Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

werd in 't licht gegeven een Concerto voor altviool van S. Lonque, met pianoof orkestbegeleiding, een werk dat als studiemateriaal goede diensten kan bewijzen, als kunstwerk echter wat ouwerwetsch aandoet.

Onder de laatst verschenen vocale nummers dezer firma trof ik een gloedvolle aria voor bariton, van Renaat Veremans, „Klokke Roeland" op het bekende gedicht van Rodenbach. Eene karakteristieke titelplaat ervoor, teekende Felix Timmermans. Van denzelfden componist ook een pittig nummer voor tenor „Jagerslied."

De VI. Muziekhandel publiceerde ook van Lod. de Vocht eenige liederen en een paar werken voor gemengd koor van voorname beteekenis: „Stoet" en „Het jonge jaar", beide achtstemmig, het laatste daarenboven met harpbegeleiding.

Uitgaven die zich tot publiceeren van werk van één bepaald componist beperken zijn „De Crans", Antwerpen (Jef van Hoof) „Phalesius-uitgave" Antwerpen (Jan Broeckx) en „De Hulst" Tongeren, waarin de composities van Arthur Meulemans verschijnen. Deze laatste componist is ongetwijfeld de vruchtbaarste onder de jongVlamingen, en ook een die om de persoonlijkheid van zijn werk de aandacht volop verdient. Reeds eerder heb ik op de hooge beteekenis zijner liederen gewezen, ik hoop het ook eens over zijne cantaten, oratoria; kamermuziek, orkest- en tooneelvverken te kunnen doen.

Voor ditmaal zij enkel de aandacht gevraagd voor zijne lyrische suite met declamatie, „De Boodschap" op de verzen van Wies Moens. „De Hulst" gaf hiervan het klavieruittreksel uit. In drie van de vier bewerkte gedichten behandelde Meulemans de spreekstem streng rythmisch, in het andere — het teere „Winden gingen te rust..." — slechts bij een enkel détail; daar is trouwens in de orkestbegeleiding, hoewel metrisch verdeeld, het rythme als heel natuurlijk bedoeld, en los van banden.

De stemming die hier bereikt wordt duidt op zuiver artistieke inspiratie. Een machtig enthousiasme spreekt uit het slotdeel „De oude gewaden zijn afgelegd." Wie dergelijke bladzijden schrijft, verdient meer dan een plaatselijke bekendheid.

Tot zoover voor ditmaal.

Had ik geen reden om van een welige Jong-Vlaamsche muzikale productie te gewagen?

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiii imiiiiiiiiiuiiiiiiiiiiiKiiniiiiii! iiiiiiiiiiiiiiniiuniiiiiiiiiiiiian

Personalia. Ary Belinfante f.

De muziekwereld wordt in de laatste dagen zeer getroffen door het ontvallen van persoonlijkheden, welker gemis zwaar gevoeld zal worden.

Is het nog maar zeer kort geleden dat wij C. F. Hendriks Jr. en J. Mossel zagen heengaan, zoo werd alweder aan een werkzaam en vruchtbaar leven een einde gemaakt.

Op 2 Februari overleed Ary Belinfante, na een zeer smartelijk en langdurig lijden, en met hem verdwijnt een figuur uit ons muziekleven, een persoonlijkheid waarvan veel kracht uitging.

A. Belinfante werd 28 Mei 1870 te Amsterdam geboren en ontving aanvankelijk muziekonderricht van zijn vader. Oorspronkelijk was het plan, dat hij in de medicijnen zou studeeren, doch na eenige jaren van studie in deze richting wijdde hij zich op 21-jarigen leeftijd geheel aan de muziek, door een tweejarig bezoek aan het conservatorium te Amsterdam (leeraren: Julius Röntgen en Dan, de Lange), en daarna nog onderricht genietende van Henri Tibbe en Bern. Zweers.

In 1883 werd hij leeraar voor piano aan de Orkestschool onder W. Kes en in 1891 ook voor muziekgeschiedenis.

Na de opheffing van de Orkestschool richtte hij met S. van Adelberg „De eerste Particuliere Muziekschool" op en later een „Conservatorium", welke beide in-

Sluiten