Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

het Mensuraalschrift; de Muziekinstrumenten ; de Vormen, kortom alles wat op de toonkunst betrekking heeft.

De Chaconne en de Toccata worden elk met drie, de Ballade, de Passacaille en de Canzona met twee(!) regels afgedaan. Later wijdt de schrijver aan de Opera-Comique — die hij een „bastaard" van de Opera noemt — nog niet volle 4'/2 regel.

Men begrijpt dat hier de oppervlakkigheid hoogtij viert, en vraagt zich af hoe 't mogelijk is dat zulk een geschriftje de 12e oplaag bereikt.

De voorrede van Massenet is een van de beste voorbeelden, hoe men met mooie woorden, en met bovenmatige beleefdheid, in één bladzijde druks, absoluut niets zeggen kan.

Ernest Closson: Elements d'Esthétique Musicale. Deuxième édition, revue et augmentée. Bruxelles: J. B. Katto.

Paris: Librie. Fischbacher — Prijs niet aangegeven.

Dit boekje beoogt hetzelfde als 't hiervoor genoemde: den leerling in te leiden in de Algemeene Muziekleer (een „Aesthetica" in den vollen zin van 't woord is het zeker niet!) maar 't is heel wat bruikbaarder. Beknopt, maar niet onvolledig, behandelt het de tallooze onderwerpen, helder en duidelijk. Echter niet zoo, of het verklarende woord van den leeraar zal nog heel wat moeten aanvullen.

Jeand'Udine: Les Transmutations rythmiques.

Paris: Au Ménestrel (Heugel) Pr. Net. Frcs 8.

Dit is 't werk van een knap man, van een goed musicus; van een, die door ernstig nadenken een juist begrip heeft gekregen van 't wezen van den rythmus, en die aardige denkbeelden heeft over de ma¬

nier waarop den leerlingen datzelfde begrip moet worden bijgebracht.

Vergis ik mij niet, dan heeft de schrijver met veel vrucht de Musikalische Agogik und Dynamik van R i e m a n n bestudeerd.

Jean Henry: Cours d' Harmonie Théorique et Pratique.

Paris: H. Herelle et Cie. Pr. Net. Frcs 7.50 (sans majoration).

Een leerboek dat wel-is-waar niets verkeerds bevat, maar geheel-en-al de oude platgetreden banen volgt, en het vermoeden wekt dat de schrijver nimmer heeft kennis genomen van 't geen in de laatste jaren op dit gebied is verschenen.

Het komt mij droog en weinig boeiend voor, en het schijnt mij veel te vlug voort te schrijden. Een goede gedachte is, aan ieder hoofdstuk een „Questionnaire" toe te voegen, een reeks van vragen die 't behandelde recapituleeren.

Amédeé Gastoué: Traité d' Harmonisation du chant Gregorien, sur un plan nouveau.

Lyon: Janin Frères. Pr. Net. Frcs 6.

Deze verhandeling sluit zich waardig aan bij de beide boeken van denzelfden geleerden schrijver, die ik voor eenigen tijd hier besprak. Gastoué heeft hier de resultaten van zijn overdenkingen in één systeem samengevat.

Zij die de beide, bovenbedoelde, boeken bezitten, zullen goed doen, ter noodzakelijke completeering, ook dit werk aan te schaffen.

Maurice Touze: Précis de Musique Intégrale. Tome I: La Mélodie, ses Lois, son Evolution.

Paris: H. Hérelle et Cie. Pr. niet aangegeven.

Dit boek is iets heel bizonders; de

Sluiten