiiiiiiitiiiiitituEiiEiiiHtiiimiiiiiiiiiiiiiHiiiiiiitiifiLiiiiniiiiiiiiitiiiitiiiiiiuiiiiiiiiiiniitiiiiimmtiiiitiiiiiiiiiiiiiitiimtiti

Gerard Zalsman

door

GEERTRUIDA VAN VLADERACKEN. „Hè ja, komt u morgen nog een beetje praten."

Zoo namen we op den concertavond afscheid van Zalsman en zijn vrouw, die in het kunstkringgebouw een volle zaal en een profusie van bloemen hadden gevonden.

We hadden even getalmd in de artistenkamer, totdat bestuursleden en bewonderaars de gebuikelijke complimenten hadden afgestoken en verdwenen waren.

Ziezoo, nu waren we onder ons. Complimenten gingen ons niet af en waren ook niet noodig. Het leek wel of we alle vier al blij genoeg waren met de hernieuwde kennismaking en 't gevoel van onder vakgenooten te zijn. Want in deze Oostersche landen waar artisten schaarsch zijn, en zij uit den aard der zaak liefst niet tegelijkertijd op dezelfde plaats ageeren, loopt men al gauw vereenzaamd rond, ver weg van alle contacten, ver weg van elk gelijkgestemd gemoed.

Dat was dus een feest om na al die lange afzonderingsmaanden eindelijk weer eens musici te ontmoeten, naar wier kunstuiting je met eerbied en bewondering luisteren mocht, en in hen tevens menschen te vinden waar je weer eens mee praten kon, als onder kameraden.

„Goeie morgen" klonk het den volgenden ochtend zangerig en gemoedelijk. En waarlijk, daar stapte Zalsman breed en gezellig de voorhal van ons hotel binnen, we zonken alle drie weg in luie rieten stoelen, we dronken op z'n Hollandsch een kopje koffie en we kletsten honderd-uit.

Zijn pittige, vroolijke vrouw was er nu helaas niet bij. Zij had het te druk met

koffers pakken en het bezighouden van haar gastvrouw.

„Wel, en hoe bevalt het u hier nou in Indië?"

„En u?" was de wedervraag. We bespraken alle voor- en nadeelen. De bezwaren van het klimaat, van de lange zware reizen, van de tot-mode-geworden malaise, van de onoordeelkundige pers, van het op-lol-beluste publiek. Maar ook kwam het ruimer arbeidsveld en de dankbaarheid van enkele meer-ontwikkelden in de uithoeken, die snakken naar wat geestelijk gewin, ter sprake.

Dan vroegen wij hem naar zijn reizen in Amerika, en zijn tegenwoordige woonplaats Shanghai.

„Ja, Shanghai, daar wonen we heerlijk „En u weet, het is er een Engelsche maatschappij. De Engelschen zijn nu eenmaal „gemakkelijk in den omgamg. Zij eeren „de kunstenaars, en apprecieeren het hen „in hun midden te zien. Intuïtief voelen „de Engelschen dat men wel ouder maar „ook steeds rijper wordt, en dat een innerlijke rijpheid dan toch altijd van veel „meer waarde is dan een uiterlijke onberispelijke gaafheid. Zelfs een vergrijsd „kunstenaar, die in het openbaar niet meer „optreedt, blijft de Engelschman met pië„teit behandelen. Zijn werk wordt niet „vergeten. Dat ziet u b.v. aan Henschel.

Zoo babbelden wij voort. Zalsman vertelde hoe hij en zijn vrouw beide een goede reputatie in Shanghai genoten, les-gevende en zingende.

En zoo kwamen we weer over 't concert van den vorigen avond te spreken. Wij hadden 't erg mooi gevonden. De zaal was stampvol en toen we nog juist op het nippertje, stil achter-in slopen, stond Zalsman daar al op 't podium, klaar om te beginnen.

„Dien man zou je zoo willen schilderen," hoorde ik naast me zachtjes mompelen. „Kijk hem daar staan, monumentaal als een koning."

Sluiten