Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

hebben ettelijke componistengeneraties Grétry tot geestelijken stamvader, en, als men ondanks het eerbiedwekkende van die gedachte soms misnoegen voelt bij zijn versleten formules, waarschuwt het voorbeeld van een die gezegd moet hebben: hoe kon toch Schiller Don Carlos beginnen met dat afgezaagde Die schonen Tage von Aranjuez. Soms, maar zelden komt hij met een themavorm a la Mozart of Haydn; in den regel heeft hij den van veel later bekenden, niet alleen Franschen zangspeltrant, maar dan met de harmoniedunheid, de vierstemmigheidsverwijding die den in 't achttiend'eeuwsch Italië gevormden, zelfs Gluck, eigen is en niet zoo speciaal hem, al mag men gelooven dat hij gewoonlijk op wat aanvulling rekende. Die manier bewijst geen onbekwaamheid. Wel minder kundig lijkt af en toe zijn vocale techniek (met onpractische hoogte van intonaties en declamatorische lastigheid van naslaande tonen) overigens juist on-Italiaansch, wat instrumentaal. Maar dat hij, zooals verzekerd wordt, geen drie zelfstandige partijen aankon en dus met een trio sukkelde mag men wegens een vlot en knap stukje betwijfelen. Hier zijn véél vlotte, knappe stukjes van lieven, bevalligen, vroolijken, gemoedelijken aard; er is ook een karakteristiek balladetje met balletbesluit, voorts een wanhoopsen herdenkingsaria van Richard, meer bravourzuchtig dan tragisch, ja met anders versmade coloratuur gesierd, maar bijna groot te noemen en verrassend door drie spaarzaam gebruikte motieven: een kramprhythmus in 't orkest, een symbool van 't vorstelijk verleden, een tonaliteitontvliedenden, harmonieloozen, doffen roep O mort. En tusschen die verscheidenheden culmineert Blondel's (feitelijk Richard's) lied, in het eerste bedrijf pantomimisch aankondigend en met een variatie verlengd, in het tweede dadelijk na 's konings kerkermonoloog van doodsverlangen den omkeer brengend, in het derde verteede-

ring gevend als intermezzo van het finalegejuich. Bij 't begin der vermaarde romance zou men zich kunnen verwonderen over scansie precies naar de versvoeten: u - ne fie-vre brü-lan - te J IJ j IJ J I JJ IJ

het is toch juist een roem van Grétry dat hij zich naar de woordaccenten richtte. Maar de wijs heeft edele sentimentaliteit, te vergelijken met iets uit Wolf-Ferrari's La vita nuova, den aanhef Angelica sembianza.

Velerlei beminnelijks kan doen verzuchten over opvolging van het kinderlijke der Opéra Comique door het hinderlijke der Operette. Vraagt men niettemin of de componist die zijn beste vertegenwoordiging schijnt te hebben in dit werkje wel het eerbetoon verdiende van de hoogste waardigheden, twee standbeelden en een rijksuitgaaf, dan moet men ook bedenken dat Oü peut-on être mieux van hem is en dat over hem werd getuigd:

De la nature enfant gaté, Des plus beaux dons elle'ta fait largesse, Grétry, tu sais répandre la richesse Dans le sein de la pauvreté.

v. W.

m m ii i tf ïHtii in iiiiiiii tiiii tu ii 111111 ii in 1111 urn ii in ii m tu iiKi mi vnnmvuitn iain itrfttii imrimiiiTiiiiiiiiifrxÉimnimtni» Het praatje van de maand. Als de redacteuren van de groote Nederlandsche bladen eens zoo dwaas waren, om alle hen uit Weenen toegezonden berichten in de kolommen op te nemen, dan zou de lezer pas een goed denkbeeld kunnen krijgen van de wijze, waarop men in het buitenland een reclame-campagne voert. Nu na weken — terwijl het niemand meer bijzonder interesseert — regent het nog steeds mededeelingen over het conflict aan de Staats-Opera te Weenen, dat met den aftocht van Richard Strauss geëindigd is. Richard Strauss komt wel terug, komt niet terug, komt misschien terug, onderhandelt met den minister van Eeredienst, onder-

Sluiten