Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Dat er van de 80 candidaten voor Piano-lager niet meer dan 25 gediplomeerd konden worden, moet weder aan dezelfde oorzaken als vroeger worden toegeschreven, n.1. algemeene onrijpheid, die zoowel in het spel als bij de onderwijskunst aan den dag kwam. Voor het verkrijgen van een diploma is het noodig, dat voor beide hoofdvakken voldoende cijfers behaald worden en meermalen kwam het voor, dat candidaten op een dezer vakken struikelden, ook wanneer zij in het andere sterker stonden.

Hoe onzaakkundig er soms nog opgeleid wordt, kon men afleiden uit het feit, dat sommige dames als repertoire niet minder dan 30 a 40 etudes en 10 tot 20 werken van Bach opgaven, met één enkele sonate en één voordrachtstuk. Geen der door den examinator uit deze zonderlinge combinatie gekozen werken werd behoorlijk gespeeld en ook met betrekking tot algemeen-muzikale en paedagogische ontwikkeling maakten deze ongelukkigen een treurig figuur. Men zou toch mogen verwachten, dat de inrichting der examens langzamerhand voldoende bekend geworden is, zoodat dergelijke gevallen van onbeholpenheid niet meer moesten voorkomen!

Omtrent de speelmethode, die de candidaat in praktijk brengt, is het niet overbodig, er nogmaals op te wijzen, dat er volstrekt geen dwang of voorkeur bij de Commissie bestaat. Elke methode wordt toegelaten, mits de candidaat die goed weet te verdedigen en zijn onderwijskunst daarmede in overeenstemming is. Dit is een zoo eenvoudig en duidelijk standpunt, dat het eigenlijk onnoodig zou moeten zijn, het nog eens te formuleeren. Maar telkens komen er nog candidaten, die beweren volgens afwijkende methode's (Deppe b.v.) te zullen onderwijzen en die blijk geven, geen voldoende kennis te bezitten van de litteratuur en het studie-materiaal van hun richting, of zelfs, in hun eigen spel vol¬

strekt niet toe te passen wat zij zeggen te zullen doceeren. Overeenstemming tusschen paedagogische explicaties en praktijk is toch waarlijk een zeer natuurlijke eisch.

Heeft de candidaat de algemeene speelwijze tot de zijne gemaakt, dan is het voldoende, dat hij van de afwijkende methode's de strekking kent. Hieronder is dan te verstaan het verschil in uitgangspunt en in de wijze waarop de techniek wordt behandeld. Het uitwerken daarvan in bizonderheden behoeft niet te worden verklaard en een beleidvol examinator zal tevreden zijn, wanneer de candidaat in groote trekken het verschil in kwestie kan aangeven. De detailleering kan alleen worden geëischt van hem, die volgens de bedoelde afwijkende methode gaat lesgeven, niet van de aanhangers der algemeene speelwijze.

Ten slotte nog enkele opmerkingen over den invloed der zenuwachtigheid. Bij alle examens speelt die een rol, maar hier is zij zeker wel een buitengewoon onaangename factor. Op zeer uiteenloopende wijze worden de candidaten er door beinvloed. De meest voorkomende verschijnselen zijn schuwheid en gebrek aan zelfvertrouwen, abnormale opwinding, gedachtenloosheid, en bij het spelen: gejaagde en onrustige tempo's, overdreven voorzichtigheid van opvatting, slecht pedaalgebruik, neiging tot hakkelen enz. en het is voor den examinator geen gemakkelijke taak, bij de beoordeeling den juisten omvang van dien invloed te schatten.

Verklaarbaar is dit alles zeer zeker. De candidaten spelen in een voor hen vreemd lokaal, meestal in een andere stad dan hun woonplaats, op een instrument, waarmede zij zich niet hebben kunnen vertrouwd maken, voor een aantal musici, die alles opmerken, en bovenal, met het besef dat er zooveel afhangt van den indruk dien zij maken. Geen wonder, dat zij zich verre van aangenaam gevoelen en er vaak een

Sluiten