Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

269

gingen gloeien en ranselde me met het dirigeerstokje, zonder ook maar ooit pijn te doen —• zooals een spelende hond, die zoo voorzichtig-aan bijt. .— Gaven we werkelijk reden tot ergernis, dan verdween je en lei den dirigeerstaf neer. — En dan zaten we beschaamd voor ons uit te kijken — maar je kwam niet terug hoor. Hoe deden we ons best den volgenden keer om alles weer goed en ongedaan te maken en we zongen met je in kring je knappe, mooie canons — dat was muziek.

Tot op dat feestmaal toe — voor eenige jaren, toen mijn strijkkwartet op een concert van de Toonkunstenaarsvereeniging werd uitgevoerd — je zat in het bestuur, met open oor voor de jongere generatie — daar kwam je mij op jou lieve manier gelukwenschen. En evenals in de dierbare lesuren kwam je op me af: „Wacht 's, vadertje, moet ik je weer tuchtigen", en daar zat je me alweer achterna om de groote dinertafel, tot je me beet had — en dan: „goed zoo, m'n kind" — dat was immers je lof als mijn werk er mee doorkon.

„Bescheiden, hartstochtelijk — muzikant, fijnzinnige en penetrante Professor — in verre gewesten zie ik je bij je vriend Brahms. Daar leef je voort en in mijn hart." » * *

Jan Hemsing. f

De tijding van Jan Hemsing's overlijden zal velen smartelijk hebben getroffen. Men dacht dat hij nog te Davos was en bijna genezen, maar hij had er geen herstel gevonden, bij zijn moeder te Schaarsbergen den zomer doorgebracht en zich daarop naar zijn huis in Amsterdam begeven, waar snel het einde kwam.

Weemoedig verbeeldt men zich uit verscheidene jaren sinds 1914 zijn illustreerend begeleiden dat Pisuisse met diens gezelschap zoo vaardig, karakteristiek en geestig diende.

Betrekkelijk weinig heugenissen heeft men van zijn vroegere baszangersloopbaan, waartoe hij na gunstig oordeel van

Messchaert zich had voorbereid bij Stockhausen en vervolgens bij Bellwidt. Verbintenissen aan groote Duitsche schouwburgen maakten zijn optreden toen hier zeldzaam, maar wij vernamen van successen te Keulen en Wiesbaden, en ook te Londen, die hem roem schenen te beloven.

De beroepsverandering is hem in 't eerst wel zwaar gevallen, maar heeft hem toch ook artistiek werk laten vinden, dat hij voortreffelijk deed, en bovendien hartelijke vriendschap; wie hem kende, hield zéér veel van hem.

11 [ 11111111111: n 11 ^^^^^v; i:;j h ƒ f ;.v ƒ h; 111111111 l 11 n 111 i in

Boekbespreking

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

(Vervolg en Slot van vorig nummer 16).

De Haendel-biografie van Newman Flower mocht ik reeds aankondigen in een uitvoerig opstel in de N. R. C. Over zooveel ruimte als daar, mag ik hier niet beschikken, daarom zal ik mijn bespreking slechts algemeen houden, en niet overgaan tot het aanhalen van bizonderheden. Voor mij is het boek de biografie uit de laatste jaren; de schrijver — hij vertelt het zelf in zijn voorrede — heeft jaren en jaren gezocht, gespeurd, gesnuffeld en zoodoende gegevens verzameld die — tot een geheel samengebonden — iets heel moois en bizonders geven.

Analyses van werken van H. bevat het boek (en m.i. terecht!) niet; maar het teekent ons Haendel „ten voeten uit" en — niet minder belangrijk! — geeft een aanschouwelijk en boeiend beeld van het muziekleven in Engeland, in den tijd dat H. het zoo krachtig beheerschte.

Een schat van mooie, wei-uitgevoerde illustraties, waarbij verschillende onbekende, verhoogen de waarde van deze prachtige levensbeschrijving, die bovendien uitgegeven is op een manier die aan vóór-oorlogsche toestanden doet denken. Papier en letter zijn een lust voor de oogen.

Sluiten