Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

288

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

reerd; zijn toestand is bedenkelijk! In de juiste verhouding teruggebracht beteekent het, dat de gevierde dirigent een kleine nieraandoening heeft welke met een paar weken absolute rust genezen moet worden en als het dan zoover is zal de patiënt zich nog gedurende eenigen tijd wat in acht moeten nemen. Best mogelijk dus dat Mengelberg als dit artikel verschijnt, zijn taak te Amsterdam weer hervatten gaat; echter is het vermoeiende reizen in de provincie hem nog verboden; wij, niet Amsterdammers zullen hem dus voor November wel niet te zien krijgen. Middelerwijl is het bestuur van het Concertgebouw er in geslaagd een uitstekend plaatsvervanger te vinden in den persoon van Pierre Monteux, die eenige jaren dirigent geweest is van het beroemde Symphonieorkest te Boston; een gelukkig toeval mag het heeten dat Monteux kans ziet hier te blijven zoolang als het noodig is, zoodat wij voor het minder gewenschte systeem van gastdingen ten gespaard worden. Die Monteux, een energiek man, pakt aan; reeds heeft hij ons de kennismaking beloofd met een van de belangrijkste werken van het moderne repertoire, met "Le sacre du Printemps" van Strawinsky.

Terwijl Mengelberg door ziekte tot werkeloosheid gedoemd is, heeft onze Haagsche dirigent Dr. Peter van Anrooy kans gezien zijn naam als orkestleider te verstevigen door een welgeslaagd concert te Weenen, dat volgens de eerste berichten — ik hoop er nog wat meer van te lezen en er dan nog wat meer van mede te deelen — heel goed geslaagd is, den dirigent veel succes gebracht heeft; ook als componist van de onverwoestelijke Piet-Hein Rhapsodie is onze kunstenaar zeer gehuldigd. Dr. van Anrooy is juist op het goede oogenblik te Weenen gekomen, nu er namelijk een groot internationaal publiek te gast is in verband met het „Musik und Theaterfest", wel de

grootste onderneming die op kunstgebied ooit op touw gezet isl Een maand lang zal dit feest duren; twee en drie uitvoeringen op een dag zijn niet zeldzaam! En daar schijnen werkelijk nog tal van liefhebbers voor te zijn! Ieder zijn meug. Verschillende correspondenten zijn echter over den opzet van dit feest niet bijster goed te spreken; zij zeggen dat het alles maar kris en kras, rijp en groen door elkaar is. Natuurlijk wordt de eerste uitvoering van een groot werk van Arnold Schönberg met spanning tegemoet gezien.

De eerste berichten uit Parijs omtrent het optreden van de Haagsche Opera (de Co-Operatie) te Parijs zijn zooeven terwijl ik dit schrijf binnen gekomen. Het gezelschap heeft onder leiding van Albert van Raalte die de beschikking over het orkest van Pasdeloup had, veel bijval gevonden. Het „Theatre des Champs Elysées" was goed bezet met een voornamelijk uit Franschen bestaand publiek dat meer dan eens een vriendelijke gezindheid getoond en ten slotte zelfs met geestdrift den leider en de solisten gehuldigd heeft. Laten wij ons verheugen over dit goede begin en de hoop uitspreken dat als straks het gezelschap ten onzent begint te spelen wij er met dezelfde ingenomenheid naar zullen kunnen luisteren. Want op den duur — ik heb het al eens meer gezegd — kunnen wij in een land als het onze toch niet zonder Opera blijven; dies moeten wij, nu er weer een nieuwe, ernstige poging gedaan wordt, aan het jonge gezelschap zooveel mogelijk steun verleenen, zelfs als het niet dadelijk een kunstinstituut van hoogen rang blijkt te zijn. Een opera die in alle opzichten eerste klas is stampt men zoo maar niet uit den grond; kalmpjes aan beginnen en dan den tijd geven om uit te groeien, dat is het juiste recept!

De stroom solisten naar ons land is begonnen; van alle kanten komen pianisten en zangers en violisten opzetten, vele goede oude bekenden, die iedereen wel-

Sluiten