Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

No. 1. „Je parerai tes bras"

No. 2. „Que m'importe! je t'aime"

Pr. net. (a) frcs. 1.75. idem: Poème d'une Heure. Pr. net. chaque Numéro, frcs. 2—. Les 3 num. réunis frcs. 4.—.

Al deze werken uitgegeven: Le Ménestrel (Heugel ö Cie.) Paris.

De hierboven aangegeven zangstukken mogen, alvorens ik ze in bizonderheden bespreek, aanleiding geven tot eenige algemeene opmerkingen.

Vatten wij 't eerst de teksten in 't oog, dan blijkt dat zij — over 't algemeen genomen — wei-gekozen, en voor de compositie geschikt zijn.

De inhoud is verschillend en loopt van af een akelig-filosofisch gedaas, tot aan een aardig, puntig, opgewekt beschouwinkje.

Het gedaas vindt men in de „Poèmes Boudhiques" van Grassi; de andere qualiflcaties slaan op „Mon pelit Ane" van Gaubert. Eén van de stukken: „Versailles" toont meer dat zuiver beschouwend karakter, dat vele Fransche toondichters zeer schijnen te waardeeren, en dat wij uit een aantal van hun Liederen kennen; „Galant" is van een charmanten, quasi-antieken aard.

„C'esr la paix" heeft een oprecht gemeenden, hartelijk-gevoeligen tekst.

De toonzetting is in alle nummers (hoe zou 't anders kunnen zijn?) typisch Fransch, maar zij vormen als 't ware een parlement waarin alle schakeeringen, van af een gematigde rechterzijde, tot aan —. links! ~ de felle communisten. Die schakeeringen worden aangegeven door het meer of minder toepassen van ('t geen onlangs een Fransch beoordeelaar noemde) „la fausse note obligée".

Dat is 't ergst in de „Trois poèmes Boudhiques" van Grassi. Voor 't verwerken, ja zelfs voor 't opnemen van

zulke muziek — het zij ronduit erkend I ■

mis ik 't orgaan.

Ik kan ze onmogelijk lezen zonder een

instrument te hulp te roepen, en als ik ze speel meen ik voortdurend verkeerd aan te slaan. Laat ons hopen dat anderen er meer van genieten!

Iets minder radicaal is Dupont in zijn fragmenten uit Anrar. Hij schrijft wel heel krasse combinaties neer, maar heeft ook vaak uiterst interessante vondsten op het gebied der harmonie; ik vond een verbinding van c kl. met fis kl. die allermerkwaardigst klinkt. Dupont was zeker een persoonlijkheid!

Pikant-modern, maar niet onwelluidend is de harmoniseering van Gaubert; hij heeft zijn tekst buitengemeen geestig verklankt, en een zanger(es) die de kunst van „dire" verstaat, zal aan „Mon petit ane" een effectstukje hebben.

Heel mooi en heel poëtisch is de muziek die Henri Février schreef bij de gevoelige gedichten van Stephen Liégeard „Les Saisons". Die zangen lijken mij wel het beste uit de gansche, hier besproken verzameling, en ik hoop ze spoedig in 't openbaar te hooren.

Reynaldo Hahn blijkt de compositietechniek danig te beheerschen, getuigen zijn mooie, interessante harmoniseering, en — niet minder! ~ de canon tusschen bovenstem en bas in de inleiding voor de piano alleen. Het lied „La Paix" is van een ietwat ingetogen statigheid, en zal met gevoel en overtuiging gezongen zeker indruk (nooit „effect"!) maken.

Ernstigen zangers zij 't aanbevolen! Het lied van Georges Hüe, getiteld „Gestes de Menuet" is het tweede van een viertal, dat den titel draagt „ Versailles"; het precieuse van den antieken dansstijl is op gelukkige manier gecombineerd met (N.B. gematigd!) moderne harmoniseering. Sierlijk gezongen en duidelijk „gezegd" zal ik dit stuk het zeker „doen".

Dat durf ik ook voorspellen van „Galant" van denzelfden componist, het eerste van een drietal „Rondels". Het is eenvoudiger, maar diepgevoeld en innig.

Sluiten