Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

den open geweest zijn: het wordt dus tijd. Toch zal zelfs de schoone Meimaand op artistiek gebied nog een verrassing brengen : want in het begin van de door Heine zoo schoon (meer schoon dan waar wat Nederland betreft) bezongen maand komt het Russische Ballet in de groote steden voorstellingen geven met medewerking van het Concertgebouw en het Residentie-orkest. Daar stellen wij ons allemaal veel van voor, en naar ik denk en gaarne geloof niet té veel. Want wij zullen inderdaad iets heel bijzonders te zien krijgen.

Sedert een jaar of vijftien vervult het Russische Ballet onder de leiding van Serge Diagileff in het Europeesche kunstleven een partij, die verre uitgaat boven die van den „maitre de ballet", zooals men dien in den ouden tijd kende.

In 1907 is Diagileff te Parijs gekomen; dadelijk heeft hij toen de aandacht op zich gevestigd, met een vijftal door hem georganiseerde Russische concerten in de Groote Opera onder leiding van Nikisch, met medewerking van mannen als Rimsky Karsakoff en Scriabin. Het succes was zoo groot dat Diagileff een jaar later met het volledige ensemble uit Moscou naar de Fransche hoofdstad trok, om een vertooning van Moessorgsky's opera „Boris Goedoenof' te geven. De bijval maakte een aantal herhalingen noodig en deze hebben den grondslag gelegd voor de Fransch-Russische kunst periode, die een tijdperk van verfijnde uitingen op artistiek gebied heeft ingeluid. Tegelijk ging Diagileff er toe over, naast het beoefenen van de muzikaal-dramatische kunst, zijn lievelingsdenkbeeld: de uitbeelding van de artistieke idee door middel van de choreografie .— te verwezenlijken ; de samenwerking van schilders, choreografen en musici moest gezocht worden. Diagileff deed een beroep op een aantal Russische kunstenaars van naam en met succes. Schilders als Bakst, Benois en Gontcharova en choreografen als Fokine en Nyinski schonken hem gaarne hun mede¬

werking en zoo ontstonden de fantastische creaties gebaseerd op kleur en beweging die de artistieke idéé decoratief wisten uit te beelden. Aan het geheel heeft Diagileff spoedig nieuwe vormen gegeven door ook verschillende Fransche schilders van de zoogenaamde „avant-garde" aan zijn onderneming te verbinden.

Het spreekt vanzelf, dat het ballet ook muzikaal vernieuwd moest worden. In den beginne was de leider bij gebrek aan wat anders wel genoodzaakt, bestaande muziekstukken van Schumann en Chopin in verschillende bewerkingen te gebruiken; gaandeweg begonnen echter ook musici de beteekenis van Diagileff's werk te beseffen, en thans hebben de bekendste van de moderne componisten balletten geleverd; men denke maar eens even aan Richard Strauss die zijn Jozefs-legende voor het Russische Ballet geschreven heeft, aan Debussy en Ravel, terwijl Strawinski vrijwel zijn opkomst aan het ballet te danken heeft.

Het concertseizoen dat nu weldra eindigen gaat, is druk geweest, drukker dan ooit tevoor, ondanks de bezuiniging, die iedereen tot wat minder uitgaan noopt.

De concert-ondernemers hebben daar echter geen rekening mee gehouden, boden avond aan avond de gelegenheid om uit te gaan en van die gelegenheid hebben, zooals te voorzien was, in den regel, maar luttel menschen gebruik gemaakt, zoodat de zalen slecht bezet, of met vrijkaartjes gevuld waren. Vooral merkwaardige pianisten zijn er dit keer verschenen, de een na den ander: Paul Schramm uit Weenen, Walter Gieseking, Josef Iturbi, Brailofsky Gelukkig maar, dat bij al die verschijningen onze groote landgenoot Dirk Schaefer niet vergeten is; overal heeft hij volle zalen gevonden; ook Willem Andriessen vindt meer en meer de waardeéring welke hij als bijzonder kunstenaar ten volle verdient.

Overigens valt er weinig nieuws te melden : op het oogenblik dat ik dit schrijf,

Sluiten