Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

dingen. Het werk is in volkomen bevattelijken stijl geschreven, wars van alle geleerde uitdrukkingen, In deze eerste band behandelt Flesch : le. Die allgemeine Technik en 2e. Die angewandte Technik, terwijl hij in de later uit te komen band „Die künstlerische Gestaltung" zal behandelen. De hoofdstukken van I zijn: le. Das Instrument und dessen Bestandteile. 2e. Die Haltung des Körpers, der Geige, 3e. Der linke Arm (Haltung, Bewegungen, Lagenwechsel, Intonation, Vibrato, u.s.w.), 4e Der rechte Arm (Haltung des Bogens, Bogenfahrung, Stricharten, u.s.w.), 5e. Die Tonerzeugung. Tot II behoort: le. Das Üben im allgemeinen. 2e. Das Üben der allgemeinen und der angewandten Technik. 3e. Das Üben als Mittel des Erlernens. 4e. Das musikal. Gedachtnis. Alle onderdeden van bovengenoemden inhoud worden tot in de kleinste bijzonderheden, uiterst logisch en zakelijk behandeld. Het valt geenszins te beschrijven, hoezeer dit werk in een werkelijke behoefte voorziet en een ware vraagbaak is voor allen, die het ernstig met de vioolspelkunst meenen.

Zooals Fl. zelf in het voorwoord zegt, is het geen vioolmethode in den gewonen zin. De onderwijskunst wordt hier in den ruimsten zin opgevat. Het werk is niet speciaal geschreven voor pasbeginnenden, noch voor meer- of vergevorderden, doch voor alle denkende violisten dus voor hen, die willen weten, hoe zij moeten studeeren of spelen; ook voor hen, die op een of andere wijze (bij verkeerd onderwijs of studie), belemmering ondervinden in hunne vorderingen. Voor de leeraren bevat het vele aanwijzingen, hoe zij hunne leerlingen op de doelmatigste wijze vooruit kunnen brengen. En dit laatste is zeker wel het belangrijkste, daar er op 't gebied van vioolonderwijs nog zoo enorm veel te verbeteren valt. Hoe vele leeraren geven hun leerlingen niet telkens maar weer een dosis voor de volgende les op, spelen het ook wel voor, doch wijzen hun niet den weg,

hoe zij het kunnen bereiken en hoe zij eventueele fouten en gebreken verbeteren moeten. Het systematische, methodische en progressieve vioolonderwijs laat nog soms veel te wenschen over, nog daargelaten het lesgeven door totaal onbevoegden, waartegen niet streng genoeg kan opgetreden worden.

In zijn voorwoord zegt Flesch verder: „Es wird dem Leser sicherlich auffallen, dasz ich dem Anfangerunterricht mit Ausnahme der Betrachtungen allgemeiner Natur, welche in dem zu einem spateren Zeitpunkt erscheinenden II. Bande des vorliegenden Werkes enthalten sind, keinen besonderen Platz eingeraumthabe, obgleich Jedermann von dessen grundlegender Bedeutung durchdrungen ist. Der Anfangerunterricht stellt aber eine Wissenschaft für sich dar, deren Vorbedingung die genaueste Kenntnis des zu erreichenden Gesamtergebnisses bildet. Vielleicht werden Spezialisten auf diesem Gebiete durch die vorliegende Arbeit dazu angeregt, mit Hilfe der darin enthaltenen Grundsatze den zweckmaszigen Gang der ersten Unterweisung festzulegen.

En hij vindt, dat de vioolschool van F. Küchler zich nog het meest aan het tegenwoordig streven aanpast. Dit komt mij eenigszins onverklaarbaar voor daar bedoelde vioolschool gebaseerd is op Dr. Steinhausen's Physiologie der Bogenführung, met welke grondstellingen Flesch het niet geheel eens is. Een groote waarde hecht Fl. aan de studiewerken van Sevcik, die volgens hem voor den violist van buitengewoon nut kunnen zijn, mits zij op de juiste wijze worden aangewend; doch dan zit de groote waarde juist daarin. Vóór Sevcik zijn er m.i. even belangrijke werken (o.a. van Sauret) verschenen, die op die wijze behandeld zeker niet minder waarde hebben; doch welk een kracht kan er dan niet uitgaan van de schijnbaar eenvoudige studies van Kreutzer? En van

Sluiten