Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

87

schakcering, instrumenteering (beter gezegd orchestreering), orgelbegeleiding, gebruik van jongenskoren enz.

Tevens geeft hij een lijst van de cantaten, die volgens hem zonder bezwaar kunnen worden uitgevoerd, ook door kleine zangvereenigingen, die niet over ruime geldelijke middelen beschikken.

Schweitzer wekt allen: kunstenaars en dilettanten; hoogbegaafden en meer eenvoudigen van geest op zich te verdiepen in de schatten, die de grootmeester Bach ons heeft nagelaten. „Es ist vielleicht mit das Herrlichste an Bach's Bestimmung, dasz er ohne es selber zu ahnen, der Welt eine geistliche Hausmusik geschenckt hat."

Ongaarne mist men in de lijst van personen en volken, die van hun bewonderende liefde van Bach blijk gaven, in woord en daad, een enkele vermelding omtrent wat op dit gebied in Nederland geschiedt. Indien Albert Schweitzer ooit de uitvoeringen der „Mattheuspassion" te Amsterdam of te 's-Gravenhage had bijgewoond, of indien hij getuige was geweest van zoo menige wijdingsvolle wedergave van Bach's kunst hier te lande, zoowel instrumentaal als vocaal, dan zou hij ongetwijfeld de eerste zijn om dat verzuim te herstellen.

Schweitzer eindigt zijn aan denkbeelden zoo rijke en zoo warm-doorgloeide werk met een aanhaling van den reeds vroeger genoemden Bach-criticus Mosewius. „Nog altijd geldt, (zoo roept hij ons toe) het door Mosewius in 1845 uitgesproken woord: „Nur eins ist not: ein inneres Gesammeltsein ! Jeder einzelne Chorsanger in Bachschen Werken musz neben der vollstandigsten Lösing der technischen Aufgabe in dauerhafter geistiger Tatigkeit dabei benarren".

Schweitzer formuleert het aldus: slechts ernstige menschen, die diep en fijn voelen, kunnen ten slotte den geest, die uit Bach's werken spreekt, verstaan, en in waarheid

vertolken. Moge hun aantal steeds toenemen, opdat ook door dit groote genie de vergeestelijking en verinnerlijking meer en meer ons deel worden, aan welke onze tijd zoozeer behoefte heeft!

(Schweitzer's terugkeer naar Straatsburg, onder het vorige deel van dit artikel vermeld, was een tijdelijke tot uitbreiding van zijn medische kunde. Sedert '24 is hij weer in het Congoland. Zijn werk daar eischt geldelijken steun. Dien kan men hem verschaffen door zijn boeken te koopen; ook door bijdragen te zenden aan Ds. G. Hulsman, Fred. Hendrikstraat, Den Haag.)

RED.

Personalia.

Ferdinand Löwe- f De groote Weensche dirigent Ferdinand Löwe, Bruckner's leerling en propagator, die te München, Boedapest en Berlijn ook gewerkt heeft, is overleden. Hij zou den 19en Februari zestig jaar geworden zijn.

H|I!II!IUI!IIIIII|I|IIIIIIIIIIII!IIIIII!IIIIIII!IIIIII!III!!IIIIIII HUW Illlllllllllllllll Ilimnillllllllllfflllll II

Bundel van het Nederlandsen Zangersverbond.

In Juni 1921, ter jaarvergadering van het Nederlandsch Zangersverbond, werd op voorstel van Arnhem's Mannenkoor besloten een zakbundeltje van eenvoudige vierstemmige liederen te laten maken, waarmee zich de vereenigingsgeest zou kunnen uiten onder omstandigheden van verschillenden aard. De heeren Henri Völlmar, Bernard Diamant en J. R. Kornacker verrichtten die taak, men mag zeggen als helden. Zij doorworstelden stekelig struweel van auteursrecht-moeilijkheden en zeker nog meer andere niet in hun voorrede genoemde doornigheid en konden na ruim drie jaren zwoegens hun kleinen oogst toevertrouwen aan G. Benders in Amersfoort, die zorgde voor goeden zetseldruk (al vielen eenige notenkoppen weg) en voor doelmatig bindsel (prijs f 0.90). En nu staan

Sluiten