Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

* Giuseppe Saverino Raffaele Mercadante 1797-1870.

27 ,. * Albert Loeschhorn 1819—1905.

* Friedrich Silcher 1789—1860.

28 „ f August Wilhelm Ambros 1816—1876.

* Robert Franz 1815—1892.

* Hans Huber 1852—1922.

* Joseph Joachim 1831 — 1907.

* Johannes Henricus Löser 1850.

29 „ * Karl Georg Göhler 1874.

30 „ * Florimond Ronger Hervé 1825-1892.

t Joseph Mertens 1834—1901.

Ik had mijn bescheiden portie bezorgd van onze bijdragen voor ditmaal en was dus onbezorgd naar een te bespreken orgelconcert gegaan, want als het zaalseizoen uit is, begint het kerkseizoen. Thuis word ik opgewacht met een briefkaart van een vriendelijken onbekende, die vraagt of 't mij kan interesseeren dat Landré den aanstaanden 12en vijftig jaar

wordt. Wel alle Wie twijfelt of ik

een heilwensch binnenhoud? Hoe dat zij, daar heeft hij me sedert het openen van 't Muziekcollege jaarlijks in Juni laten jokken. Dat zou voor den elfden keer zijn geweest. Aldoor stond op de datalijst 12* Willem Landré 1875. Waarom nooit eens gezegd: verbeter dat even? Hij had er zeker geen tijd voor. In 1906, toen bij De Nieuwe Rotterdammer het muziekredacteurschap vacant was, heb ik er geïnformeerd, en niet gesolliciteerd: dat werken zou mij waarschijnlijk te machtig zijn gebleken op den duur, en zeker had ik van al het andere moeten afzien. Ik kende destijds hem nog niet, die den post kreeg en denzelfden vroeger bij De Nieuwe Courant had en daarvóór, het eerst, bij de Haarlemsche. Het eerst, sinds wanneer? Dat zoek ik op. Sinds 1899. Wel alle Dan is hij vijfentwintig jaar criticus.

Wij hebben aan hem een goed criticus, een goed man die critiseeren kan. In mijn studententijd hielden wij classici veel van den archaeoloog Müller--Strübing en diens motto „Nur keine Phrasen". Dat is ook zijn leus, niet om te zeggen maar om te handelen. Helder licht hij voor, hij spaart

wierook, schuwt pronk, schriel zuinig zelfs met den gewonen term toonkunstenaar; hij kent piëteit, ontzag, bewondering, geestdrift en liefde, hij waardeert oprechten van iedere richting en oordeelt consciëntieus, precies en humaan.

Het zal intusschen niet rustiger zijn geworden bij De Nieuwe Rotterdammer. Hij, die nooit klaagt, verzuchtte toch onlangs dat hij tot geen partijtje biljart meer kwam. Maar hij kan zich aan zijn vrouw en kinderen geven, harmonieklassen van 't Rotterdamsche Toonkunst-conservatorium leiden, particuliere leerlingen tot flinke musici maken. En schrijven, schrijven, in hoeveel periodieken wel ? Vind ik wat van hem, ik sla 't nooit over en win er telkens door, een frissche voorstelling, een anderen, juisteren kijk.

Zou het voor den componist in hem jammer zijn dat de journalist zich zoo weert? Sommige menschen kunnen wanneer zij 't haast overdruk hebben alles het best, zonder schade van hun gezondheid. En, mij dunkt, Zweers moet tevreden wezen over zijn oud-leerling met een paar symphonische gedichten, kleinere stukken voor orkest, praeludium en fuga voor strijkinstrumenten, pianoballade, violoncelsonate, klavierkwintet, vocaal kwartet, koren a cappella, baritonscène, talrijke liederen, de te Haarlem en in Den Haag gegeven opera Rozenknopje, Kindersprook, De Roos van Dekama, de Lioba-muziek en een groot muzikaaldramatisch werk der laatste jaren, Soeur Béatrice naar Maeterlinck.

Voor eenige weken gaf Spanjaard in Arnhem en elders zijn Nocturne, de melodieus- en polyphoon-teedere, warme, voorname, fijngeïnstrumenteerde. Toen heb ik mij beloofd heel wat meer dan tot dusver te zullen weten van zijn composities.

Beter meen ik de praestaties van mijn mederedacteur te kennen. Wat hij hier gedaan heeft, ook anoniem, en in vroegere tijden, toen wij — dat mag ik nu wel verklappen — nog al eens in kopynood

Sluiten