Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

69

iets zeer eigenaardigs en bewonderenswaardigs is bereikt en zonder den Heer Loman en diens inventieven geest wel nimmer bereikt zou zijn.

Er rijst vanzelf een vraag — en hiermede kan deze kleine beschouwing besloten worden — is het werkelijk de moeite waard dit vele ingewikkelde werk te verrichten, heeft het zijn nut, maatschappelijk dus financieel voor den scheppenden kunstenaar en ethisch voor de gemeenschap? In verband hiermede wordt vaak gewezen op het niet te loochenen feit, dat tenslotte van het uitvoeringsrecht hoofdzakelijk profiteeren de vervaardigers van succesnummers in de vermaaksmuziek, van dingen, die misschien een of twee jaar leven, doch in dien tijd duizenden en duizenden uitvoeringen beleven. Geen regeling ter wereld kan daaraan verandering brengen; er ligt in hoogeren zin misschien zelfs een rechtvaardigheid daarin, dat ernstig werk — wat de reëele baten betreft — moet terugtreden tegenover alles wat voor ontspanning dagelijksch verlangd wordt en steeds meer terugtreedt, naarmate het minder speculeert op de snelle, onmiddellijke ontvankelijkheid der massa. Wie den nadruk legt op de omgekeerde verhouding der baten ten opzichte van de kunstwaarde — in het algemeen gesproken — ziet te veel naar de materieele zijde van het vraagstuk. Veeleer moet men de bescherming van het kunstwerk beschouwen als een recht, onaantastbaar en wie de vrucht van zijn werk schenkt aan de gemeenschap — een geschenk zal het steeds blijven — mag zeker verlangen, dat erkend wordt, dat ook in dit geval elke arbeid zijn loon waard is I Door collectief uiting aan dit bewustzijn te geven bereikt de componist meer, hij verzekert zich — dit zal op den duur nadrukkelijk bij de Hollandsche vereeniging tot uiting komen — tegen de gevolgen van invaliditeit en ouderdom en heeft te zijner tijd een niet geringe uitkeering te wachten, die hij zelf niet heeft bekostigd door stortingen

of anderszins. Neen, de hiervoor noodzakelijke bedragen zijn door de gemeenschap opgebracht en nu is het tenslotte toch weer rechtvaardig, dat de componisten der vermaaksmuziek — de soms veel en soms ten onrechte gesmaden — een belangrijk aandeel hebben geleverd tot het vormen dier fondsen ten bate van hunne ernstige collega's, juist omdat zij met veel grootere bedragen aan de verzekering deel hebben.

Het zou te wenschen zijn, dat het Genootschap van Nederlandsche Componisten na kwijting van de boven geschetste taak zich nog ernstiger onledig hield met de geestelijke belangen zijner leden. Ik denk hierbij aan het benutten der talrijke relaties, waardoor het internationaal uitwisselen van werken, d.w.z. de uitvoeringen daarvan, op voet van wederkeerigheid mogelijk zou zijn. Pogingen hiertoe stonden onlangs op het punt van slagen; zij vonden echter tegenkanting, daar waar men het allerminst verwacht zou hebben. Doch de toekomst kan het toch mogelijk maken.

Nu de pogingen der Fransche Société onze Nederlandsche instelling door beïnvloeding van haar buitenlandsche relaties te verzwakken, als mislukt kunnen worden aangezien, kan aan den lang gekoesterden wensch uitvoering worden gegeven, het oprichten van een eigen administratiegebouw te Amsterdam. Nog in den loop van dit jaar zal het voltooid zijn, geheel uit eigen middelen bekostigd en gemeenschappelijk eigendom van de componisten en uitgevers als een symbool van de goede verstandhouding tusschen deze beide belanghebbende groepen. Het zal in de toekomst van belang zijn dezen vasten zetel te bezitten, ook wijl niet alleen beschikt kan worden over volkomen geoutilleerde moderne kantoorruimten, doch ook over eigen vergaderzalen en dergelijke. In elk geval zal het nieuwe gebouw spreken van een tiental jaren vol van moeitevol, ernstig, volhardend werken.

Sluiten