Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Iets over modernen, klassieken en Reger. Studie

door F. ALTHUIZEN.

Wie eenigszins in de historie der muziek thuis is, zal het niet meer dan natuurlijk vinden, dat vele groote muzikale genieën hun tijd vooruit waren, en dat niet alleen het nieuwe geluid dat zij lieten hooren aan hun tijdgenooten ontging, doch ook, dat door tal van musici en bekwame muziekkenners met de meeste stelligheid en oprechtheid aangetoond werd, dat bedoelde „innovateur" absoluut ontoelaatbare dingen deed, niet alleen in strijd met de „regels der kunst", maar zelfs met alle wetten der aesthetiek. Totdat de tijd bewees, dat men zich vergist had, totdat de nieuwe generatie de meening van het „pas uitgestorven conservatieve geslacht" op z'n minst onbegrijpelijk vond. Maar de nieuwe generatie verviel waarschijnlijk in dezelfde fout ten opzichte van een genie van haar tijd, — en dit verschijnsel zal zich wel altijd herhalen. Onze ondervinding is verrijkt, wij zijn veelzijdiger geworden, wij zien, dat „1'histoire se répète" (ik doel op bovengenoemde vergissing) en toch....

Van den anderen kant wordt de beteekenis van muzikale genieën of talenten door de „jongere, modern voelende generatie" dikwijls sterk overdreven, men behoeft daarvoor slechts aan de blinde vereering van Mendelssohn of Wagner door vele hunner tijdgenooten te denken. Na zoo'n periode van overschatting volgt dan een van onderschatting, en daarna komt de „rehabilitatie" en zal de figuur van bedoeld genie eindelijk in een zuiver licht komen te staan.

De ultra-modernen Schönberg en zijn volgelingen en Strawinsky geven veel aanleiding tot heftigheid: heftigheid bij de enkele voorstanders, heftige bestrijding bij de „conservatieven", half- en gewoonmodernen" (=: zij, die Mahler, Strausz en

Debussy erkennen). „Allegro agitato e nervoso" is het tempo van dezen tijd, en al kunnen wij nu nog geen oordeel hebben over de waarde van de Schönbergsche school en het atonale systeem voor de Europeesche muziek, over 20 jaar is dat, na herhaalde kennismaking, waarschijnlijk wel mogelijk. Tegenover de muziek van Mahler, Strausz staan wij al veel positiever, speciaal ook doordat wij ze beter kennen, — maar bij onze pro en contra kunnen wij al iets belangrijkers vaststellen met betrekking tot de belangrijkste muzikale stroomingen van den modernen tijd, n.m.1. dat door de gestadige uitbreiding der vormen, de scherpere contrasten, de ontwikkeling en opvoering der instrumentale massa's na de periode van Mozart en Beethoven tot die, welke wij nu kennen in de werken van Strausz en Mahler — dat deze vergrooting dus niet bereikt heeft, dat wat toch met elke vermeerdering der middelen beoogd wordt: de volkomener weergave van het goddelijke. Integendeel! Nooit was de muziek zoo dicht bij het goddelijke als bij Bach, Mozart of Beethoven, en wij moeten dus onze periode beschouwen als een vervalperiode: waarvan zooals bij e/A:e andere (de geschiedenis der kunsten bewijst het) de kenmerken zijn: vergrooting van het technisch apparaat, en verminderde werking.

De phasen van ontwikkeling, grootste bloei en verval zijn duidelijk waarneembaar bij de verschillende bouwstijlen (b.v. de Hindoesche of Grieksche) doch de mensch overziet ze pas, wanneer die of die kunstinrichting tot het verleden behoort; want in zijn streven naar steeds hooger en grootscher, bereikt de kunstenaar in een richting, de relatief grootste hoogte, doch wordt door die zelfde zucht steeds verder gevoerd en zoo is dan door overlading de decadentie ingetreden. Het is een natuurwet, waarmee de voortvarende menschengeest in botsing komt, en men zou die „overlading" kunnen vergelijken

Sluiten