Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

groot verschil zal bestaan tusschen hetgeen zij thuis presteeren en wat zij nu toonen. Er worden hooge eischen aan de zelfbeheersching gesteld, en menige candidaat, die thuis „geheel klaar" dacht te zijn, doet onaangename ervaringen op.

Hiertegen bestaat slechts één geneesmindel, beter dan zenuwdrankjes of andere medicamenten. Het is uiterst eenvoudig en schijnt toch moeilijk toe te passen. Wil men de taak der zelfbeheersching verlichten, dan zorge men, dat het niveau van de exameneischen niet alleen bereikt is, maar dat men daarboven staat. De candidaat moet meer kennen en kunnen, dan van hem geëischt wordt. Hoe hooger zijn standpunt is, des te zekerder gevoelt hij zich en des te gemakkelijker overwint hij zijn zenuwachtigheid.

Geheel uitschakelen kan men de examenkoorts ook dan helaas nog niet en al geven de examinatoren zich nog zoo groote moeite, den candidaat op zijn gemak te brengen, er blijft altijd een noodlottige factor over. Maar ontegenzeglijk is die invloed tot een minimum teruggebracht bij sterke candidaten. Ook uit dit oogpunt bezien kan men dus niet anders, dan er nogmaals op aandringen, dat de candidaat het examen niet onderneemt wanneer hij „net" klaar is.

Het zijn alles bekende ervaringen, die wij hier neerschrijven. Elke examen-commissie kent die en elk jaar worden zij opnieuw bevestigd. En er zal ook geen verbetering komen voordat het inzicht meer veld wint, dat een examen geen eindpunt zijn moet, maar een punt van

47

uitgang. Men moet niet in de voornaamste plaats voor een examen werken, maar voor het leven, voor de eigen algemeene vorming. Wij schreven dit reeds vroeger, maar het „frappez toujours" geldt ook hier. Wanneer de candidaten, die ook maar eenigszins daartoe in de gelegenheid zijn, zich den tijd gunden tot volkomen rijp-worden, hoe zouden dan de examens een ander karakter verkrijgen! Voor de examinatoren zou het werk licht en aangenaam zijn, de candidaten zouden zich zonder angst onderwerpen aan hetgeen voor hen gemakkelijk geworden was, en bovenal, de toekomstige generatie van paedagogen zou heel wat hooger staan. Wat heeft de muzikale wereld voor nut van een groot aantal ter nauwernood mondige leerkrachten? Is het niet veel beter, en meer in het algemeen belang van het individu en daardoor van de geheele muzikale cultuur, dat er werkelijk vol-rijpe naturen worden gevormd? Bekrompenheid van opvatting is altijd uit den booze, maar hier zijn haar gevolgen dubbel noodlottig. De Kunst kan niet hoog genoeg worden gehouden! K. A. T. mi i iiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii iii! i mui iiiiiiiiiiiiiiuii urn Mimi >

INHOUD.

Handel's Giulio Cesare in het National Theater te

München K. P. Bernet Kempers.

Nieuwe uitgaven.

Klokkenspel v.W.

Belangrijke Data . . . v. W.: H. Nolthenius.

Het praatje van de maand.

Nederl. Toonk.Vereen. Officieel Orgaan.

Sluiten