Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

van den onbevredigender) indruk hebben uitgewischt.

Niet zonder iets van dien straks reeds bedoelden Franschen zwier heeft v. M. het geheim van te boeien met zijn in alle onderdeden zeer uitgebreid en bij hem levend blijvend weten. Voor hen, die als mede-examinatoren straks het oordeel te vellen zullen hebben, bestaat geen aarzelen in het uitbrengen van hun stem; de meesterlijke wijze — niet anders dan het gevolg van eigen diep gegane studie ~waarop het onderzoek naar 's candidaten kennis door v. M. plaats heeft, laat aanstonds daaromtrent bij alle verdere toehoorders voor hun oordeel geen zweem van twijfel.

Mede van v. M.'s treffend oordeel zoowel in het algemeene als in bizonderheden bij het beoordeelen van jonge artiesten, candidaten voor een optreden in de „solisten-concerten" der Mij. t. b. d. Toonkunst, kan ik gewagen. Ook hier is de vriend een zekere, vertrouwbare gids, bij het schiften — in uiteraard niet zoo veel tijd — van „groen en rijp."

Of v. M. nog componeert weet ik niet te zeggen; uitgeven deed hij in den lateren tijd niet, en zoo is de voorzeker goede indruk, dien ik van zijn werken vroeger geregeld heb gehad, niet veranderd. Aan het ontstaan van zijn tweede dramatische werk „Darthula" heb ik iets bijgedragen.

Te Utrecht kende ik een, een nu ja,

een dichter; zéker dat was hij, de eenvoudige ambtenaar in een der groote kantoorgebouwen van de Staats-Spoorwegen-Mij., Emile Coenders. In onverdeelde vereering voor Richard, den Groote, onder den bevruchtenden invloed van het daemonische dat alle tooneelgebeuren nooit ophoudt te bezitten, dichtte Coenders het eene drama na het andere, het materiaal ontleenend aan de Artussage in dier onuitputtelijke verscheidenheid; dat ging alles in het Duitsch, in ongetwijfeld wonderbaarlijke vlugheid onder huiselijke benarde omstandigheden te midden van een rijken kinderzegen bij zijne vrouw, die van 's mans idealen geen „blasse Ahnung" had; — zij was een Duitsch meisje uit nederigen stand, hij uit een Limburgsche notaris-familie. De dichtader dan vloeide zoo rijkelijk, dat van een herzien, een veilen, een samendringen — en dit was broodnoodig, de concinnitas, zoo juist

geprezen van het klassieke Latijn was mijlen ver zoek — absoluut niets kwam, en dat zoo noodig geweest was, had het eenige blijvende beteekenis gekregen. Toch mocht ik dezen poëet van wezenlijken aanleg voor het muziek-drama, in kennis brengen met twee onzer componisten: de een van hen was Emile von Brucken Fock voor zijn Elaine, de ander onze jarige vriend v. Milligen voor z'n Darthula. Aan het gemis aan zuiverheid van taal, van stijl, aan hinderlijk gebruik van rijm heeft de componist nog heel wat te doen gehad, als muziekdramatisch geheel heeft het werk m.i. echter beslist voldaan; den componist heeft het geïnspireerd tot iets, waarover hij zich zeker niet heeft hoeven te schamen. Waarom komt de Ned. Opera of de Co-opera-tie er niet nog eens mee voor den dag? Sinds de opvoering is er al weer heel wat veranderd vooral door het ultra moderne; met Strawinski's oeuvre moet, maar behoeft het ook niet vergeleken te worden; daartegen houden zelfs de allergrootsten van voorheen het niet uit, althans niet bij hen, die in hem den zoo lang en met mateloos verlangen verwachten eenigen zien. Maar is dier getal reeds zóó alle anderen verdringend groot ? Misschien dat de auteur zelf na zooveel jaren in zijn opus hier en daar nog wat zou wijzigen. Immers de tijden veranderen niet alleen maar ook wij zeiven daarin. Voor een nederlandsch opera-gezelschap lijkt mij echter het opvoeren van werk van landgenooten een onafwijsbare eisch.

Aan dat Darthula-gebeuren denkend, komt mij tevens voor den geest, hoe daarin naast den componist ook zijn vrouw opging. Helaas moest zij reeds lang geleden hem ontvallen. Voorwaar een wel zeer zware slag, die den ander van een gelukkig huwelijkspaar kan treffen, en vooral begrijpelijk voor wie de beminnenswaardige, steeds hulpvaardige vrouw hebben gekend. Dankbaar mogen we zijn voor den grooten heelmeester, den Tijd, die ook hier de geslagen wonden heeft mogen heelen. Het verlies heeft v. M. gelukkig niet gebroken, en voortgezet heeft hij het werk waartoe de gemeenschap hem geroepen heeft. De vriend veroorlove mij hier uiting te geven aan onze erkentelijkheid, met name aan Mej. Betsy v. Milligen, eertijds de als leerlinge

Sluiten