Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

ven. Van eensgezindheid willen wij nog steeds niet weten. Een te Amsterdam sedert eenigen tijd samengesteld gezelschap, dat, als ik me niet vergis, „De Opera" heet, zal moeten concurreeren met de onderneming van de Heeren Albert van Raalte en Alex. Poolman, die de „Co-opera-tie" gedoopt is, en met het Italiaansche gezelschap, dat de heer de Hondt bijeengebracht heeft en waar onder andere Albertine Cassani deel van uitmaakt. En dan moeten er nog plannen bestaan voor een reeks vertooningen door een uit Duitsche krachten bestaand gezelschap; doch ik heb dat maar van hooren zeggen en verdere bijzonderheden kan ik derhalve niet geven.

Wanneer men dan bedenkt, dat volgens de statistieken het schouwburg- en concertbezoek in alle steden van ons Vaderland geringer wordt en zelfs in niet geringe mate, dan maakt men zich toch eenigszins ongerust over het lot van de ondernemers, die maar doorgaan alsof wij in den tijd van melk en honing leven!

Trouwens, ook elders gaan niet alle ondernemingen naar wensch, bijvoorbeeld te Weenen. Daar heeft men onder leiding van Mascagni een tiental voorstellingen van Verdi's Aida in de openlucht gegeven en men had zeer zorgvuldig uitgerekend, dat die tien vertooningen zoo ongeveer een winst van een anderhalf milliard Kronen zouden opleveren. Maar die berekeningen komen al evenmin altijd uit als de begrootingen, die de jonge luidjes een paar maanden voor hun huwelijk gemaakt hebben. In de eerste plaats zijn de Weeners afgeschrikt door de enorme toegangsprijzen die er gevraagd werden, van tachtig duizend tot driehonderd en vijftig duizend Kronen, en in de tweede plaats heeft de natuur stoornis gebracht. Er was niet veel animo om in koude en stortregens naar Aida te gaan kijken en dientengevolge is de geheele onderneming geëindigd met een reusachtig financieel fiasco; er moet een tekort van een drie milliard

Kronen zijn, en dat, terwijl nog niet eens alle medewerkenden hun honorarium ontvangen hebben!

Anderzijds komen er ook wel goede tijdingen uit het buitenland, zooals van het feest te Salzburg, waar uitsluitend moderne kamermuziek gegeven is voor een zeer talrijk, uit alle landen van Europa bijeengekomen publiek, dat, volgens een van de critici, een recht aangenaam feest geweest zou zijn, indien men de moderne kamermuziek achterwege gelaten had! Alleen een stuk van Igor Strawinsky schijnt bij velen de geestdrift wakker geroepen te hebben.

Natuurlijk hebben de ernstige muziekliefhebbers begrepen, dat de dood van Ferrucio Busoni een niet te onderschatten verlies voor de kunst beteekent en hebben zij bij het ontvangen van de doodstijding van Eugen Hildach even teruggedacht aan de vriendelijke, welverzorgde kunst die hij met zijn vrouw, Anna Hildach, een vijf en dertig jaar geleden bracht. Zij, de mezzo-sopraan, hij de baryton; fraaie, goed gecultiveerde stemmen, die zoo opperbest samengingen, dat bet luisteren een voortdurend genoegen was. Zeker, het ging niet diep; hun techniek, hun sentiment, hun Opvattingen, het was alles van de salon; volstrekt niet hooger dan salonkunst kan men ook de composities van Hildach taxeeren; maar de charme, die van hun optreden uitging, herinner ik me nog levendig.

Eigenaardig trof het me dezer dagen te lezen, dat de componist Moszkowsky zijn zeventigsten geboortedag gevierd heeft in zulke treurige omstandigheden, dat men in Amerika trachten zal geld bijeen te brengen om den salonheld voor het ergste te behoeden. Onwillekeurig vraagt men zich af: hoe kan dat nu? De componist, die wereldberoemd geworden is met zijn Spaansche dansen, met zijn Valse de Concert in E en in as voor piano; ontvangt hij dan geen tantièmes, laten de uitgevers,

Sluiten