Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

51

§ 18.

Gecompliceerder zijn gevallen zooals we ze o.a. aantreffen in de opmaat van het finale van Beethoven's op. 26

wat op te vatten is als breking van de tweestemmigheid:

Doch ieder van deze stemmen is weer tot een tweestemmigheid terug te voeren de bovenstem tot:

De onderstem tot:

Slechts schijnbaar is er dus afwisselend tertsen- en sextenbreking in tweestemmigheid, inderdaad zijn het twee, op een zestiende afstand naast elkaar voortloopende tertsenbrekingen, dus gefigureerde vierstemmigheid. Het zal intusschen overbodig zijn te zeggen, dat die in werkelijkheid klinkende 4 stemmigheid geheel anders zou klinken als de bedrijvige brekingen.

Voor een niet gering gedeelte bestaat de technische zijde van muziekverstaan (want dit alles heeft slechts indirect met de psychische waarde van muziek te maken) in het vermogen op soortgelijke wijze snel orde te scheppen, in wat voor den ongeoefenden: onverstaanbaren wirwar van noten lijkt.

§ 19.

Soortgelijke tweestemmigheid .— somtijds meerstemmigheid — vindt men in accoordbrekingen zeer veel; en niet alleen noodgedwongen (drie- en vierstemmige accoordbrekingen in Bach's solo sonaten en suiten voor viool, gamba en cello), doch ook als een gewoon verschijnsel in de klaviermuziek. En dan zoowel in begeleidingsfiguren als in de melodie. Dat dit alles tot veel tegen elkaar werkende rhythmiek aanleiding kan geven spreekt vanzelf.

Van de wijzen waarop door dergelijke accoordbrekingen bij onveranderde notenwaarden inderdaad een rhythmische verandering kan worden aangeduid, moge als voorbeeld gelden de navolgende passage uit het Adagio van Beethoven's op.

wat rhythmisch neerkomt op:

waardoor een melodische verbreeding in die maat ontstaat — in overeenstemming met het karakter van deze plaats, die de overleiding vormt naar het laatste optreden van het eerste thema. Dat de b2, de laatste accoordbrekingsnoot gemakkelijk als kwartnoot kan worden opgevat zij hier terloops opgemerkt.

§ 20.

Zooals bekend is vormen doorgang en wisseltoon paralelle verschijnselen.

De doorgang gaat van de eene accoordtoon naar de andere, de wisseltoon keert terug zoodat

Sluiten