Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

het overige echter is dit boekje teleurstellend. Karikaturen moeten gemaakt worden van personen die in een of ander vak of bedrijf tot de vooraanstaanden behooren; hier vindt men daarentegen karikaturen van „musici" waarvan nog nooit iemand gehoord heeft. Bovendien verwacht men dat de bijschriften geestig, pikant en niet beleedigend zullen zijn! Hier is een groot gedeelte van de onderschriften echter in den „jenevertafel-stijl" gesteld, worden ordinaire, grove, wel erg goedkoope moppen getapt, terwijl sommige onderschriften zelfs de gedachte opdringen dat het den schrijver erom te doen geweest is, hem minder symphatieke personen eens ferm een hak te zetten. Heusch, ik kan een heeleboel van caricaturen velen, behoor niet tot de Hollanders die er zoo spoedig boos om worden wanneer men eens een beetje met hen gekscheert; ik eisch niet eens dat het altijd zoetsappig blijve, weet een ferme scherpe, rake zet te waardeeren, maar grove lompheden moeten achterwege blijven. En het is niets dan een minderwaardige van alle geestigheid totaal verstoken lompheid onder het portret van een geacht, in veel opzichten verdienstelijk directeur van een instituut voor muziekonderwijs te zetten: „wat zou het in de muziekwereld zijn zonder het Conservatorium?" En zoo zou er nog menige smakeloosheid te signaleeren zijn in dit boekje, dat trouwens zoowel uiterlijk als naar den inhoud grof is.

• * *

Een magnifiek verzorgd boek is bij J. M. Dent & Sons te Londen verschenen: „A Dictonary of modern Music and Musicians", een zeer nuttig en royaal uitgegeven boek. In tegenstelling met de meeste buitenlandsche boeken in dit genre bevat het een zeer complete afdeeling Nederland, waarvoor de eer toekomt aan Willem Pijper, die zoo objectief mogelijk te werk gegaan is en voor een prijzenswaardige volledigheid zorg gedragen heeft. Wij bevelen

dit nuttige, fraaie boek gaarne aan in de belangstelling van alle muziekvrienden.

Een keurig boekje is ook verschenen bij Helbing und Lichtenhahn te Bazel: Hans Huber, de persoonlijkheid geschetst door Gian Bundi naar brieven en persoonlijke herinneringen. Het met een portret van den Zwitserschen componist versierde boekje opent met een van zijn uitspraken: „om een kunstwerk te maken is meer sentimento dan verstand noodig. Nu is ook het leven een groot kunstwerk en wanneer dus in mijn leven het sentimento sterker spreekt dan het verstand, zult Gij mij er dan minder lief om hebben?"

Het is een met liefde geschreven boekje, vrij van de overdrijvingen welke men gewoonlijk in dergelijke met lofredenen doorspekte biografieën vindt. iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiin iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiHiuiiiiiiiiiniiiiiiiiiii

Klokkenspel.

Het is al haast een jaar geleden dat Hullebroeck's werk Beiaarden verscheen. Ik ontving het niet ter bespreking, maar dat mag geen reden blijven om er van te zwijgen.

Wij missen nog de verwachte ZuidNederlandsche wederhelft van Loosjes' De torenmuziek in de Nederlanden, het groote boek dat bestaat uit een samenvattend aesthetisch, historisch, polemischpropagandistisch deel en een lexicon der klokkenspellen in ons koninkrijk, alphabetisch naar de plaatsnamen, met afbeeldingen van de torens. Wat Hullebroeck gaf is kleiner, lichter (ook vluchtiger) en heel anders opgezet. Hij nam tot inleiding Denijn's Mechelsche congresvoordracht over goed en slecht beiaardrepertoire, verklaarde hoe noodig het is de met het volkslied verloren en herwonnen belangstelling aan te kweeken, schetste Van Doorslaer's klokkenspelgeschiedenis na, beschreef het klokgieten met vermelding van eenige meesters en minderen, daarnade klokkenspelinrichtingen met illustraties, vertelde

Sluiten