Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

45

och, de weken snellen zoo voorbij! Men heeft zich in het Concertgebouw tijdens Mengelberg's afwezigheid er zoo goed mogelijk doorgeslagen met dirigenten van naam, die geen van allen teleurgesteld hebben, maar toch geloof ik dat alle muziekliefhebbers van harte verheugd zijn dat de kleine chef weer voor zijn troepen staat; want zooals hij weet geen ander ze te leiden.

Wat maar zelden gebeurt: een Hollandsche componist heeft in Duitschland veel succes gehad; de Zuiderzee-symphonie van Cornelis Dopper is te Hamburg onder leiding van Carl Muck gespeeld en heeft zoowel bij het publiek als bij de pers een goed onthaal gevonden; trouwens ook Dopper's Ciaconna Gothica wordt in Duitschland gespeeld en geprezen.

Dirk Schafer's vijftigste geboortedag is in alle stilte voorbij gegaan. Zoo heeft de kunstenaar het gewild; voor niemand is hij dien dag te vinden geweest. Ergens in een klein plaatsje, bij een bejaard familielid heeft Schafer zijn verjaardag doorgebracht. De bloemstukken, de tallooze brieven en telegrammen die hij den volgenden dag bij zijn terugkeer in zijn woning gevonden heeft zullen hem echter de overtuiging gegeven hebben, dat honderden hem groote vriendschap en diepe genegenheid toedragen, met verwachting uitzien naar een groot werk waarvan reeds iets gefluisterd is, een avond vullend werk voor koor, soli en orkest. Als dat eens slaagde, wat zou het een aanwinst zijn 1 Al onze groote zangvereenigingen, die niet veel anders hebben dan Jahreszeiten, Schöpfung, Elias en nog een paar stukken verlangen naar iets nieuws. Want al zijn het ook meesterstukken van groote waarde die ik daar noemde, toch is de keuze te beperkt.

Van een jong componist, van Leo Ruygrok uit den Haag is zooeven een nieuw werk geannonceerd, een Concert voor violoncel met orkest, dat door Char¬

les van Isterdael binnenkort ten gehoore gebracht zal worden. Violoncel-concerten — althans goede — zijn er ook zooveel niet; dus: „vol verwachting klopt ons hart."

Zóó iets schrijft men alleen als de Sinterklaas-tijd nadert, als de stoomboot uit Spanje weer aankomt. Persoonlijk heeft schrijver dezes geen verwachtingen meer; hij is op den leeftijd gekomen waarop de goede bisschop onze deur voorbij gaat. Maar misschien zijn er lezers die van het inkoopen doen thuiskomende, ontdekken dat zij nog een gulden over gehouden hebben. Laten zij in dat geval bedenken dat er weinig uren van onze grenzen honger geleden wordt, dat schrijver dezes een in ons land uiterst gewaardeerd Duitsch kunstenaar kent die thans geen uitkomst meer weet; een pakket met levensmiddelen en een postwisseltje er bij om den eersten tijd weer te kunnen leven, wat een goede gaven zouden het zijn voor den armen kerel, die in iederen brief vraagt of er geen plaatsje voor hem in Holland zou zijn! En als het er was; hoe zou hij dan aan reisgeld komen! Inderdaad, ik geloof dat ik dit keer met meer aandrang en overtuiging danandershet „Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje" ga aanheffen — Komt er wat in de schoen dan gaat het linea-recta naar Berlijn, Potsdammerstrasze 46 ....

De door Cornelis Bronsgeest georganiseerde voorstelling van Figaro's Hochzeit door leden van de Staats-Opera te Berlijn met medewerking van een Hollandsch orkest is waarlijk niet tegen gevallen, heeft zoowel te Amsterdam, Rotterdam als Den Haag zooveel bijval gevonden dat Bronsgeest meteen het initiatief voor nog vier vertooningen genomen heeft; de eerste daarvan: Rossini's Barbier de Seville zal Zaterdag 1 December plaats hebben. Dan wordt ons nog Don Juan beloofd, een herhaling van Figaro en misschien krijgen wij iets nieuws. Wij blijven dan ten minste niet heelemaal zonder opera !

Sluiten