Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

43

van James Kwast ook door haar degelijk onderwijs welbekende pianiste. Zij heeft in volle liefde bij haren broeder de plichten der huisvrouw van haar schoonzuster overgenomen.

Sinds een kort verblijf te Laren, waarvan het vriendschappelijk verkeer buitengewoon heeft geprofiteerd, wonen nu broer en zuster geheel naar genoegen te zamen weer in de hoofdstad, Bronckhorststr. 17i, en opnieuw wordt thans met volle teugen genoten van alles wat de groote stad en daarin Mengelbergs op wonderen gelijkende praestaties te genieten geeft.

Dat doen zij nog lang in ongestoorden vrede!

Laren, 25-ll-'24. H. NOLTHENIUS.

* * *

En Hendrika van Tussenbroek wordt zeventig.

Stel u voor dat ieder die haar iets te zeggen heeft het ook eens deed. In geen jaren zou zij de brieven en telegrammen door zijn. Honderdduizenden houden van haar.

De Heldersche muziekschooldirecteur, De Hoog, schreef ons:

„Hoe zullen wij deze hoogbegaafde componiste het best huldigen: alleen door haar werken te vertolken 1

Door haar bescheiden karakter ziet of hoort men van Hendrika van Tussenbroek persoonlijk weinig. Stil en rustig houdt zij zichzelf op den achtergrond, immer arbeidend aan composities der vocale kunst! En juist daarom is het van zoo'n groote waarde en beteekenis dat haar „Werken" zoo op den voorgrond komen.

Het is mij ondenkbaar een uitvoering te geven met de verschillende klassen mijner Zangschool zonder den naam Hendrika van Tussenbroek. „Con amore" zingen alle stemmen van klein tot groot haar werken. En nu zijn „tachtig" kinderen zich aan het voorbereiden tot de opvoering van haar kinderzangspel: „De Schoone in het Slapende Bosch". Dit is de kroon op haar werk!

Moge zij nog lang de vrucht van haar compositie-talent smaken 1"

Een programma van een kinderzanguitvoering is alom in den lande haast ondenkbaar zonder haar naam. En hoeveel uitvoeringen voor en door kinderen zijn zonder programma, maar met haar

aandeel, immers thuis. Er gaat zeker geen winteravond voorbij waarop niet in zalen en kamers vol jeugdigen, haar hartige, nooit zoetelijke, nooit flauwe, menigmaal teere, maar vooral geestige, pittige, frissche, sterk beeldende muziek de ziel is van een bekoorlijke tooneelsprook, een poëzietooverend, fijn-innig-fantastisch of grotesk of leutig schimmenspel, een jolige Jan Klaassenvertooning, een aanschouwelijke fabel of andere vertelling, een cantate die natuurmachten als menschen laat leven, en allerlei liedjes, blijde, droeve, zachte, forsche, bovenal kernachtige. Wie zou haar niet zegenen, die zóó schoonheid aan de kinderen brengt en zóó hun liefde heeft! v. W. iiiiiiiiiiiiiiiiiiiuinu^

Het Praatje van de maand.

De strijd tusschen Richard Strauss en Franz Schalk, die, voorloopig altans, met den aftocht van eerstgenoemde geëindigd is, heeft natuurlijk de gemoederen te Weenen fel in beroering gebracht! De eerste berichten zagen er vrij onschuldig uit, waren in kalme bewoordingen gesteld; wie echter scherper luisterde dan de meerderheid, dien ontgingen de dissonanten van dit vreedzame lied geenszins; en het duurde dan ook niet lang of er kwam dusdanige verandering van toon dat welhaast iedereen begreep: het is hommeles. Inderdaad heeft de strijd een steeds scherper wordend karakter aangenomen; iedereen die in het muzikale Weenen wat te vertellen heeft — al is het dan ook nog zoo weinig — heeft zich in den strijd gemengd, schrijft of praat pro Strauss en contra Schalk of omgekeerd ; beide heeren hebben hun aanhangers. Nu moet men om de waarheid eer te bewijzen getuigen, dat Strauss zich aanvankelijk heel kalm uitgelaten en gedragen heeft; eerst na zeer felle aanvallen op zijn beleid als operadirecteur en persoonlijke hatelijkheden is hij ook op hartstochtelijker toon gaan spreken, heeft hij in een der Weensche bladen melding gemaakt van een door Schalk reeds lang aangenomen vijandelijke houding, die hem ten slotte tot heengaan ge-

Sluiten