Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

geboren als zoon van een goed aangeschreven organist en muziekonderwijzer.

Hij studeerde te Bologna en Milaan en kreeg na een loffelijk examen spoedig een plaats als organist in de Domkerk te Como. Daarna werd hij leeraar in theorie en orgelspel aan het Conservatorium te Napels, eindelijk (van 1895—1902) directeur van het Marcello-Conservatorium te Venetië, directeur van het Liceo Musicale (tot 1921) te Bologna en directeur van de CaeciliaAcademie te Rome.

Vijftien jaar geleden is Bossi in het Concertgebouw te Amsterdam opgetreden als schitterend vertolker van zijn eigen Concert voor orgel opus 100. Zijn briljante spel is bij mij lang in de herinnering gebleven. W. L.

* * *

Marie Jaëll f 1844-1925, door

J. BOSCH VAN 's GRAVEMOER.

Marie Jaëll is niet meer.

Het telegram met het ontroerende doodsbericht bereikte ons gedurende een tweedaagsch verblijf in ons land. En terwijl de trein ons terugvoert naar Parijs schrijven wij deze regelen. Wij hopen niet te laat te komen om eerbiedig afscheid te kunnen nemen van den uiterlijken vorm waarin die geniale geest leefde, van den gebeeldhouwden kop met het breede, lichtende voorhoofd, de diepe oogkassen, den vasten mond met het éven lachend fijne trekje om de hoeken. En van de handen! de wondere, teere handen, waarvan de sensibiliteit ragfijn was ontwikkeld, zoodat haast alle materie er aan was ontnomen en die het oog gevangen hielden onder de bekoring van trillend leven. „Un cerveau de philosophe avec des doigts de virtuose" zeide Liszt van haar, die haar de pen naliet waarmee hij altijd schreef.

Als men een blik terugwerpt op haar leven, dan treft terstond de prachtige éénheid ervan, de éénheid van arbeid, onaf¬

gebroken, onverdroten, als langs een gespannen lijn. Van het oogenblik af, dat de ervaring van een pianistische loopbaan haar de overtuiging gaf, dat een analyse van artistiek spel en artistieke bewegingen noodig was en van het oogenblik af, dat zij begreep, dat zulk een analyse slechts wetenschappelijk mogelijk was, werd haar leven één geconcentreerde daad in die richting. Het offer, dat deze bewuste keuze van haar eischte, deed zij zonder voorbehoud. Zelden had een leven zoo veel stijl. Tot het laatst toe. In zulk een leven is geen plaats voor ijdelheid, geen plaats meer voor uiterlijke schittering. Eerst werpt Marie Jaëll zich op de studie van de physiologie en van de psychophysiologie. In dien tijd schrijft de groote Italiaansche geleerde Enrico Mouselli over haar in de Rivista Cintica di opere di Filosofia: „Marie Jaëll ha tuacciato una via nuova all'estetica della Musica, prendendo come puncto di partenza 1'uso di uno strumento nel quale era maestra." (Marie Jaëll heeft een geheel nieuwen weg gebaand voor de esthetiek der muziek, als uitgangspunt een instrument gebruikend, waarvan zij volkomen meester is.) En als, na wetenschappelijk onderzoek in verband met muzikale toepassingen, een bewegingsleer is ontstaan op onaanvechtbare basis, gaat zij gestadig voort en eindigt met proefnemingen van steeds meer subjectieven en transcendentalen aard. Zoo volgen de gedrukte werken elkander op: La musique et la Psychophysiologie; Le mecanisme du Toucher; Les rythmes du regard et la dissociation des doigts; L'Intelligence et le Rythme dans les mouvements artistiques; La Coloration des sensations tactiles. Verscheidene brochures en rapporten, b.v. „Sur 1'influence des rapports des sons sur le travail" (in samenwerking met Prof. Ch. Féré voor de Société de Biologie); — les Boussoles tonales, — enz. Lijvige manuscripten en aanteekeningen heeft zij nog achtergelaten.

Sluiten