Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILÏA EN HET MUZIEKCOLLEGE

133

poëzie van den pianoklank en het pianospel door gelijkenissen ontsluiten en daarin het begrip voor de poëtische beteekenis van een kunstwerk duidelijk maken. Hij moet hem de poëzie van het leven in het algemeen aanschouwelijk maken en zijn specialen poëtischen aanleg wakker roepen.

Eindelijk moet hij als in een brandglas al deze poëtische stralen in de persoonlijkheid van den componist, wiens werk moet worden voorgedragen, tot een rein, helder, warm vuur der extase vereenigen. De uitvoerende, concerteerende pianist moet met dit vuur alle harten doen ontvlammen, die de leeken naar den Godsdienst der Kunst meegebracht hebben; hij is de bemiddelaar tusschen hen en den componist.

Wanneer hij echter niet geleid wordt door de grootste vereering voor den schepper en de waardeering voor zijn auditorium, dan zal het vuur niet rein zijn en de rook zal het neerslaan — in het tegenovergestelde geval echter zullen de heilige vlammen zich in liefde omstrengelen en het gemeenzame brandoffer zal gelukzalig omhoog stijgen tot Hem die het genadig in allen ontbrand heeft.

ISIIHIIIIINI

Personalia.

Enrico Bossi. f Op den terugkeer van Amerika (waar hij gedurende een paar maanden concerten gegeven had) naar zijn vaderland is Enrico Bossi in den ouderdom van vier en zestig jaar gestorven. Weinig weken geleden Puccini, thans Bossi. Wel wordt de Italiaansche kunst zwaar getroffen. Beide, de componist van Bohème en de groote orgelspeler, die eveneens als componist uitgeblonken heeft, zijn ver van hun vaderland gestorven. Puccini is er echter met veel praal en eerbewijs begraven en ik twijfel niet of ook Bossi zal op staatskosten ter aarde besteld worden; want hij behoorde tot de aanzienlijkste musici van zijn land.

Ook in Nederland verheugt zijn naam zich in bekendheid. In dit land met zijn talrijke koorvereenigingen, die ter afwisseling van Elias, Paulus, Jozua, Paradis und die Peri etc. wel eens wat nieuws willen brengen, moest het werk van Bossi wel bijval vinden; zoowel zijn eerst verschenen werk „Canticum canticorum" als het later gekomen „Paradiso perduto" zijn voor groote koren dankbare stukken, die gaarne gezongen en door de toehoorders gaarne aanvaard worden. Het is stellig geen diepe, veel inspanning vorderende kunst welke Bossi hier geboden heeft; verkeerd zou men echter doen met eenige hooghartigheid van amusements-kunst te spreken; er komen in beide genoemde werken gedeelten voor, die van Bossi's veel meer dan gewone compositietalent een sterk denkbeeld geven.

Hij was een briljant musicus, wien de gave van de aangename nimmer triviale melodie toebedeeld was, die met Italiaansch gemak en meesterschap voor de menschelijke stem te schrijven wist, ensembles kon bouwen, zoodat men bij het luisteren onwillekeurig onder den indruk van klankpracht en schitterende vakkennis geraakt, later pas in te zien, dat een belangrijk deel van dien indruk meer door uiterlijke middelen dan wel door diepte van inhoud te voorschijn geroepen is. Zoo is het te verklaren dat Bossi aanvankelijk in ons land overschat werd, dat men geneigd was zijn „Canticum Canticorum" voor iets heel buitengewoons te houden. Dat heeft natuurlijk niet lang geduurd; men is de juiste beteekenis van die composities gaan beseffen, ook die van de vaak ten gehoore gebrachte „Intermezzi Goldoniani" voor strijkorkest die stellig op het repertoire van het Concertgebouw-orkest, het Residentie-orkest en het Utrechtsche orkest - te Utrecht heb ik ze nog geen maand geleden gehoord ~ voorkomen.

Bossi was te Salo aan het Gardameer

Sluiten