Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

205

cyclus, Romanzero getiteld en een bundel Phantastische Skizzen, die ook ten onzent bekend zijn of waren als voornaam-beminnelijke noveletten naar Schumann's trant, een strijkkwartet, een kwintet voor strijkinstrumenten en klarinet, liederen, een cantate met orkest, Tröstung, en een voorspel bij Hauptmann's Hannele; verder een reeks didactische boeken, waaronder een mooie beknopte vormleer.

* * *

Herman Kretschmar. f

In den ouderdom van 76 jaren overleed dr. Hermann Kretschmar, directeur der Hoogeschool voor muziek te Berlijn en professor ter universiteit aldaar. Hij was een buitengewoon veelzijdig kunstenaar en geleerde, voortreffelijk als geschiedvorscher en als dirigent, maar misschien wel het allerverdienstelijkst door zijn uitnemend werk tot verbreiding van muziekinzicht en begrip der eischen van goede toonkunstbeoefening, zijn Führer durch die Konzertsaal, zijn opstellenbundel Musikalische Streit- und Tagesfragen, zijn voorberichten bij klassieke uitgaven.

Practisch heeft hij het meest in Leipzig gearbeid, ook als universiteitsmuziekdirecteur, academisch docent in de muziekgeschiedenis, organisator van historische concerten, leider van den Riedel-Verein. Erkenningen van het daar gepraesteerde werden zijn Berlijnsche waardigheden.

Jos. Verheijen. ■f

In Amsterdam is de zesentachtigjarige Jos. Verheyen overleden, een der toonkunstenaars wier naam lang nadat zij zich hebben teruggetrokken algemeen bekend blijft en een gewaarwording van eerbied wekt. Hij was een beroemd organist en de vereeniging zijner vakgenooten had hem sinds haar stichtingsjaar 1890 tot voorzitter.

Het praatje van de maand.

Nu is het vreemde, het niet verwachte en niet gedachte toch gebeurd; nu ben ik bereid aan alles te gaan twijfelen: de Italiaansche Opera, de onderneming van den heer De Hondt is niet goed gegaan, heeft — ik ben ervan overtuigd — den ondernemer geld gekost. Overal, zoowel te Amsterdam, te Rotterdam als te 's-Gravenhage is de belangstelling gering geweest, ondanks al de snorkende advertenties waarin een zangeres „het grootste van het grootste" werd genoemd, terwijl een andere als de eerste van alle Carmenvertolksters aangediend werd. Intusschen heeft al dat zoete gefluit de menschen slechts in zeer bescheiden getale naar de Schouwburgen gelokt. Hoe is dit te verklaren ? Het kan niet ontkend worden dat de heer De Hondt (wij laten nu de dwaze reclame-makerij buiten beschouwing) zangers en zangeressen met schoone stemmen uit Italië meegebracht had, zoodat zijn gezelschap „im groszen Ganzen" niet achterstond bij de gezelschappen, die ik mij van vroeger herinner. Koor, orkest en monteering hebben bij Italiaansche Opera's altijd veel te wenschen gelaten; zij deden het ook nu — volgens de bevoegde oordeelaars — doch daar kan men de reden van het gebrek aan belangstelling bezwaarlijk in zoeken. En de zangkrachten mochten er wezen; zoo een sopraan als MercedesCapsir hoort men niet alle dagen!

De oorzaak van het mislukken zal voor een deel wel hierin gezocht moeten worden, dat de tijd van beginnen al heel ongelukkig gekozen was. Na een overdruk concertseizoen dat ons van half September tot 10 Mei bijna avond aan avond bezig gehouden heeft, gevoelde iedereen behoefte aan een paar weken rust, had niemand de rechte animo om ineens weer twee avonden in de week naar de Opera te gaan; bovendien blijven de prijzen duur, en de winter heeft aan amusementen al zooveel geld

Sluiten