Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Over dc paedagogische beteekenis der harmonieleer

door J. H. GARMS Jr.

(Voordracht gehouden op het congres 3 en 4 April 1923 bij het 25-jarig bestaan van het Ned. Muz. Paed. Verbond in de aula der Universiteit van Amsterdam).

II.

Die twee toongeslachten zijn over heel onze aarde aan te treffen.

Er zijn volken die zich uitsluitend, of overwegend, in duur uiten, doch er zijn evenzoo volken die zich uitsluitend, of overwegend, in mol uiten. Hieruit volgt dat beiden toongeslachten een bestaansrecht in de natuur moet toegekend worden, en dat men niet het eene geslacht uit het andere mag afleiden, hetgeen veelal nog met het molgeslacht pleegt te geschieden.

Spreken wij van: toongeslacht, toonladder, tonaliteit dan spreken wij van harmonische begrippen, want zonder harmonischen ondergrond zijn genoemde zaken ondenkbaar.

Hieruit blijkt dan tevens welk een hoogst belangrijke rol de harmonie te vervullen heeft bij het onderwijs.

Het allereerste en allernoodigste dat er te doen is bij muziekonderwijs, bestaat in de ontwikkeling, de opvoeding, van het muzikale gehoor.

Daartoe is dienstig het leeren onderscheiden van de twee toongeslachten (waarvan de toonladders het klankkarakter in zich dragen); het in het gehoor opnemen van de verschillende intervallen, de verschillende akkoorden enz.

Dit zal het best geschieden door solfège, daar, door het zelf zingen, een en ander veel dieper in het geheugen wordt vastgelegd, dan op welke andere wijze ook.

Het solfège-onderricht kan van zeer veel belang zijn, zoo het goed verzorgd en zijn belang goed ingezien wordt en men er

daarbij aan denkt dat wij het doel er van moeten noemen: gehoorontwikkeling.

Het laten zingen van oefeningen en liedjes door een groot aantal leerlingen, steeds tegelijkertijd, zal maar een poover resultaat opleveren.

Bij een groot aantal is er altijd één haantje-de-voorste (of ook meer) die zijn zaken flinkweg verricht, waarnaar de anderen zich voegen en hem nazingen.

Hij nu, die voorgaat, leert niet veel omdat hij het al kent, of zoo snel van opvatting is, zij die nazingen leeren nog minder, omdat zij hun taak zonder nadenken, zonder inspanning, verrichten.

Men zal het dus zoo moeten inrichten, dat ieder ook een afzonderlijke taak krijgt en geheel alleen het een of ander moet zingen.

Goed ingericht, kan men solfège maken tot een soort praktische harmonieleer, door het meerstemmig laten zingen van akkoorden, akkoordverbindingen, modulaties.

Een onmisbare hulp bij de opvoeding van het oor is dictaat, eerst uitgaande van eenvoudige eenstemmige oefeningen, doch verder zich wendende tot meerstemmige oefeningen en ook akkoordverbindingen.

Bij solfège en dictaat is het van belang de leerlingen te dwingen zelfstandig hun taak te doen verrichten; afluisteren helpt niet; bij ieder moet voor zich het toonbewustzijn en toongeheugen opgewekt, verrijkt en steeds verder ontwikkeld worden.

Bij zorgvuldig oefenen in deze richting is zeer veel te bereiken, zoo men er maar steeds voor zorgt, dat de leerlingen zelfstandig handelen en niet gaan steunen op anderen.

Gaan wij nu eens alle soorten van muziekonderwijs na:

Allereerst komen wij dan aan de lagere school, want ook hier wordt muziekonderwijs gegeven, zij het dan ook zeer bescheiden.

Dat men, ondanks eenige gunstige uit-

Sluiten