Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

125

elke situatie in sobere toonschildering voortkwam. En zooals de momenten der muzikale ballade één zijn geworden, zoo schijnt mij dit kunstenaarsleven, alle „situaties" ten spijt gegroeid tot een geheel van schoonheid, van indrukwekkend-harmonischen zang. De vibreerende volheid van welluidenden klank, ze heugt ons uit de balladen, evenzeer uit Dvorak's oud-testamentische liederen. Als een berustend tot zichzelf inkeeren zong de diepe stem J. W. Franck's „Sei nur still". Wijdend en vroom bad zij des Cantor's gebed: „Vergissmein nicht, meinallerliebsterGott.'

Wat een groot meester is toch het hart! — schreef de beroemde zangleeraar van het zeventiend'eeuwsch Italië, die zijn wenken in „Opinione de cantori" ons heeft bewaard, en wiens ervaringen door alle tijden worden bevestigd."

Ik had in een kleinen proloog mijn bespreking van Henschel's Arnhemsch afscheidsconcert gedeeltelijk aangehaald, en meende zoo te moeten epilogiseeren:

„S. Z." heeft weer eens gedaan, wat hij zoo menigmaal deed voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant en voor het Handelsblad. Hij heeft gezegd, „hoe het geweest is." Zoo definieert men gewoonlijk het beroep van den concertcriticus, half spottend dikwijls, en niet bedenkend dat men ook het beste van zijn taak noemt. Hier werd dat beste vervuld: wij weten nu beter hoe het geweest is. Nietwaar, duidelijker zien en hooren wij Henschel nu weer. Wij voelden bij dat „Sei nur still" een zachten tranendrang. Veel meer indrukken kwamen en ze leken ons niet vervaagd maar verdiept.

Henschel heeft dagboek gehouden van zijn gesprekken met Brahms. Die zeide hem eens : ik krijg een motief, en vergeet het; geen nood: er gaat niets verloren, het komt weer en dan is het méér en ik moet zorgen, dat het mijn verdiend eigendom wordt.

Er bestaat tusschen zoogenaamd schep¬

penden en niet-scheppenden geen tegenstelling, enkel een gradueel verschil; Andersen heeft dat in een sprookje verklaard.

Een geluk ontvingen wij; het raakte niet weg; ook buiten ons bewustzijn leefde het in ons en was stellig goed voor ons: wij vinden het grooter en mooier terug en hebben 't naar onze krachten aan te wenden.

Moge Henschel weten dat duizenden hem gedenken, dankbaar voor geluk, en zich 't geschonkene ten nutte willen maken, en zijn beeld beschouwend de goddelijkheid der kunst ontwaren met groote liefde.

Thans geldt dat alles, naar ik geloof, nog meer dan toen.

Wat intusschen van zijn muziek ten onzent het meest werd gehoord, is ongetwijfeld de Morgenhymne. Die kenmerkt hem goed en zal, wie het donker in zich bestrijden, tot overwinning en licht helpen voeren. v.W. Verbetering. In het datastuk van den vorigen keer (over Gréty) leze men: blz. 106, kolom J, boven: de raad der staatsopera (gedrukt is den raad, wat verwarring geeft); blz. 107, kolom 1 : Daarenboven had er de

generaalbassist-improvisator .... blz. 108, kolom 1: vierstemmigheidsvermijding (niet verwijding), bravourachtig (niet bravourzuchtig).

iiHiiniiiiii mm mum i nu imimiimmm immmmimi i mm

Het Praatje van de Maand. De Nederlandsche kunstenaars gaan ijverig voort zich in den vreemde met succes te laten hooren; er kwamen den laatsten tijd berichten van Meta Reidel die met veel bijval in Scandinavië opgetreden is, van Gerard Zalsman die thans te Cairo vertoeft en daar, alvorens naar Nederland terug te keeren eenige concerten hoopt te geven, van Urlus die weer overal in Duitschland als operazanger gevierd wordt, van Dirk Schafer die zoowel te Berlijn als te Weenen de grootste bewondering vinden mocht voor zijn buitengewoon pianospel, van Francis Koene

Sluiten