Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

135

Degenen die weten wat wetenschappelijke arbeid beduidt, weten ook hoe lang gewerkt moet worden om een stap vooruit te komen. De stap dien Marie Jaëll deed voor de wetenschap van de kunst was groot. Wellicht was zij daarmede haar tijd vooruit. Wellicht ligt het aan den aard van haar werk en aan de macht der traditie in de kunstenaarswereld, dat haar beteekenis nog niet naar waarde is geschat. Wellicht zijn er andere redenen te vinden, waarvan de opsomming hier niet op haar plaats zou zijn. De grootste levens en de grootste werken hebben niet altoos de meeste bekendheid. De waarheid en de kracht van haar werk zullen echter bewaard blijven in de onwrikbare overtuiging van degenen die in staat zijn het te begrijpen en het voort te zetten. J.B.

Wij bepalen ons tot meedeeling van deze herdenking der ongetwijfeld eerbiedwaardige. Voor een rustige gedachtenwisseling over haar nalatenschap zal het naderhand de tijd zijn. RED.

mniriiiiii Miniuiiiiiiiuiii iiraii umi i m iiihi 11 n mi u hi n m h h hu mi u ■ ihiiihiiiiiiih mm

Boekbespreking

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

Chs. Marie Widor: Initation Mu~ sicale (Collection des Initiations).

Paris: Librie Hachette. — Prijs niet aangegeven.

Wanneer ik een boekje, zooals dit van Widor, in handen krijg, moet ik steeds denken aan Amerikaansche touristen: doing the Continent in ten days. Zooals die vliegend zich verplaatsen, van stad naar dorp, van museum naar kerk, van concertzaal naar fabriek, enkel en alleen om maar een maximum te hebben gezien, zoo moet de schrijver langs zijn bladzijden rennen, om in de kleinst denkbare ruimte, den grootst mogelijken inhoud te bergen.

Resultaat: groote oppervlakkigheid.Reeds op de 87e bladzijde (N. B. het formaat van het boek is klein) is de schrijver aan het Contrapunt toe. Drie en een halve bladzijde zijn hem voldoende, voor de bespreking van dit hoog-belangrijke onderwerp.

Na de bezwaren te hebben opgesomd, die onafscheidelijk zijn van 't behandelen van bepaalde onderwerpen in een vastgestelde, beperkte ruimte, wil ik gaarne erkennen, dat Widor zijn taak op eervolle wijs heeft vervuld. Hij heeft gestreefd naar volledigheid en duidelijkheid, en in die richting veel bereikt.

Maar ook dit boek zal voor zelfstudie ongeschikt blijken. Aanvullende, mondelinge verklaringen zijn onmisbaar.

Henri Vercheval: Dictionnaire du Violoniste, etc. etc.

Paris: Librie Fischbacher — Saintes: Chez 1'Auteur. Prijs niet aangegeven.

Goed bedoeld, middelmatig uitgevoerd! Als beknopte Encyclopedie is dit boek nog veel te onvolledig, terwijl het — door 't opnemen van veel wat niet direct op 't vioolspel betrekking heeft — aan den anderen kant weer te uitvoerig zou kunnen heeten.

Daarbij bevat het veel, waarover men met den schrijver zou willen debatteeren. Het artikel Crouth verkondigt een zeer apodiktische meening over een zaak, die toch eigenlijk nog lang niet is uitgemaakt. Dat de Faux-Bourdon eerst van de XlIIe eeuw dateert, zou ik willen betwijfelen. De Symphonie wordt behandeld in plm. 20 regels, en komt daardoor niet tot haar recht.

De verklaring van Intermezzo en van Sonatine prikkelt tot tegenspraak. Den duitschen naam voor de Altviool schrijft de auteur: Bratche (sic!)

Nog eens: hier valt alleen een goede bedoeling te waardeeren.

Sluiten