Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

239

componist, maar wel dat van den schranderen geleerde, die eenmaal de muzikale wereld in beroering bracht door zijne logisch gebouwde boeken over de muziek der oudheid, niet het minst om zijne scherpzinnige "geschriften over „Les origines du chant liturgique" en „La mélopée antique dans le chant de 1'église latine": Konden deze werken bij hun verschijnen groot opzien baren en nieuwe gezichtspunten openen omtrent punten die slechts op vage hypothesen berustten, de resultaten van opzoekingen in de laatste jaren hebben in andere richtingen geleid. Maar tot het vinden van die nieuwe wegen hebben de geschriften van den Belgischen musicoloog zeker veel bijgedragen, immers: „du choc des idéés jaillit la lumière.

Eigenaardig is het, dat Gevaert, wiens muzikale muze de baan der komische opera aanwees, zoodat hij zich getrokken voelde tot het genre zijner beroemde landgenooten Grétry en Grisar, die beiden ook te Parijs hunne triomfen vierden, dat diezelfde componist van — zij het dan beschaafde en delicate — luchthartige muziek, au fond zulk een ernstig wetenschapsmensch was.

Beschouwen wij even zijne loopbaan.

Als zoon van eenvoudige buitenlieden, kwam Frans August Gevaert te Huysse, een dorpje tusschen Gent en Oudenaerde, op 31 Juli 1828 ter wereld.

Het eerste muziekonderwijs kreeg hij van den dorpsorganist J. B. Christiaens, die, zooals Edouard G. J. Grégoir meedeelt, nog piano speelde met de ornamenten van den ouden stijl.

Op zijn 13e jaar trok Gevaert naar Gent om daar aan het conservatorium te studeeren.

In het jaar 1847 — hij was toen nog geen 19 jaar — had de jonge man zijn eerste groot succes als componist te boeken, met de bekroning van de Vlaamsche cantate België, op tekst van Prudens van Duyse,

in den prijskamp, uitgeschreven door de Société des Beaux-Arts te Gent.

Hetzelfde jaar verwierf hij met algemeene stemmen den len Prijs van Rome, en grooten bijval genoot ook zijn psalm voor koor en orkest „Super Flumina Babylonis", gecomponeerd voor het DuitschVlaamsch Zangverbond, dat te Gent in Juni 1847 zijn muziekfeest hield.

Volgens de reglementen van den „Prix de Rome" moest de jonge laureaat nu een buitenlandsche reis maken van drie jaren. Gezien zijn jeugdigen ouderdom kreeg hij hiervoor echter twee jaar uitstel. Dien tijd gebruikte hij om een paar opera's te componeeren: „Hugues de Somerghem (3 acten, gecrëeerd te Gent in 1848), en „La comédie a la ville" (opera-bouffe in 1 act, in 1852 te Brussel met succes gegeven).

Van 1849 tot 1852 volbracht Gevaert de voorgeschreven reis. Hij bezocht Frankrijk, Spanje, Italië en Duitschland.

Te Madrid componeerde hij zijne Spaansche Fantasie voor orkest, die op kosten van de Koningin van Spanje uitgegeven werd, en hem met de orde van Isabella la Catolica deed begunstigen.

Over de rapporten van zijn studiereis maakte ik hierboven reeds melding.

Lang vertoefde de jonge componist in zijn vaderland niet, toen hij eenmaal zijn studiereis achter den rug had. In 1853 zien wij hem weer in Parijs, welke stad hij onafgebroken bleef bewonen tot het oorlogsjaar '70 toe.

Al gauw had hij als operacomponist de Parijzenaars voor zich gewonnen. Het „Théatre Lyrique" gaf in '53 zijne operabouffe „Georgette", welk werkje direct insloeg, getuige deze zinsneden uit een bespreking in „La France musicale": „C'est un talent, un vrai talent acquis au théatre. II a de la verve; ses motifs ont de la couleur, son orchestre est animé, interessant Cette partition de Georgette est

écrite d'une manière süre; on n'y sent pas de tatonnements, on croirait, a 1'en-

Sluiten