Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

218

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

eclecticisme nu ook nog voorgezet worden ! Dit quasi-exotisme met wat bepaalde afgesleten wendingen, als daar zijn overmatige secunden en verlaagde leittonen en geforceerd eigenwillige rhytmen, dit quasi-exotisme met de strenge basis van tonica en dominante is irritant en enerveerend. Hoe moest daarmede een eenheid op het tooneel van ook maar eenigszins suggestieve kracht bereikt worden?

Het is wel een bedroevend mager resultaat, wanneer men de artistieke slotsom van dezen avond trekt.

Er is voor het ballet, en in het bijzonder voor de ballet-pantomime, ontegenzeggelijk een uitdrukkingsgebied, dat van groote en zeldzame schoonheid zou kunnen zijn. Indien werkelijk de „idéé picturale", waarover we hebben mogen lezen, doch waarvan we niets mochten zien, zou worden verwezenlijkt. Het zou wel nimmer een verdiept, verinnerlijkt kunstwerk kunnen worden, doch als emanatie van een decoratieve samenstelling op zijn schoonst zou het juist voor onzen tijd van groote waarde kunnen zijn, uit zulk een kunstwerk zouden kiemen kunnen ontspruiten voor weer nieuwe mogelijkheden. In tegenstelling van het tooneelspel, waar de weergave van den geestelijken inhoud steeds het primaire moet blijven, zou hier kunnen worden geschapen — zuiverder dan in de opera — een wereld van schoonen schijn. Voor de fantasie zijn hier als het ware geen grenzen. En vele neigingen in de kunst van den huidigen dag wijzen er op, dat de tijd hiertoe rijp is. Ik denk aan het niet-verinnerlijkte, decoratieve, illustratieve van veel der modernste muziek (Strawinsky!), ik denk aan analoge eigenschappen in de beeldende kunst, ik denk aan de talrijke pogingen sedert een twintigtal jaren tot terugkeer van den ouden balletdans tot den natuurdans. Had men nu niet mogen verwachten, dat ter plaatse, waar oogenschijnlijk alle hulpmiddelen waren samengebracht en groote,

eigenaardige kunstenaars tot medewerking bereid, dat daar op dit oogenblik de renovatie van de pantomime op fantastische, uitzonderlijke wijze tot werkelijkheid zou zijn geworden? Men heeft ons jarenlang verzekerd, dat het zoo was. Is dan dat alles slechts een reusachtige, en daarom droevige, reclametruc geweest? Ik heb er geen verklaring voor!

Er is toch elders reeds zooveel geschied tot verwezenlijking van de picturale idee. Ik denk b.v. aan Max Reinhardt, die misschien juist daarin wel faalde, dat hij aan het picturale, het effectvollere, het dramatische eenigszins opofferde. En niet alleen aan Reinhardts decoratieven medewerker Ernst Stern denk ik hier, bij wien toch zelfs zijn minst geslaagde ensceneering aan durf en doelbewustheid alles overtrof, wat ik van deze Russen, respectievelijk Franschen zag, maar ook aan tal van anderen, die onder bescheiden omstandigheden hebben getracht schoonheid in lijn, kleur en beweging op persoonlijke wijze te scheppen. Welk een traditioneele visie houdt Dhiagilew er daarentegen op na. Er is zelfs geen poging gedaan partij te trekken van de schoonheid van het naakte lichaam. Ik begrijp, dat dit met het stereotype ballet moeilijk te vereenigen is. Maar bijvoorbeeld de krijgers in „Prince Igor"? Wat waren dat voor salon-vechtersbazen met hunne hideuze bruine trikots!

En vervolgens de balletkunst. Die was zeer goed en technisch bewonderenswaardig, doch volstrekt niet eenig of onvergelijkelijk. Ik zag in den afgeloopen winter te München ook een Russisch Ballet, een restant van het oude Keizerlijke Ballet. De omgeving was voor hen daar zeer ongunstig, de voorstellingen vonden plaats in een lokaliteit, die euphemistisch ,,Deutsches Theater" heet, doch een variété is; in dit ontstemmend milieu en met een minderwaardig orkest heb ik een voorstelling bijgewoond, die Diaghilew verre achter zich liet. Een Venetiaansche harle-

Sluiten